Plop, plop, plop! Overal knappen de huizenbubbels. Na jaren van steeds sneller stijgende prijzen is het feest voorbij.
In de Verenigde Staten daalde de gemiddelde huizenprijs vorig jaar al. Met een wereldwijde kredietcrisis als gevolg. Ook in Ierland worden huizen goedkoper.
In Groot-Brittannië zullen de prijzen naar verwachting dit jaar gaan dalen. In Frankrijk, Spanje en België stijgen ze nog wel, maar lang niet meer zo snel als een jaar geleden.
“Het jaar 2007 zal de geschiedenis ingaan als het jaar dat de grote boom op de huizenmarkt eindigde”, concludeerde de Britse vastgoedprofessor Michael Bail onlangs.
Hij zal wel niet in Nederland zijn geweest. Want terwijl elders de huizenmarkt alle vaart heeft verloren, lijkt er hier helemaal niets aan de hand.
Donderdag meldde het Kadaster dat de prijs van een gemiddelde koopwoning in februari van dit jaar met 4,5 procent was gestegen. Het was de grootste prijsstijging in een half jaar tijd.
Waarom onttrekt de Nederlandse huizenmarkt zich aan de internationale trend? Economen denken het antwoord te weten. Door overheidsbemoeienis en regelgeving worden er in Nederland veel te weinig huizen gebouwd. Bestemmingsplannen, bezwaarprocedures, teveel uitstoot van fijnstof, zeldzame salamanders, je kunt het zo gek niet verzinnen of het is reden om een bouwproject te dwarsbomen.
Bovendien houden grondspeculanten de bouwgrond schaars en duur, is er een schrijnend tekort aan bouwvakkers en bouwen gemeentes het liefst appartementen terwijl iedereen een eengezinswoning wil. Kortom, het aanbod zit muurvast.
In 2007 werden er in Nederland 78.000 nieuwe woningen opgeleverd. Tien jaar eerder was dat nog 92.000. Logisch dat de prijzen blijven stijgen. De Nederlandse huizenmarkt is verkalkt en werkt nauwelijks meer.
Tot zover de experts. Wat ze over het hoofd zien is dat ook een verkalkte markt kan klappen. De huizenmarkt bestaat niet alleen uit het (geringe) aanbod. Er is ook nog zoiets als de vraag.
Die vraag is de afgelopen tien, vijftien jaar fors gestegen. Vooral omdat er meer vrouwen gingen werken en banken besloten het inkomen van zowel man als vrouw te gebruiken bij het vaststellen van de maximale hypotheek.
Ook de lage hypotheekrente zorgde voor een vraagimpuls. Bovendien maakte de stijging van de huren dat steeds meer mensen een koophuis wilden.
Het was de combinatie van deze toenemende vraag naar huizen en het stagnerende aanbod dat voor de continu stijgende huizenprijzen zorgde.
Maar het is onzeker of de vraag de komende jaren zal doorstijgen. Het aantal vrouwen dat werkt is in Nederland hoger dan in andere EU-landen. Daar zit weinig rek meer in. Het gemiddelde gezinsinkomen zal dus niet meer zo snel kunnen stijgen als in het afgelopen decennium.
Het effect van de lage hypotheekrente is ook zo goed als uitgewerkt. Misschien dat er door de kredietcrisis nog tijdelijk een procentje af gaat. Maar gezien de hoge inflatie is een hogere hypotheekrente ook goed denkbaar.
Ten slotte heeft het huidige kabinet de huren vastgeklonken. Meer dan 1,1 procent mogen ze niet stijgen. Huren wordt daardoor juist weer aantrekkelijker dan kopen.
Alle factoren die de afgelopen jaren zorgden voor een stijgende vraag naar koophuizen, zijn uitgewerkt.
En als de vraag niet meer toeneemt, kan de huizenprijs ook niet meer stijgen. Of het aanbod nu verkalkt is of niet.