Negentigduizend Spaanse vrachtwagenchauffeurs blokkeren de grensovergang met Frankrijk. Ze eisen lagere dieselaccijns om de prijsstijgingen van het afgelopen jaar te compenseren. Franse en Portugese truckers volgden hun voorbeeld.
In Nederland voert Transport en Logistiek Nederland al een paar weken actie tegen de hoge accijns. De VVD roept het kabinet op om de verhoging van de dieselaccijns per 1 juli, te schrappen.
Het zijn begrijpelijke, emotionele acties. Maar ze zijn wel helemaal verkeerd. De brandstofaccijns moet juist fors omhoog.
Niet om truckers en automobilisten te pesten, maar om een eind te maken aan de absurde geldstroom van het Westen naar het Midden-Oosten. We kunnen de overwinsten van de olieproducenten beter zelf houden.
Volgens een schatting van het Amerikaanse Ministerie van Energie verdienen de OPEC-landen dit jaar circa één biljoen (duizend miljard) dollar aan hun olie-export. Dat is bijna twee keer zo veel als een jaar eerder.
Met dat geld financieren de sjeiks hun extravagante levensstijl van witte Mercedessen en gouden Rolexen.
En ze bouwen er hun megalomane bouwwerken van. De opgespoten yuppeneilanden in de Golf, de kilometerhoge wolkenkrabbers in de woestijn en de futuristische hotels aan het strand; allemaal betaald met ons geld.
Door de brandstofaccijnzen structureel te verhogen kunnen we dat geld grotendeels zelf houden en hier investeren. Zo zou een oliebelasting van vijftig euro per vat, de Nederlandse schatkist zo’n 15 miljard euro per jaar opleveren.
In plaats van uitgeven kan dat geld ook worden gebruikt om de belastingen te verlagen. Met 15 miljard euro kan de btw in Nederland van negentien naar twaalf procent. Het leven wordt opeens 7 procent goedkoper.
Het werkt natuurlijk alleen als alle olie-importeurs gezamenlijk optreden. Alleen dan wordt de OPEC gedwongen de hogere brandstofaccijns te laten invreten op de eigen winstmarges. Individueel krijgt Nederland de netto olieprijs niet omlaag.
Het wordt dus tijd om tegenover het verkoopkartel van de OPEC een actief inkoopkartel van olie-importeurs te zetten.
De Club van Parijs is daar ooit voor opgericht. Dat samenwerkingsverband van olie-importeurs zou daarom een wereldwijde oliebelasting moeten coördineren. Als dat eenmaal is gelukt, kunnen we vervolgens de accijns geleidelijk verhogen totdat ze in Dubai en Qatar allen nog maar zandkastelen kunnen bouwen.
Zo hoort de overheid volgens de economieboeken om te gaan met een kartel als de OPEC: net zo lang belasten totdat de overwinst verdwenen is.
Pikt de OPEC dat? Zullen ze toestaan dat een groot deel van hun olieopbrengst wordt omgeleid naar de schatkisten van de geïndustrialiseerde landen? Waarschijnlijk wel. In theorie zouden ze op de belastingverhoging kunnen reageren met een productieverlaging. Dan gaat de netto olieprijs weer omhoog en pakken ze hun winstmarge terug.
Maar onderzoek voorspelt dat de meeste OPEC-landen juist met een productieverhoging zullen reageren. Als de netto opbrengst per vat olie daalt, zullen ze dat omzetverlies compenseren door - indien mogelijk - het aantal opgepompte vaten te verhogen.
Helaas lijkt een gezamenlijke actie van olie-importeurs verder weg dan ooit. Verlaging van accijnzen is waarschijnlijker dan verhoging. De belangengroepen brullen en politici gaan door de knieën.
De Belgen voorop. Maandag verlaagde de Belgische regering de benzineaccijns met meer dan een halve cent per liter. Het is al de zesde verlaging in een half jaar tijd.
Iedere keer als dat gebeurt rollen er in het Midden-Oosten een paar oliesjeiks huilend van het lachen uit hun stoel. Zodra ze zijn bijgekomen bestellen ze er direct nog een paar dozijn witte Mercedessen bij. En een container Rolexen. Betaalt door die vriendelijke Belgen.