Overheden verleenden deze week massale steun aan banken. Maar is het genoeg?

De balansen van banken zitten wereldwijd nog propvol beleggingen in opgeknipte Amerikaanse hypotheken, autoleningen en creditcardschulden. De kern van de kredietcrisis is dat banken elkaar op dit punt niet vertrouwen. En ook spaarders hebben geen idee hoe schoon hun bank eigenlijk is.

Vandaar dat een nieuwe trend zich aandient: eruit met de gifkredieten. Gezonde en zieke delen van banken worden gescheiden. Daarbij zijn er drie verliezers: aandeelhouders, particuliere spaarders en professionele kredietverstrekkers, en overheden.

De methode die is toegepast bij bankverzekeraar Fortis, doet vooral aandeelhouders pijn. Nederland en België hebben de relatief gezonde bank- en verzekeringsonderdelen uit het concern getrokken. In de beursgenoteerde holding zijn de internationale verzekeringsactiviteiten achtergebleven, en een zak met besmette kredieten.

Officieel blijft de aandeelhouder van Fortis achter met een belang van 66 procent in een vehikel waarin voor 10,4 miljard euro aan zwakke kredieten zit. Maar beleggers geven een heel ander signaal over de waarde van deze crisisportefeuille.

Het aandeel van Fortis in de gifportefeuille is 6,8 miljard euro, wat neerkomt op 2,8 euro per aandeel. Donderdagochtend noteerde het aandeel Fortis echter 1,09 euro, waarmee beleggers een veel lagere waardering toekenden aan de dubieuze kredieten.

Afgezien van de resterende verzekeringsactiviteiten is het aandeel Fortis inmiddels verworden tot een beursgenoteerde sterfhuisconstructie.

Meer klassiek is de aanpak van de IJslandse autoriteiten bij de bank Landsbanki, in Nederland bekend van internetspaarbank Icesave. De IJslandse financiële toezichthouder heeft eind vorige week razendsnel gezonde onderdelen ondergebracht in een entiteit die "New Landsbanki" heet.

In het 'oude' Landsbanki blijven besmette delen over, waaronder 'leningen met een specifiek risico', aandelenbelangen in buitenlandse dochterbedrijven, en bezittingen van buitenlandse dochterbedrijven.

Het oude Landsbanki is hiermee de facto een sterfhuisconstructie geworden. Nederlandse spaarders die meer dan een ton hadden weggezet bij Icesave en overheden die geld geparkeerd hadden bij Landsbanki, moeten claims leggen op de bezittingen die zijn achtergebleven in het oude Landsbanki. Dat zal vrijwel zeker gepaard gaan met verliezen voor de kredietverstrekkers.

Optie drie in de bancaire sanering is: steun zoeken bij de overheid en daarmee de belastingbetaler. Donderdagmorgen maakt de Zwitserse bank UBS bekend voor liefst zestig miljard dollar aan besmette kredieten onder te brengen in een aparte entiteit. Die komt onder controle te staan van de Zwitserse centrale bank.

UBS betaalt zes miljard dollar om van de gifkredieten af te zijn, terwijl de Zwitserse centrale bank een lening van 54 miljard verstrekt. De balans van UBS is hiermee opgeschoond, maar de Zwitserse centrale bank draagt het risico van de rommelportefeuille.

Het opschonen van banken door 'gezonde' activiteiten en 'besmette' kredietportefeuilles te scheiden klinkt overzichtelijk. Maar dergelijke operaties kennen wel degelijk verliezers.

Vraag is bovendien: waar trek je precies de grens tussen degelijke leningen en giftig spul? Nu de kredietcrisis de reële economie dreigt te raken gaat het allang niet meer alleen om Amerikaanse subprime-hypotheken.

Als bijvoorbeeld ook iets minder dubieuze, maar niet heel solide Amerikaanse 'Alt-A hypotheken' massaal in de gevarenzone komen, dreigt het gevaar dat wereldwijd niet honderden miljarden maar duizenden miljarden aan kredietbeleggingen in quarantaine moeten.