Toen internetbank Icesave, een dochter van de IJslandse bank Landsbanki, deze zomer de Nederlandse spaarmarkt bestormde, was topman Bert Heemskerk van Rabobank er als de kippen bij om vermeend misbruik van het Nederlandse garantiestelsel door buitenlandse banken te veroordelen.
Achter het pleidooi van Heemskerk ging een duidelijk eigenbelang schuil. Het Nederlandse depositogarantiestelsel wordt betaald door de deelnemende banken, naar rato van hun marktaandeel. Met een geschat marktaandeel van 40 procent, draagt Rabobank de zwaarste lasten als een andere bank omvalt.
Toch is goed om los van het eigenbelang van Rabobank, te kijken naar de argumenten van Heemskerk. Die stelde dinsdag in Het Financieele Dagblad nog eens voor om spaarders de keuze te geven om wel of niet gebruik te maken van het garantiestelsel. Deelname zou gepaard moeten gaan met een vaste korting op de geboden rente, van bijvoorbeeld een half procent.
Voor dit voorstel valt veel te zeggen, omdat het spaarders meer bewust maakt dat elke vorm van vermogensopbouw risico's meebrengt. Ook sparen.
Het Nederlandse stelsel hield hier al enigszins rekening mee doordat van spaartegoeden tussen de 20 en 40 duizend euro maximaal 90 procent gedekt werd onder het garantiestelsel.
Met de noodmaatregel die minister Wouter Bos van Financiën dinsdag bekend maakte - spaargeld wordt tijdelijk gedekt tot een ton - valt dit risico-element tijdelijk weg. Maar als de rust enigszins is weergekeerd in de financiële wereld, moet nog eens serieus gekeken worden naar het voorstel van Heemskerk.
In het geval van internetbankspaarbank Icesave is er echter meer aan de hand. IJsland is geen lid van de Europese Unie, maar neemt deel aan de Europese Economische Ruimte (EER). Daardoor kon het moederbedrijf van Icesave, Landsbanki, gebruik maken van een regeling waarbij de eerste 20.887 euro van Icesave-klanten in Nederland door het IJslandse garantiestelsel zou worden gedekt.
Nu de kredietcrisis in alle hevigheid toeslaat, moet de IJslandse staat garant staan. Maar die zit zodanig in de problemen, dat minister Bos namens Nederlandse spaarders moet lobbyen om eventueel geld uit IJsland te krijgen. Daarvoor moet Icesave/Landsbanki wel eerst failliet worden verklaard.
Dat samenwerking op Europees niveau in de bankencrisis niet veel voorstelt, bleek eerder deze week uit de splitsing van Fortis en ABN Amro langs nationale lijnen. Eigen spaarders eerst, was het devies in Nederland en België.
Omdat IJsland in Europees verband juridische verplichtingen is aangegaan met betrekking tot spaargaranties, is het niet meer dan logisch dat Bos een claim neerlegt bij IJsland, mochten Nederlandse klanten van Icesave niet gedekt worden door de IJslandse garanties.
Tegelijk zou Bos nog eens kritisch moeten kijken naar hybride garantieregelingen, zoals die bij Icesave, waarbij een buitenlandse overheid de eerste 20 duizend euro dekt en Nederland een volgend bedrag.
Als Nederland kiest voor het voorstel van Heemskerk, en de spaarder de keuze krijgt om al dan niet te kiezen voor garantie, zou je kunnen inspelen op een gedeeltelijke dekking door een buitenlandse overheid. Bijvoorbeeld met een extra rentekorting in ruil voor ultieme garantie door Nederland.
Dit alles zou het wel moeilijker maken voor buitenlandse banken om met stunttarieven Nederlandse banken zoals Rabo aan te vallen. Maar daar staat tegenover dat duidelijker is waar de uiteindelijke garantie zit. Nu zweeft de spaargarantie van IJsland ergens tussen Reykjavik en Den Haag.
