Het kabinet is gevallen. De kieswet schrijft voor dat uiterlijk drie maanden na zo'n gebeurtenis verkiezingen moeten worden uitgeschreven. Dat wordt dus eind mei, begin juni.
Waar zullen die verkiezingen over gaan? In ieder geval niet over Uruzgan. Wel over de vraag waar het volgende kabinet op gaat bezuinigen.
De verkiezingen zullen eind mei, begin juni plaatsvinden. Als het goed is, hebben 19 ambtenarencommissies dan hun adviezen uitgebracht over bezuinigingen. Die commissies werden door het kabinet-Balkenende aan het werk gezet om mogelijke bezuinigingen in kaart te brengen.
Maar over die bezuinigingen neemt een demissionair kabinet geen beslissingen meer. Zulke zware onderwerpen zijn voor een demissionair kabinet 'controversieel' en worden doorgeschoven naar een volgend kabinet. Daar zal een beslissing over wel of niet blijven in Uruzgan mogelijk ook bij horen.
Taboes
Niets was taboe voor de ambtelijke commissies en de daaropvolgende besluitvorming, zei het kabinet voor de val. De hypotheekrenteaftrek beperken of zelfs afschaffen, de zorgtoeslag omlaag, bezuinigen op de zorg, de 'aanrechtsubsidie' afschaffen, het verder fiscaliseren van de AOW ('rijkere' gepensioneerden gaan belasting betalen over aanvullend pensioen), pensioenen niet meer fiscaal aftrekbaar maken, collegegeld in het hoger onderwijs verhogen - het is maar een greep.
Het inmiddels demissionaire kabinet heeft een paar van deze voorstellen direct of indirect al uitgevoerd, dan wel voorgesteld. Zo gaat de AOW-leeftijd van 65 naar 67 en komt er een hogere belasting op huizen van 1 miljoen euro en meer (die daarmee indirect het voordeel van de hypotheekrenteaftrek voor hoge inkomens feitelijk ongedaan moet maken).
Daar er niets taboe zou zijn, zo beloofden CDA en PvdA elkaar, kwamen ook bezuinigingen op onderwijs in beeld. Eén bezuiniging - of eigenlijk: lastenverzwaring - was al gevonden: geen studiebeurs meer voor een tweede studie. Die zouden mensen zelf moeten gaan betalen.
Scheuren al snel zichtbaar
Maar aan die 'geen taboes'-afspraak kwam al snel een einde. CDA'ers als Pieter van Geel, fractievoorzitter in de Tweede Kamer, weigerden duidelijk te maken of hun partij daadwerkelijk bereid zou zijn de hypotheekrenteaftrek te beperken.
PvdA-minister Guusje ter Horst liet vervolgens weten dat er niet bezuinigd mocht worden op de mankracht van de politie, waarop Maxime Verhagen van het CDA vond dat er dan ook niet bezuinigd mocht worden op defensie. Mariëtte Hamer, fractievoorzitter van de PvdA, vond op haar beurt weer dat er niet bezuinigd mocht worden op onderwijs.
En zo werden toch weer lijnen in het zand gezet.
Klassieke keuze tussen links of rechts
Die lijnen zullen tijdens de verkiezingscampagnes flink aangedikt worden. Het CDA zal zich vrij voelen om zich uit te spreken tegen de beperking van de hypotheekrenteaftrek en voor bezuinigingen in de zorg. Daarbij zal de partij verwijzen naar het belang van een gezonde huizenmarkt in recessietijd, en de almaar stijgende zorgkosten als gevolg van de vergrijzing, terwijl de overheidsfinanciën er niet florissant voorstaan.
Hier vindt het CDA de VVD aan zijn kant.
D66 is in principe voor de beperking van de hypotheekrenteaftrek, maar is wel weer voor het bekorten van de WW. Daar wordt die partij deels in gesteund door de VVD (maar het beperken van de hypotheekrenteaftrek is taboe voor de VVD).
De Partij van de Arbeid zal zich juist uitspreken vóór beperking van de hypotheekrenteaftrek en tegen bezuinigingen op de zorg. Hierin weet die partij zich gesteund door Groenlinks en de SP, en - deels - de PVV van Geert Wilders. Die is tegen bezuinigingen op de zorg maar wil de hypotheekrenteaftrek wel in stand houden.
Groenlinks is voor het afschaffen van de 'aanrechtsubsidie' - de heffingskorting voor niet-werkende partners - en zal weinig moeite hebben de PvdA aan zijn zijde te krijgen.
De PvdA heeft zich uitgesproken voor een nieuw belastingtoptarief van 60 procent voor de hoogste inkomens. Daar hebben het CDA, de VVD en D66 zich mordicus tegen uitgesproken.
Bezuinigingsbedragen nog onduidelijkheid
Overigens verschilden PvdA en CDA al vóór de val van het kabinet van mening over de omvang van de benodigde bezuinigingen. Het CDA sprak steeds over de 35 miljard euro als een vaste waarde, maar de PvdA hield een slag om de arm en beschreef de 35 miljard als een soort maximum. De uiteindelijke besparingen per jaar zouden dus ook lager kunnen uitvallen, liet Wouter Bos doorschemeren.
Linksom of rechtsom, er zal bezuinigd moeten worden. Lasten zullen stijgen. Want bezuinigen betekent vaak ook kosten afwentelen op de burgers of werkgevers.
Welke signatuur het volgende kabinet ook zal hebben, om bovenstaande reden zal het binnen een mum van tijd zeer impopulair zijn in de ogen van de kiezer.
Lees ook:
Balkenende biedt koningin ontslag PvdA-bewindslieden aan
Transportorganisaties vrezen vertraging infrastructurele projecten