Leven de commissarissen van energiereus Shell op een andere planeet? Je vraagt het je toch af, bij het aanschouwen van de bonussen die de hoogste bestuurders krijgen toegekend.

Uit het dinsdagochtend 17 maart gepubliceerde jaarverslag, bleek dat Shell wel erg coulant omgaat met de eigen spelregels bij het toekennen van bonussen aan het hoogste management.

Miljoenenuitkering
Voor het tweede opeenvolgende jaar krijgen topbestuurders, waaronder voorzitter Jeroen van der Veer, recht op een miljoenenuitkering, terwijl het bijhorende prestatiecriterium niet is gehaald. In dit geval gaat het om de koers van het aandeel Shell, die achter is gebleven vergeleken met andere grote energieconcerns.

Zie: Prestatie onvoldoende, toch bonus Shell-top.

Nu heeft Shell zich zo ingedekt dat er formeel niets onoorbaars is gebeurd. De basisregel bij de lange-termijnbeloning in aandelen, waar het in dit geval om draait, luidt dat een lage plaats in de vergelijkingsgroep met andere oliebedrijven leidt tot het vervallen van voorwaardelijke bonussen.

Tegelijk behouden Shell's commissarissen zich het recht voor in twijfelgevallen anders te beslissen. En zo is geschied. Let wel: ten gunste van het topbestuur. Eigenlijk hadden Shell-bestuurders op grond van koersprestaties van het aandeel, geen lange-termijnbonus moeten krijgen in de jaren 2008 en 2009. Maar de commissarissen vonden een pluk gratis aandelen voor de bestuurstop toch op zijn plaats. Tot twee maal toe.

In geld uitgedrukt ging het voor topman Jeroen van der Veer over 2008 om een mazzelbonus van 2,7 miljoen euro, terwijl dit jaar op basis van de huidige beurskoers 1,4 miljoen euro klaar ligt.

Loon en prestatie
De coulance van de Shell-commissarissen wekt des te meer bevreemding, omdat het om een soort bonus gaat die het hart van de wereldwijde beloningsdiscussie raakt. Dat wil zeggen: bonus naar prestatie.

Als het verschil tussen plaats drie of vier op een vooraf bepaalde ranglijst wel of geen miljoenenbonus betekent, is 'toch- maar-een-oogje-dicht-knijpen' niet op zijn plaats. Dat besef blijkt echter niet te leven bij Shell's commissarissen, zelfs nu de kredietcrisis de discussie over topbeloningen meer dan ooit op scherp heeft gezet.

Kok en Wijers
De eerste verantwoordelijkheid binnen Shell ligt bij het beloningscomité, waarin de Britse Shell-commissarissen Sir Peter Job en Lord Kerr of Kinlochard zitting hebben, alsook Deutsche Bank-topman Josef Ackermann.

In bredere zin valt moeilijk te rijmen dat de Nederlandse Shell-commissarissen Wim Kok en Hans Wijers akkoord zijn gegaan met de net-niet-prestatiebonus voor het topmanagement. Voormalig PvdA-premier en oud-voorzitter van het FNV Kok geldt als een vroege criticus van 'exorbitante zelfverrijking' onder managers; Wijers pleitte als AkzoNobel-topman eind 2007 in Elsevier voor heldere afspraken over beloning en prestatie, onder meer bij de verkoop van een bedrijf.

Dissonant voor Van der Veer
Teleurstellend is verder dat het afzwaaien van Van der Veer als Shell-topman met een flinke dissonant gepaard gaat. Operationeel heeft de Nederlander het immers allesbehalve beroerd gedaan. Zie: Shell-baas laat rijke erfenis achter.

Na de crisis rond de opgeblazen olie- en gasreserves in 2004 maakte Van der Veer zich hard voor een cultuuromslag bij Shell, waarbij de nadruk op individuele prestatieprikkels voor managers plaats zou maken voor betrokkenheid bij de onderneming als geheel.

De kredietcrisis bood een mooie gelegenheid deze cultuuromslag ook op beloningsgebied duurzaam in te vullen. Een gemiste kans.