Verschillende Amerikaanse en Britse private equity-partijen hebben een eerste bod gedaan op Catalpa, een van de grootste commerciële kinderopvang- organisaties van Nederland, schreef Het Financieele Dagblad woensdag 2 juni.

Gevoelsmatig doet dit je wenkbrauwen fronsen. Het doembeeld van een Apax-achtige opkoper die het bedrijf leegzuigt en volgeladen met schulden weer achterlaat, is niet ver weg. En wat als dit gebeurt bij een grote aanbieder van kinderopvang?

Zo'n bedrijf zal de overheid (ook) moeilijk kunnen laten omvallen. Een hele hoop werknemers zitten dan namelijk met een probleem. Gebeurt dit, dan geeft dit een extra nare nasmaak, omdat de overheid een groot deel van de kinderopvang betaalt.

Sprinkhanen
Of het angstvisioen met betrekking tot private equity-partijen terecht is, is een tweede. Toen een aantal jaar geleden de discussie over de zogenoemde 'sprinkhanen' op zijn toppunt was, gaf toenmalig minister Bos van Financiën een aantal hoogleraren verbonden aan de Erasmus Universiteit de opdracht de situatie te onderzoeken.

De conclusie was dat de angst voor private equity over het algemeen ongegrond is. Meestal zijn de effecten op de winstgevendheid, productiviteit en innovatiekracht van bedrijven die hiermee te maken krijgen positief. Als de aanwezigheid van private equity in kinderopvangland leidt tot meer plekken, kortere wachtlijsten en langere openingstijden, zullen veel ouders dit alleen maar fijn vinden.

Uit het onderzoek blijkt echter ook dat uitzonderlijke gevallen wel laten zien dat een te scherpe schuldenfinanciering negatieve gevolgen kan hebben. Een voorbeeld hiervan is uitgever PCM, waar de Britse 'durfinvesteerder' Apax enkele jaren een meerderheidsbelang in had. PCM bleef achter met een torenhoge schuld. Tegen dit soort gevallen zou de overheid misschien iets moeten doen.

Hefboomwerking
Voor een overnemende partij is het gunstig een bedrijf te kopen met geleend geld omdat de rente op deze leningen aftrekbaar is voor de vennootschapsbelasting. Hier komt nog bij dat het voor private equity-partijen aantrekkelijk is een overname voor een groot deel met leningen te bekostigen vanwege de zogenoemde hefboomwerking.

Stel een opkoper neemt een bedrijf over voor 100 miljoen euro. Hij leent hiervoor 90 miljoen en betaalt 10 miljoen uit eigen middelen. Verkoopt hij het bedrijf vervolgens weer voor 110 miljoen, dan heeft hij zijn inleg verdubbeld. Had hij alles met eigen vermogen betaald dan was zijn rendement veel lager geweest.

Toenmalig staatssecretaris De Jager van Financiën heeft in december wel al aangekondigd iets te willen doen aan overnames met een te groot gedeelte geleend geld. Dit is er voor de val van het kabinet echter niet meer van gekomen. Na het struikelen van Balkenende IV zijn veranderingen in de vennootschapsbelasting controversieel verklaard en is er dus ook niks meer gebeurd.

Positie als vestigingsland
Hoogleraar private equity Peter Roosenboom verbonden aan de Erasmus Universiteit en een van de auteurs van het rapport in opdracht van minister Bos, betwijfelt of het er na de verkiezingen wel van gaat komen.

Stop je de renteaftrek op alle schuldfinancieringen van bedrijven, dan gaat dat ten koste van onze aantrekkelijkheid als vestigingsland, zegt hij. In andere landen is de rente op schulden namelijk ook aftrekbaar. Beperk je de aftrekbaarheid van rente op schuldfinanciering bij overnames dan werkt dit ook negatief uit op de financieringsmogelijkheden van reguliere fusies en overnames.

Dan kun je er natuurlijk voor kiezen alleen de aftrekbaarheid van rente op schuldfinanciering bij overnames door private equity in te perken. Maar daarmee maak je ons land minder aantrekkelijk voor dergelijke durfinvesteerders, waardoor je ook de positieve kanten van private equity mist, namelijk dat deze partijen zorgen voor meer dynamiek in de economie.

Minder aantrekkelijk
Gebeurt er niks om overnames met geleend geld aan banden te leggen, dan hoeft dit volgens Roosenboom niet heel erg te zijn. De excessen waren immers uitzonderingen. Hij wijst erop dat een overnemende partij er ook niet bij gebaat is als een bedrijf failliet gaat. Bovendien is een overname met veel geleend geld natuurlijk wel alleen maar aantrekkelijk als de rente laag staat. Die rente nu, staat inmiddels alweer een stuk hoger dan een aantal jaren geleden. Hierdoor is het momenteel minder aantrekkelijk een overname met veel geleend geld te financieren.

Hier komt nog bij dat banken veel moeilijker leningen verstrekken. Private equity-partijen zullen meer uit eigen zak moeten betalen. We hoeven hier dus minder bang voor te zijn dan een paar jaar geleden.

Hoe het ook zij, die eventuele nieuwe regelgeving zal niet van toepassing zijn op de manier waarop Catalpa wordt overgenomen. Of dat erg is weten we niet omdat nog onduidelijk is hoe een eventuele buitenlandse opkoper de overname gaat financieren.

Strategie kopers
Wat we evenmin weten is wat de strategie van de kopende partij zal worden. De branchevereniging van kinderopvangorganisaties MOgroep is bang dat de investeerders snel geld willen verdienen en pleit daarom in de Volkskrant van donderdag 3 juni voor een code waarin staat dat een belangrijk deel van de winst uit kinderopvangactiviteiten weer geïnvesteerd moet worden in de onderneming. Hier is iets voor te zeggen. Al zal dit private equity-partijen ontmoedigen, terwijl zij - volgens het onderzoek in ieder geval - ook goeds brengen.

Wat we bovenal niet moeten vergeten, is dat Catalpa nu ook al in handen is van een investeringsmaatschappij, zij het een Nederlandse. Bencis kocht Catalpa in 2006. Misschien verandert er dus eigenlijk niet zoveel.

Lees ook:

Recordsom verkoop crèches

Subsidie kinderopvang helpt jonge moeder niet aan baan

Kinderopvang krijgt lastig krediet

Negatieve optredens durfkapitalisten zijn incident