Het Centraal Planbureau (CPB) houdt vast aan de voorspelling van twee weken geleden. De Nederlandse economie krimpt dit jaar met 3,5 procent (een naoorlogs record) en met een kwart procent volgend jaar, zo blijkt uit het dinsdag verschenen Centraal Economisch Plan (CEP).

Het zijn rampzalige cijfers, Maar in elk geval vonden de economen van het Planbureau het niet nodig de prognoses nog verder omlaag te schroeven. Dat is een schrale troost.

Structurele schade
Hoe schraal precies, wordt pas in het laatste hoofdstuk van het rapport duidelijk. Hoofdstuk 5, gaat over de structurele schade die de kredietcrisis aan de Nederlandse economie voor de lange termijn kan toebrengen.

Het is een ontnuchterende analyse, want stilletjes hoopten we toch dat de crisis alleen tijdelijke ellende zou brengen. Als we zo tegen 2011 weer uit de recessie opkrabbelen, kan Nederland weer op de oude voet verder. De crisis is dan slechts nog een nare herinnering.

Reken er maar niet op, stelt het CPB. Tijdelijke, conjuncturele problemen hebben vaak langdurige gevolgen. De crisis tast het fundament van de economie aan.

Verloren jaren niet inhalen
Mocht de groei straks weer aantrekken, dan betekent dat allerminst dat we de verloren jaren weer inhalen. Met een beetje pech blijft de economie langdurig op een lager groeipad liggen. Het CPB baseert die conclusies op een analyse van de ervaringen van 22 verschillende landen die een financiële systeemcrises hebben meegemaakt.

De economen geven vijf redenen voor de structurele doorwerking van de huidige recessie.

1. Werkloosheid blijft hoog
Door de crisis stijgt de werkloosheid (gemiddeld met 7 procentpunten). Een aantal van de werklozen zal vaardigheden verliezen, of wordt althans door werkgevers als minder bruikbaar gezien. De werkloosheid komt daardoor na de recessie op een hoger peil te liggen dan ervoor. Er is minder (kwalitatief) arbeidsaanbod, waardoor de potentiële groei van de economie afneemt.

2. Hogere belastingen
Tijdens de recessie zal de overheid de staatschuld laten oplopen. Uitgaven stijgen, inkomsten dalen. Hard bezuinigen in een recessie werkt contraproductief. De hogere schuld dwingt de overheid om na de recessie de belastingen te verhogen. Gaat de inkomstenbelasting omhoog, dan wordt werken minder aantrekkelijk. Hogere winstbelasting zal de ondernemerszin temperen. Beide effecten verminderen de groeicapaciteit van de economie.

3. Kapitaalvernietiging
Bedrijven gaan failliet tijdens de recessie. Machines verdwijnen op de schroothoop, kantoren verliezen hun waarde. Deze kapitaalvernietiging zorgt ervoor dat na de recessie de arbeidsproductiviteit lager komt te liggen. Er zijn immers minder kapitaalgoederen per werknemer (gechargeerd: twee man die één schoffel moeten delen krijgen minder gedaan op een dag).

Bedrijven die de crisis overleven doen dat door te bezuinigen op investeringen. Banken vragen een risico-opslag op de rente, wat de investeringszin van het bedrijfsleven verder afremt. Ook hiervan is het gevolg: minder kapitaalgoederen, dus minder groei.

4. Kennisontwikkeling stagneert
Uitvindingen en innovaties zijn de echte motor van langdurige economische groei. Maar tijdens een recessie bezuinigen veel bedrijven op R&D. Ze hebben al hun geld nodig om overeind te blijven, en banken zijn er niet happig op om de financiering van onderzoek en ontwikkeling over te nemen. Een paar jaar met geringe R&D-investeringen zet de economie op een structureel lager groeipad.

5. Protectionisme
Ten slotte kan – zeker bij een mondiale crisis als waar we nu inzitten – protectionisme de kop opsteken. De reflex van beleidsmakers om toch in eerste instantie alleen de eigen economie te redden, is sterk. Zijn de protectionistische maatregelen eenmaal genomen, dan ligt het politiek vaak moeilijk om ze na de recessie weer snel terug te draaien.

Handelsbelemmeringen zijn als zand in de motor van de internationale economie. Juist een land als Nederland zal daar bovengemiddeld veel last van hebben.