Hoeveel kan een land maximaal lenen? Wanneer lukt het niet meer om de schuld af te betalen? Voor de crisis waren dat theoretische vragen, hoogstens van belang voor ontwikkelingslanden.
Maar nu door de recessie de schulden van overheden razendsnel zijn gestegen, is het een relevante vraag voor iedereen.
Kopje onder
Griekenland ging eerder dit jaar bijna kopje onder, omdat kapitaalschieters vreesden (en nog steeds vrezen) dat de Grieken hun betalingsverplichtingen niet kunnen nakomen. Ook aan bij de solvabiliteit van landen als Spanje, Portugal en Ierland wordt getwijfeld.
Zelfs voor het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten is het niet bij voorbaat duidelijk of hun staatsschuld op de lange termijn wel houdbaar is. Groot probleem voor de twijfelaars is: hoe meet je of een land een onhoudbare schuld heeft?
Omslagpunt
Een ruwe, maar veel gebruikte maatstaf komt van de Amerikaanse economen Ken Rogoff en Carmen Reinhart. Uit hun onderzoek naar acht eeuwen financiële crises blijkt dat het omslagpunt voor de staatsschuld bij negentig procent van het bruto binnenlands product ligt. Komt de schuld daar boven, dan zal de economische groei sterk vertragen. Volledige terugbetaling wordt dan moeilijk.
Maar zo'n enkel percentage als scheidslijn tussen een goede en slechte schuld, is te simplistisch. De verschillen tussen landen zijn groot. Wat het een land nog makkelijk kan aflossen, is voor het andere een ondraaglijke schuld.
Geraffineerd
Economen van het Internationale Monetaire Fonds gingen daarom op zoek naar een meer geraffineerde manier om de leencapaciteit van landen te bepalen. De uitkomst van hun onderzoek verscheen woensdag.
De onderzoekers gebruiken een verrassende methode. In plaats van te meten of landen te veel hebben geleend, berekenen ze hoeveel landen maximaal nog zouden kunnen bijlenen. Ze maken daarbij gebruik van informatie over bezuinigingsoperaties uit het verleden. Landen die vroeger hard hebben ingrepen als de staatsschuld uit te hand dreigde te lopen, mogen meer lenen dan landen die nooit durfden te snijden.
Ze houden bij hun berekeningen ook rekening met het feit dat als de schuld oploopt, kapitaalmarkten een hogere rente eisen. Vergrijzing is buiten de sommen gelaten.
Maximale schuld
De methode stelt de IMF-ers in staat om voor ieder land te bepalen wat de maximale schuld is. Wordt er meer geleend dan dat percentage dan zal de overheid voor de extra rente-uitgaven normaal gesproken geen dekking op de begroting meer vinden. Alleen met een nooit vertoonde bezuinigingsoperatie valt de zaak dan nog op de rails te houden.
Trek van het maximale schuldpercentage de feitelijke schuld af, en je krijgt de de begrotingsruimte, of ' fiscal space' , zoals onderzoekers het noemen. Dat is het maximale bedrag wat de overheid nog zou kunnen bijlenen.
Politiek correct
Vreemd genoeg legt het IMF wel uit hoe je dat percentage berekent, maar voeren de onderzoekers de berekening zelf niet uit. In plaats daarvan komen ze met een onbegrijpelijke tabel met kansintervallen.
De politiek correcte reden hiervoor is ongetwijfeld dat het sommetje voor sommige landen te dramatisch uit zou vallen. Z24 maakte de berekening wel (zie tabel: “Leencapaciteit”) Griekenland blijkt dan het point of no return al ruim te zijn gepasseerd. Zijn resterende begrotingsruimte is nul. Ook Portugal en Japan kunnen eigenlijk geen euro of yen meer bijlenen.
Voor deze landen zijn er maar twee mogelijkheden: of ongelooflijk hard bezuinigen, of de obligatiehouders niet al hun geld terugbetalen.
Voor andere landen is er nog wel ruimte. De VS en Engeland moeten uitkijken. Die landen zitten relatief dicht bij hun maximale leenvermogen. De Scandinaviers zitten juist veilig. De Noren mogen de schuld nog met maar liefst 180 procent van het bbp laten oplopen!
Twintig keer ABN Amro
Nederland is een aardige middenmoter. Volgens het IMF hebben wij nog ruim 90 procent bbp aan leenruimte. Dat komt neer op 567 miljard euro (het IMF gaat uit van het verwachte bbp in 2015). Een bedrag genoeg om de hele bevolking ruim 2,5 jaar vrij te stellen van belastingen en sociale premies. Je kunt er ook bijna twintig keer ABN Amro mee redden.
Natuurlijk legt het IMF omstandig uit dat het niet de bedoeling is om de hele begrotingsruimte te gebruiken. De overheid moet juist zo ver mogelijk bij die grens wegblijven. Desondanks toch is het een fijn idee dat we nog ver verwijderd zijn van een nationaal bankroet.