Sinds maart is de euro ten opzichte van de dollar ruim 19 procent in waarde gestegen. Gisteren bereikte de munt een nieuw jaarrecord, en bleef maar enkele honderdsten van een cent van de $1,50 dollar verwijderd.
Ook ten opzichte van de yen en de Chinese yuan is de euro het afgelopen half jaar flink in waarde gestegen.
Goed nieuws
Het goede nieuws van deze waardestijging is dat valutahandelaren vertrouwen hebben in de stabiliteit van de Europese economie en de Europese kapitaalmarkten.
Dat vertrouwen weegt blijkbaar op tegen de angst voor uit handlopende staatsschuld in bijvoorbeeld Frankrijk en Italië, een echte depressie in Spanje en Ierland en de financiële problemen in delen van Oost-Europa, het achterland van het eurogebied.
Wereldhandel
Vriendelijk bedankt voor deze motie van vertrouwen, maar verder brengt de dure euro alleen maar problemen. Vooral voor Europese exporteurs die proberen te profiteren van de aantrekkende wereldhandel.
Die handel toont sinds de zomer weer enig teken van leven - al zijn we nog ver verwijderd van het handelsvolume van voor de crisis. De Europese industrie wil daar van profiteren, maar staat op de wereldmarkt met een marktkraam vol dure spullen.
De gevolgen zijn duidelijk meetbaar. In augustus nam de Europese export af met 5,8 procent op maandbasis.
Minder investeringen
Veel Europese producenten zullen proberen zichzelf weer in de markt te prijzen door in te teren op de winstmarge. Ze berekenen de dure euro dan maar gedeeltelijk door in de afzetprijzen.
Maar lagere winstmarges betekent minder geld voor nieuwe investeringen.Bovendien zet het de producenten aan tot kostenbesparingen. Gevolg: nieuwe ontslagrondes en nog minder vacatures.
Ook bedrijven die niet voor de wereldmarkt produceren krijgen last van de dure euro. Concurrenten van buiten het eurogebied kunnen stunten met hun prijzen bedreigen zo de omzet en winsten van binnenlandse producenten.
Normaal gesproken heeft een harde munt ook voordelen. Import is goedkoop, de inflatie blijft onder controle en de centrale bank kan de rente laag laten. Dat is goed voor de economische groei.
Maar de Europese inflatie staat al zo ongeveer op nul. En de rente is slechts één procent. Het belang van lage importprijzen is daarom gering.
“Een ramp voor Europa”
Jean-Claude Juncker, de permanente voorzitter van de Eurogroup, de vergadering van ministers van Financiën van het eurogebied, noemde de dure euro maandag “een probleem waar we ons zorgen om maken”.
Een adviseur van de Franse president Nicolas Sarkozy had er sterkere bewoordingen voor. “Dit is een ramp voor de Europese economie en de industrie”, zei hij. “De VS overspoelen de wereld met dollars, de zwakke dollar is onverdraaglijk.”
De Franse woede is begrijpelijk. Weliswaar wijzen economen er al jaren op dat de dollar uiteindelijk in waarde zal moeten dalen, zodat het handelsbalanstekort van het land wordt weggewerkt, maar met die noodzakelijke daling heeft de euro weinig van doen.
De handel tussen de VS en het eurogebied is vrij goed in evenwicht. Tussen januari en augustus van dit jaar kochten Amerikanen voor 18 miljard dollar meer bij ons dan wij bij hen.
Het handelsbalanstekort met China bedroeg in dezelfde periode 123 miljard dollar – ruim tien keer zo veel.
Niet de euro moet duurder worden ten opzichte van de dollar, maar de Chinese yuan. Helaas houden de Chinese autoriteiten halsstarrig vast aan de vaste koppeling van hun munt met de dollar. De yuan moet goedkoop blijven, met het bizarre gevolg dat ook de euro-yuan-koers sinds maart met 19 procent is gestegen.
Zolang China de dollarkoppeling vasthoudt zullen de kosten van het Amerikaanse handelstekort vooral op Europa blijven drukken. Volstrekt onredelijk, maar onvermijdelijk.
De twee Jean-Claudes
Later dit jaar gaan de twee Jean-Claudes (Juncker en Trichet) op bezoek in China, zo maakten zij begin deze week bekend. Ze gaan daar praten over, jawel, wisselkoersbeleid. Of de Chinezen nu eindelijk een haast kunnen maken met die lang beloofde ontkoppeling van de yuan aan de dollar.
De hele Europese industrie wenst ze alle succes van de wereld.