Geen land in de eurozone is zo hard getroffen door de crisis als Ierland. Alle Ierse zeepbellen zijn tegelijk geknapt. Elke vijf minuten gaat er een Ierse baan verloren. De Ierse economie krimpt dit jaar waarschijnlijk met een procent of zes.

Het tekort op de Ierse begroting loopt snel op. De regering verwacht dit jaar 33 miljard euro binnen te krijgen, terwijl de uitgaven 55 miljard euro bedragen. Geen wonder dat de aandelenbeurs is ingestort. Dinsdag bereikte de koersen op de Dublin Stock Exchange het laagste peil in veertien jaar.

Spanje staat er niet veel beter voor. In het vierde kwartaal van 2008 kromp de economie met een vol procent. De werkloosheid zal dit jaar oplopen naar 18,5 procent, zo is de verwachting. En vorige maand verloor Spanje de AAA-rating van Standard & Poor’s. Dat betekent dat de financiële wereld denkt dat het risicovoller is om geld aan Spanje te lenen.

Ook in Italië, Portugal en Griekenland lopen de begrotingstekorten snel op. De overheden moeten al een flinke renteopslag betalen op hun obligaties van zo’n twee tot drie procentpunt.

Vicieuze cirkel van twijfel
Naarmate de schulden van deze perifere eurolanden oplopen, en de rentelasten hoger worden, neemt de twijfel bij internationale kapitaalschieters toe. Kunnen de lidstaten aan de ‘eurorand’ in de toekomst hun verplichtingen nog wel voldoen? Direct gevolg van die twijfel is dat de financiers nog hogere rente vragen.

Deze vicieuze cirkel van twijfel over de kredietwaardigheid en rentestijgingen, kan landen als Ierland uiteindelijk stevig opbreken. Deze instabiliteit aan de randen geeft onrust in de andere eurolanden. Vooral de Duitsers zien de problemen van de ‘Club Med plus Ierland’ met angst en vrees aan.

De Duitse overheid voert daarom een fluistercampagne binnen de EU om de geesten rijp te maken voor financiële hulp aan eurolanden in nood. Zo zouden er plannen gemaakt worden voor een ‘bilaterale obligatie’, waarbij een sterk euroland (lees: Duitsland) zijn kredietwaardigheid als het ware uitleent aan een zwakke lidstaat. Ongeveer zoals rijke ouders de hypotheek van hun kind meetekenen.

Peer Steinbrück, de Duitse minister van Financiën, liet zich maandag ontvallen dat de realiteit is dat eurolanden elkaar zullen moeten redden, als dat nodig is. Dat was de Italiaanse premier Silvio Berlusconi al langer bekend. ‘Het is in ons aller belang dat geen euroland failliet gaat’, zei hij in een interview in het Duitse Bild.

Problemen worden uitgesmeerd
Brr. Ons belang blijkt bij Berlusconi meestal zijn eigen belang te zijn. Zo ook nu. Als de kapitaalmarkt gelooft dat Noord-Europa de zuidelijke lidstaten (plus Ierland) uiteindelijk te hulp zal schieten, gaat zijn renteopslag nu al omlaag.

Maar die van het noorden gaat tegelijkertijd omhoog. De opslag van de probleemlanden wordt uitgesmeerd over de hele monetaire unie. Populair gezegd: wij betalen voor de Italianen (en de Ieren, Grieken, Portugezen en Spanjaarden).

Maar zo makkelijk zal het niet gaan. In het Verdrag van Maastricht is een duidelijke regel afgesproken: geen reddingsoperaties tussen eurolanden. Deze zogenoemde ‘no-bailout-clausule’, staat in artikel 104 van dit EU-Verdrag (zie kader: Verdragstekst).

Eurolanden mogen elkaar in principe dus niet te hulp schieten. Dat hebben de opstellers van het EU-verdrag in 1992 zo bedacht, precies om de huidige situatie te voorkomen.

Een euroland dat kan rekenen op steun van andere eurolanden zal minder voorzichtig begroten. Een te hoge staatschuld kan toch worden afgewenteld op de buren.

Om dat voor het eurogebied als geheel desastreuze opportunisme de pas af te snijden, werd het no-bailout-gebod opgesteld. De Ieren hoeven niet te rekenen op Duitse hulp, de Grieken kunnen niet aankloppen bij de Nederlandse belastingbetaler.

Buitengewone omstandigheden
Maar helaas, zoals met alles in Europa, is ook deze regel minder hard dan hij lijkt. Er is nog een artikel over dit onderwerp, nummer 103.

Daarin staat dat onder buitengewone omstandigheden, die een lidstaat niet kan beheersen, de EU-landen kunnen besluiten toch te hulp te schieten. Daarover moet dan wel met unanimiteit van stemmen besloten worden.

Zo staat het tenminste in het Verdrag van Maastricht. In het nieuwe EU-verdrag wordt van unanimiteit van stemmen niet meer gerept. Maar dat verdrag is – hoe ironisch – door het Ierse ‘Nee’ van vorig jaar in de ijskast beland.

Nederland zou dus dwars kunnen liggen en eventuele hulp voor Ierland of de Club Med kunnen blokkeren. En dat is ook precies wat het Kabinet moet doen.

Nu is het de kredietcrisis, waarbij financiële hulp nog wel te verdedigen is. Maar over twintig jaar is het de pensioencrisis die in landen als Frankrijk en Italië financiële problemen veroorzaakt. Het is in het belang van landen met een flinke pensioenpot, zoals Nederland, dat de Europese no-bailout-regel tegen die tijd nog spijkerhard geldt.