Dat zeggen beurshandelaren vrijdag in reactie op de forse koersdaling van ING op de beurs. ING ging op de AEX harder omlaag dan de andere financiële fondsen.
De afgelopen week zwollen geruchten aan dat Europese grootbanken fors moeten afschrijven op investeringen en leningen aan bedrijven en fondsen in Oost-Europa, waar de wereldwijde recessie hard toeslaat.
Als gevolg van inzakkende valutakoersen van Oost-Europese munten worden investeringen en bezittingen, zoals obligaties, minder waard.
Zorgen rond ING
De zorgen treffen in Nederland vooralsnog vooral ING, omdat het bedrijf beursgenoteerd is.
Op de AEX zakte het aandeel vrijdagochtend meer dan 13 procent. Een direct gevolg van de zorgen onder aandeelhouders, zeggen handelaren, en de "oorverdovende stilte" van de kant van ING, zoals één van hen het omschreef. Maar eigenlijk is men bezorgd om alle grootbanken.
Investeringen
De zorgen draaien vooral om de indirecte blootstelling die ING heeft in Oost-Europa. De directe, eigen investeringen mogen dan meevallen - in Polen zou het gaan om 1,1 miljard euro, een schijntje op de ING-balans - maar het is de markten onduidelijk hoeveel geld ING heeft zitten in fondsen en bedrijven die miljarden in Oost-Europa investeerden.
ING kon vrijdag desgevraagd niet meteen aangeven hoe het daarmee zit.
Molensteen Oost-Europa
Volgens de Bank for International Settlements (BIS) hadden Nederlandse banken eind vorig jaar meer dan 122 miljard euro aan investeringen, leningen en bezittingen uitstaan in Oost-Europese landen. Polen (41,8 miljard) en Rusland (22,6 miljard) spannen daarbij de kroon.
Maar de BIS kan niet zeggen welke bank hoeveel en waar precies geïnvesteerd heeft. Centrale banken van landen leveren de informatie die zij krijgen van banken aan de BIS, waardoor de organisatie niet kan zeggen hoeveel geld de individuele financiële instellingen ergens hebben uitstaan.
Geruchtenstroom
Door het gebrek aan informatie wordt de geruchtenstroom alleen maar gevoed. Marktpartijen grijpen ieder brokje informatie aan en proberen er een groter beeld uit te destilleren. Maar die brokjes geven soms misschien een totaal vertekend beeld, of worden verkeerd geïnterpreteerd.
Zo is de marktkapitalisatie van ING, de waarde die het bedrijf wordt toegedicht door puur naar het aantal en de waarde van de aandelen te kijken, inmiddels gezakt tot onder de 10 miljard euro (bron: Thomson Markets).
Dat cijfer heeft vrijwel niets te maken met de waarde van de bezittingen van ING, die vele malen groter is dan de marktkapitalisatie. Toch baart dat cijfer de markt zorgen.
Ook liet ING gisteren weten dat het nog niet weet of het rente gaat betalen over de eeuwigdurende obligaties die het heeft. Het bedrijf mag dat zelf bepalen en in een ander tijdgewricht was zo'n bericht waarschijnlijk met een schouderophalen ontvangen.
Geldproblemen?
Maar nu niet. Want het leidt direct tot het gerucht dat ING nu opeens wel heel erg hard overal geld vandaan probeert te halen, wat mogelijk zou kunnen duiden op kasstroomproblemen bij de bank.
Ook een in de regel positief bericht wordt direct in dat negatieve licht geplaatst.
Rond half vier in de namiddag meldde ING dat het een nieuwe obligatie heeft uitgeschreven en daar vier miljard euro mee opgehaald heeft. Het klinkt goed, en ING wil hiermee misschien laten zien dat het met steun van de overheid met gemak geld op kan halen.
Maar marktpartijen interpreteren het juist als bevestiging van het gerucht dat ING hard geld nodig heeft, en dat er dus iets mis moet zijn.
Waarvan akte: op de beurs zakte het aandeel ING direct na de bekendmaking nóg verder naar beneden, van een min van 13 procent naar bijna 16 procent lager.
Schade en schande
Dit alles stapelt zich op en opent misschien de deur naar nieuwe overheidsinterventie, zo wil één van de geruchten die nu rondgaan. Die nieuwe interventie zou dit weekeinde al gaan plaatsvinden.
Terecht of niet, en vooral: waar of niet, "de markt houdt daar echt serieus rekening mee", bezweert een handelaar. Die herinnert eraan dat ING de vorige keren ook bleef volhouden dat er niets aan de hand was, maar 's zondags alsnog een overheidsinterventie moest aankondigen.
Noem het paranoïa of noem het door schade en schande wijs geworden, maar marktpartijen nemen niet zomaar meer genoegen met wat een bank zegt. Er zal steeds boter bij de vis moeten.
Openheid, openheid, openheid
Als marktpartijen gaan twijfelen aan het woord van een bank, wordt het voor de communicatieafdeling van dat bedrijf zeer moeilijk om de berichtgeving nog te sturen. Voor beursgenoteerde banken als ING zijn de mogelijkheden nog beperkter, door het scala aan regels en wetten waaraan de eigen financiële berichtgeving moet voldoen.
Het énige wat nou zou kunnen helpen, is maximale openheid over de situatie.
Openheid van ING, openheid van Aegon, openheid van Rabobank, openheid van de hele Europese bank- en verzekeringssector over hoe het ervoor staat met de financiën, de bezittingen en de eventuele rotte plekken. Eigenlijk wat eurocommissaris Neelie Kroes deze week voorstelde, maar waar nauwelijks op gereageerd werd.
Nu nog maken banken veel informatie niet openbaar uit concurrentieoverwegingen. Maar dat blokkerende argument vervalt als alle banken hun was in één keer buitenhangen. En dus heeft Kroes gelijk.
