Begin deze week publiceerde het wetenschappelijk instituut van het CDA een rapport waarin de problemen op de woningmarkt geanalyseerd worden en mogelijke oplossingen geboden.

Een van de beschreven problemen is dat de vormgeving van het huidige fiscale stelsel het aantrekkelijker maakt geld te lenen om een huis te financieren dan hiervoor eigen geld in te zetten. Dit komt doordat het tarief waartegen hypotheekente mag worden afgetrokken hoger is dan de belasting die over ontvangen rendement moet worden betaald.

Om hier wat aan te doen, stelt het wetenschappelijk instituut van het CDA voor een vlaktaks in de inkomstenbelasting in te voeren en wel eentje ter hoogte van 37 procent. Hierdoor komt het tarief in de inkomstenbelasting dat nu oploopt tot 52 procent dichter te liggen bij het percentage (30 procent) dat op rendement over vermogen moet worden betaald.

Een bijkomend voordeel van een vlaktaks is volgens het CDA-instituut dat mensen die meer verdienen niet langer meer van de hypotheekrenteaftrek kunnen profiteren dan mensen met lagere inkomens. Nu kunnen mensen die 52 procent belasting betalen ook hun hyptheekrente tegen dit tarief aftrekken. Het gevolg hiervan is dat hetzelfde huis iemand met een lager inkomen netto meer kost dan iemand met een hoger inkomen.

In het rapport wordt niet verder ingegaan op hoe de vlaktaks van 37 procent er dan verder precies uit moet komen te zien. Toch lijkt het hier niet om een losse opmerking te gaan. In het rapport staat dat het wetenschappelijk instituut van de grootste regeringspartij in het voorjaar een studie naar een "sociale" vlaktaks wil verrichten. CDA-leider Balkenende noemde het idee van de week al bijzonder interessant. Het lijkt er dus op dat het CDA de vlaktaks terug wil hebben op de agenda. Reden om het voorstel serieus te nemen.

Opmerkelijk aan de voorgestelde vlaktaks is dat het een percentage heeft van 37 procent. Die 37 procent is terug te voeren op een rapport uit 2001. Daarin komt het instituut tot de conclusie dat doordat mensen met hogere inkomens relatief veel kunnen aftrekken en mensen met lagere inkomens weinig, iedereen eigenlijk gemiddeld zo’n 37 procent belasting betaalt. Dit gemiddelde tarief zou je voor het gemak dus net zo goed voor iedereen kunnen laten gelden, zo is de gedachte.

Inmiddels is uit berekeningen van de economen Bas Jacobs, Ruud de Mooij en Kees Folmer echter al gebleken dat een vlaktaks van 37,5 procent niet een onverdeeld positief effect heeft op de arbeidsparticipatie. Voor kostwinners en alleenstaanden die nu in de hogere belastingtarieven vallen, wordt het wel aantrekkelijker meer te gaan werken, maar veel tweeverdieners met een deeltijdbaan zien minder terug dan nu van iedere extra verdiende euro. De participatiegraad van vrouwen zal dus afnemen.

Voor de arbeidsparticipatie zou het beter zijn een lagere vlaktaks in te voeren. Dat kan, zonder dat de inkomsten van de overheid omlaag gaan door aftrekposten en vrijstellingen af te schaffen. In de meeste plannen voor vlaktaksen wordt hier dan ook een lans voor gebroken.

Iets anders opmerkelijks aan het plan is dat het CDA een zo grote aftrekpost als de hypotheekrenteaftrek in stand houdt. Meestal wordt in plannen voor een vlaktaks meteen een lans gebroken voor het afschaffen van allerhande aftrekposten en vrijstellingen (o.a. de VVD en de Raad van Economisch Adviseurs pleitte eerder voor een vlaktaks). Juist in het schrappen in het woud van aftrekposten en vrijstellingen die het Nederlandse stelsel rijk is, ontlenen plannen voor een vlaktaks een belangrijk deel van hun schoonheid.

Een vlaktaks invoeren is de manier waarmee je in een keer de hypotheekrenteaftrek kunt afschaffen en ouderen kunt laten meebetalen aan de AOW. Het resultaat: geen heilige huisjes meer en een kinderlijk eenvoudig belastingsysteem waarvoor niemand meer een belastingadviseur nodig heeft.

Uiteraard is de het de vraag of het afschaffen van aftrekposten niet allerlei onwenselijke bijeeffecten heeft. Aftrekposten zijn er immers niet voor niks. Interssant is in deze het onderzoek van de Leidse hoogleraren Goudswaard, Caminada en Vording naar de effecten van een vlaktaks pur sang. Volgens hen kun je als je alle aftrekposten en vrijstellingen afschaft toe naar een vlaktaks van 25,5 procent. Verrassend genoeg vallen de koopkrachteffecten van een dergelijke excercitie relatief mee.

Voor werknemers en ambtenaren blijven de effecten in de meeste gevallen tussen de -5 en + 5 procent. 65-plussers gaan er weliswaar meer op achteruit. Dit zijn geen misselijke effecten. Ze zijn zeker te groot om een dergelijk systeem morgen te kunnen invoeren, maar klein genoeg om een dergelijk plan serieus te willen bekijken.

Hopelijk durven partijen dit en komt er geen vlaktaks waarin de kool en de geit gespaard worden.