Er zitten toch tanden in de bek van het Brusselse monster. Jarenlang konden landen met een te hoog begrotingstekort wegkomen met een halve waarschuwing en wat vaderlijke woorden.
Maar Griekenland heeft het zo bont gemaakt dat de Europese politici niet langer kunnen wegkijken.
Onder curatele
De Grieken komen min of meer onder curatele te staan van Brussel, zo maakte eurocommissaris Jaoquín Almunia woensdag 3 februari bekend. De Europese Commissie eist structurele hervorming van het financieel-economische beleid van de Grieken.
Al in 2012 moet het begrotingstekort, dat in 2009 nog bijna 13 procent van het bbp bedroeg, weer onder de voorgeschreven 3 procent zitten. De Grieken moeten regelmatig rapporteren over de voortgang van dit proces. (Een overzicht van alle maatregelen staat op de site van de EU.)
De Europese ministers moeten deze maatregelen nog goedkeuren. Maar anders dan bij eerdere pogingen van de Commissie om landen aan te pakken, is de verwachting dat de ministers de maatregelen niet zullen afzwakken. Misschien scherpen de ministers de eisen zelfs nog wel aan, als ze vinden dat Griekenland nog wat harder mag worden aangepakt.
Stabiliteitspact
Toch gaat de Commissie al flink ver. Om dat te zien moet ik (helaas, ik doe het ook niet graag), naar de juridische teksten over het Stabiliteitspact in het Verdrag van Lissabon. Artikel 126 beschrijft hoe eurolanden met een te hoog tekort en een te hoge staatsschuld moeten worden aangepakt.
Die aanpak heeft verschillende, precies omschreven stappen. Eerst krijgt zo’n land een formele waarschuwing. De Commissie schrijft een rapport over het 'buitensporige tekort' van de lidstaat en legt dat voor aan de Raad van Ministers. Die kunnen dan besluiten het land een niet-openbare 'aanbeveling' te geven om de zaakjes binnen een bepaalde periode op orde te brengen.
Slaagt de lidstaat daar niet in, dan volgt stap twee. De Raad besluit om de aanbevelingen openbaar te maken. Het land wordt aan de Europese schandpaal genageld.
Tot nu toe waren dat de twee stappen die de Europese politiek - vaak nog met grote aarzeling - zette. Niet bepaald indrukwekkend. Geen wonder dat lidstaten het oordeel van Brussel vaak voor kennisgeving aannamen.
Maar woensdag 3 februari zette Almunia de volgende stap. Hij stelde Artikel 126 lid 9 in werking. Dat luidt als volgt:
"Wanneer een lidstaat blijft verzuimen uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de Raad, kan de Raad besluiten de betrokken lidstaat aan te manen binnen een voorgeschreven termijn maatregelen te treffen om het tekort te verminderen in de mate die de Raad nodig acht om de situatie te verhelpen. In dat geval kan de Raad de betrokken lidstaat verzoeken volgens een nauwkeurig tijdschema verslag uit te brengen, teneinde na te gaan welke aanpassingsmaatregelen die lidstaat heeft getroffen."
Door artikel 126.9 in werking te stellen, maakt de Commissie zich klaar voor de volgende stap. Het gevreesde artikel 126.11! Daarmee kan Griekenland echt pijn worden gedaan.
Forse geldboetes
De Europese Investeringsbank kan dan kredietverlening opschorten. Griekenland kan worden verplicht om renteloos geld te deponeren in Brussel. En uiteindelijk kan de Europese Raad forse geldboetes opleggen. Griekenland mag bij de besluiten daarover niet meestemmen.
Van deze vernederende en kostbare straffen is Griekenland nog maar één stap verwijderd.
Je zou bijna hopen dat de Grieken er nog één keer een potje van maken. Dan zal artikel 126.11 voor het eerst worden gebruikt. En als het eenmaal uit het plastic is gehaald, krijg je het er niet meer in.
Andere eurolanden zullen dan ook serieus rekening moeten houden met de mogelijkheid van boetes. Want als Griekenland er een krijgt, dan moet dat ook mogelijk zijn voor Spanje of Frankrijk. Het Stabiliteitspact gaat eindelijk echt werken.
Misschien ben ik te hoopvol. Maar als er iets goeds kan komen uit Griekse tragedie, dan is het dat Brussel eindelijk de middelen gebruikt om zich misdragende lidstaten tot de orde te roepen.
Lees ook:
Analyse Mathijs Bouman: De redding van Griekenland