In Zeeland, Limburg en Noord-Brabant is het vanaf vandaag stil op de steiger. De bouwvak is daar begonnen, dus een flink deel van de kleine half miljoen werknemers en zelfstandigen in de Nederlandse bouwnijverheid gooien er de hamer of troffel bij neer. En over twee weken zitten ze allemaal op de camping.
Voor de bouwsector is het handig om vakanties gelijktijdig te plannen. Als de tegelzetter moet wachten tot de loodgieter zich heeft losgerukt uit zijn strandstoel in Benidorm of Alanya, kost dat de opdrachtgever veel geld.
Maar voor veel andere beroepen is het vooral lastig dat Nederland in de zomer massaal aflogt. Wie zaken wil doen, papierwerk wil regelen of vergaderingen wil beleggen stoot in de zomermaanden zijn neus. Afdelingen zijn ontvolkt, geen van de aanwezigen blijkt tekeningsbevoegd, en wie officieel nog moet werken, heeft – bij gebrek aan supervisie – al om half vier de hoorn naast de telefoon gelegd. Vakantie is leuk voor wie het heeft, maar voor de doorwerkers is het om gek van te worden.
De BV Nederland werkt op halve kracht. Wat kost dat eigenlijk? Daarover zijn geen officiële cijfers, maar de vakantieschade valt wel te schatten. Het CBS berekent ieder kwartaal het bruto binnenlands product (bbp) van Nederland. Daarbij proberen de statistici voor seizoensinvloeden te corrigeren. Vergelijk de ongecorrigeerde en gecorrigeerde cijfers en je weet (ongeveer) wat de zomer Nederland kost. Voor de jaren sinds 2000 komt dit gemiddeld uit op bijna vier miljard euro. Dat bedrag loopt Nederland jaarlijks mis vanwege de vlucht naar de zon. Dat is 250 euro per Nederlander, jaar in jaar uit.
Goedbeschouwd valt de schade nog wel mee. Volgens onderzoek gaat van de 15,5 miljoen Nederlanders die niet in verpleeg- of bejaardentehuizen verblijven, 11,5 miljoen met een langere vakantie. Vier miljoen mensen blijven thuis. Gemiddeld gaan de vakantiegangers bijna twee keer per jaar weg, dus het is veilig aan te nemen dat een keer daarvan in de zomer valt. Stel dat zo’n zomervakantie gemiddeld 2,5 week duurt, dan is in de drie zomermaanden 16,5 procent van de Nederlanders afwezig. In een gewoon kwartaal bedraagt het bbp ongeveer 114 miljard euro, dus de zomervakantie zou eigenlijk een productieverlies van negentien miljard euro moeten veroorzaken. En dat is nog zonder het productieverlies van mensen die wel werken, maar hun zakenrelatie niet te pakken kunnen krijgen.
Waarom komt het CBS dan uit op slechts vier miljard? Omdat de zomervakantie Nederland ook veel oplevert. Landgenoten die in Nederland blijven, jagen het vakantiegeld er door heen. En ook de drie miljoen buitenlandse toeristen die Nederland in de zomermaanden bezoeken, consumeren er flink op los. Toerisme is een serieuze bedrijfstak waar bijna vier procent van het Nederlandse bbp wordt verdiend. Dat komt neer op ruim zestien miljard euro. Niet alles daarvan wordt in de zomer gegenereerd, maar als verklaring voor het verschil tussen vier en negentien miljard, voldoen de inkomsten van toerisme toch heel aardig. Vakantie vieren is economisch dus zo gek nog niet, maar dan wel in eigen land.