Milieuactivisten luiden in de aanloop naar de klimaatconferentie in de Deense hoofdstad Kopenhagen alvast de noodklok. Milieudiplomaten draaien overuren, want Europa, China en de Verenigde Staten houden hun kaarten nog even tegen de borst.

Maar hoe weten we straks of de klimaatconferentie die op 7 december van start gaat iets oplevert? Het succes van de beoogde opvolger van het Kyoto-akkoord van 1997 wordt sterk beïnvloed door diverse lobbygroepen, waarbij de club met meest effectieve publiciteitsmachine de 'winnaar' levert.

CO2 op de markt
Voor klimaatsceptici, die twijfelen aan het verband tussen de uitstoot van koolstofdioxide en de opwarming van de aarde, is Kopenhagen sowieso verspilde moeite. Maar gelet op de inzet van de milieutop, is succes wel degelijk meetbaar. Doel van Kopenhagen is immers te komen tot nieuwe afspraken over vermindering van de uitstoot van broeikasgassen.

Voor grotere, industriële bedrijven gaat het hierbij allerminst om een vrijblijvende discussie. Binnen de Europese Unie doen bijvoorbeeld zo'n 11 duizend bedrijfsinstallaties mee aan een handelssysteem in CO2-rechten. Dat is gebaseerd op een geleidelijke begrenzing van het aantal emissierechten en daarmee de CO2-uitstoot.

In de huidige handelsperiode die loopt van 2008 tot en met 2012 worden zo'n twee miljard emissierechten per jaar uitgegeven, deels gratis en deels via een veilingsysteem. De actuele handelswaarde van die rechten is ongeveer 28 miljard euro, of circa 140 miljard euro voor de hele vijfjaarsperiode.

Let op de prijs
Het Europese handelssysteem werkt met quota van aantallen rechten die per land worden toegewezen. Die quota zijn een belangrijke factor bij de prijsvorming van CO2-rechten. Aangezien Kopenhagen voor een groot deel gaat over het al dan niet aanscherpen van plafonds voor emissierechten, is het relatieve succes straks af te lezen aan de marktprijs van kooldioxide.

Kort gezegd: stijgt de CO2-prijs plotseling na 'Kopenhagen', dan zit strenger beleid met lagere plafonds voor de uitgifte van uitstootrechten in de pijplijn. Een daling van de CO2-prijs geeft aan dat er kansen blijven om ruimhartig om te gaan met het uitdelen van emissierechten. Reageert de CO2-prijs nauwelijks, dan heeft Kopenhagen hoegenaamd geen effect op de emissiedoelen.

Ruim in de rechten
De CO2-prijs is sinds het najaar van 2008 gehalveerd tot circa 14 euro per ton. Zie de grafiek: prijs koolstofdioxide zakt weg. Die prijsdaling is grotendeels het gevolg van de economische recessie, die dit jaar de feitelijke uitstoot van koolstofdioxide doet dalen.

Voor het Europese handelssysteem betekent dit dat er relatief veel uitstootrechten zijn, afgezet tegen de daadwerkelijke emissies. Ofwel: er is meer aanbod van dan vraag naar emissierechten en dat drukt de prijs.

Cruciaal voor de klimaattop in Kopenhagen is wat er gebeurt met een eventueel structureel overschot aan emissierechten, wat uiteraard mede afhangt van het herstel van de wereldeconomie in 2010.

Aanscherping doelen
Het huidige Europese beleid is gebaseerd op een reductie van de CO2-emissie met 20 procent in 2020, vergeleken met 1990. Scherper beleid kan leiden tot een beperking van de beschikbare emissierechten in de komende jaren.

De EU overweegt het reductiedoel voor de uitstoot van CO2 op minus 30 procent te zetten, maar laat dit afhangen van afspraken met onder meer de VS en ontwikkelingslanden.

Komt er een deal in Kopenhagen, dan gaan emissieplafonds verder omlaag en stijgen de CO2-prijzen naar alle waarschijnlijkheid.

Maar dit is niet het enige. Van belang is ook of emissierechten die bedrijven en overheden in de huidige recessie oppotten later nog kunnen worden ingezet om CO2-doelen te halen.

In de periode van 2013 tot 2020 krijgen bedrijven in de Europese Unie te maken met een nieuwe handelsronde voor uitstootrechten. Onbesliste kwestie is hoe soepel de EU om zal gaan met bedrijven die emissierechten in de huidige crisis oppotten, om ze vanaf 2013 in te zetten. Dat bepaalt mede of de CO2-markt in de volgende handelsperiode ruim of krap in de emissierechten zit.

Oppotten en doorschuiven
Lidstaten van de Europese Unie mogen ook zelf emissierechten kopen. Daarbij gaat het om uitstootrechten die gebaseerd zijn op projecten voor CO2-besparing in ontwikkelingslanden of andere industriële landen. Dit soort emissierechten mag sowieso meegenomen worden voor de periode na 2013, stelt een Europese richtlijn.

Voor Nederland werkt dat zo. De regering mikt voor de periode van 2008 tot en met 2012 op een beperking van de nationale CO2-uitstoot tot gemiddeld 200 miljoen ton per jaar. Om feitelijke overschrijdingen op te vangen bouwt de overheid een eigen buffer op van 13 miljoen ton aan compenserende rechten per jaar. Dit biedt Nederland ruimte om feitelijk 213 miljoen ton CO2 per jaar uit te stoten.

In 2008 bedroeg de Nederlandse CO2-uitstoot 206 miljoen ton. Ofwel: de staatsbuffer was afgelopen jaar aan de ruime kant. Het Planbureau Leefomgeving stelde afgelopen juni dat de overheid in de periode tot 2012 in totaal de beschikking krijgt over zo'n 50 tot 60 miljoen aan emissierechten. Een groot deel van die rechten is mogelijk niet nodig om het reductiedoel tot 2012 te halen.

Als zowel bedrijven als overheden opgespaarde emissierechten na 2012 kunnen inzetten, wordt het een stuk eenvoudiger om de uitstootdoelen voor 2020 te halen. Het hangt dan vooral van afspraken over nieuwe Europese emissieplafonds af, of er al dan niet een stuwmeer C02-rechten boven de markt blijft hangen.

Wie beslist?
Heikel punt bij dit alles is wie er precies beslist over de quota voor emissierechten. In het huidige systeem stellen lidstaten van de Europese Unie zelf quota vast voor emissies. Die quota worden vervolgens door de Europese Commissie in Brussel getoetst en aangepast.

Deze procedure kwam in september 2009 echter in opspraak. Het Europese gerechtshof stelde in een conflict tussen Polen en Brussel over de ultieme zeggenschap over de quota, de regering in Warschau in het gelijk. Polen mag daardoor meer emissierechten uitgeven dan Brussel eigenlijk wil.

Voor de handelsperiode vanaf 2013 is de opzet dat Brussel het primaat krijgt bij de toewijzing van Europese emissierechten. Maar gelet op het recente Poolse conflict, moet dat juridisch wel waterdicht geregeld worden.

Kortom, in Kopenhagen gaat het niet alleen om grote gebaren. Ook de kleine lettertjes tellen mee in het CO2-circus.