Consumenten zien de toekomst wat minder somber in. Volgens de laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek is het consumentenvertrouwen in april flink gestegen.
De gemiddelde Nederlander denkt zelfs al weer voorzichtig aan het kopen van een bankstel, keuken of auto. De bereidheid om grote uitgaven te doen lag in het eerste kwartaal van dit jaar fors hoger dan in het laatste kwartaal van 2008.
Deze koopbereidheid ligt inu op min13. Dat is beter dan gedurende alle maanden van 2005.
Geen wonder. De cao-lonen zijn begin dit jaar gemiddeld met 3,7 procent gestegen. De btw-verhoging is niet doorgegaan. En dan is ook nog de WW-premie voor werknemers afgeschaft.
In de laatste raming schrijft het CPB dat de koopkracht voor de meeste huishoudens stijgt in 2009 en in blijft op peil in 2010. “Voor de scherpste economische neergang sinds de jaren dertig is dat een verrassende uitkomst.”
Prima, denken economen. Als de Nederlandse consument blijft uitgeven legt dat een bodem in de recessie. Geld moet rollen, sparen komt later wel weer.
Voor de economie als geheel is daar geen speld tussen te krijgen. Maar voor individuele Nederlanders zou deze macro-economische redenering geen rol moeten spelen. Laat anderen maar uitgeven en de economie redden. Een verstandige consument gaat nu juist sparen. Zoveel als ‘ie kan. Waarom? Hier vijf goede redenen.
1. Werkloosheid loopt snel op
De belangrijkste reden om nu zo snel mogelijk een forse financiële buffer op te bouwen is dat de crisis de inkomenszekerheid vermindert. Halverwege 2010 zijn er volgens de voorspelling van het CPB 675.000 werklozen in Nederland. Dat is het hoogste aantal ooit. Misschien dat het er aan het einde van volgend jaar zelfs 800.000 mensen zonder werk zitten.
De ouderen onder hen kunnen in veel gevallen het nog een flinke periode met een WW-uitkering uitzitten. Maar jongeren hebben daar vaak maar een paar maanden recht op.
Iemand die na 1979 is geboren en bijvoorbeeld vijf jaar werkervaring heeft, krijgt slechts vijf maanden een ww-uitkering. Daarna is er de bijstand. Maar die krijg je niet als je partner werkt. Bovendien moet je dan eerst je eigen huis verkopen.
2. We hebben jarenlang niet gespaard
In 2003 verloor Nederland zijn calvinistische inslag. Dat jaar gaf de gemiddelde Nederlander meer uit dan er binnen kwam. Van iedere euro die er netto werd verdiend, gaven we 1,03 euro uit. De spaarquote was negatief.
In de daaropvolgende drie jaar bleef dat zo. In 2007 gaven we gemiddeld net zoveel uit als we verdienden. Pas vorig jaar was er weer sprake van een positieve spaarquote, van een kwart procent. Van iedere euro gaven we vorig jaar 99,75 eurocent uit.
Nederland leefde dus jarenlang op de pof. In de verwachting dat huizenprijzen en aandelenkoersen eeuwig zouden stijgen ging alle voorzichtigheid overboord.
3. Nederland staat rood
Sparen deden we niet. Lenen des te meer. Het bedrag aan uitstaande hypotheken liep de afgelopen tien jaar op van minder dan 200 miljard euro eind vorige eeuw, tot 500 miljard euro nu. Het bedrag aan consumptief krediet verdubbelde in die periode. Eind 2008 stond er voor 24 miljard euro aan persoonlijke leningen uit.
4. Vermogen is verdampt
Niet sparen, wel lenen, en toch werden Nederlanders rijker en rijker. Zowel het CPB als De Nederlandsche Bank zagen de vermogenspositie van de gemiddelde Nederlander jaar op jaar verbeteren. Het ging daarbij echter om papieren, niet-gerealiseerde vermogenswinst.
Zolang de huizenprijs omhoog ging, werden huiseigenaren ieder jaar rijker. En toen na 2003 de aandelenkoersen structureel gingen stijgen, schreven honderdduizenden kleine beleggers ieder jaar virtuele euro’s bij op hun balans.
Intussen is de huizenprijs aan het dalen. Het vermogen in bakstenen smelt weg. De AEX-index maakte in 2008 de grootste val ooit. Het aandelenvermogen van huishuidens daalde van een kleine 37 miljard begin 2007, tot niet meer dan 17 miljard eind 2008.
In beleggingsfondsen zal in 2007 nog eens 55 miljard euro. Daarvan is nu nog zo’n 24 miljard over. De buffers zijn geslonken en moeten snel worden aangevuld.
5. Belastingen straks omhoog
Nog een reden om te sparen: de staatsschuld loopt snel op. Van alle eurolanden gaat het alleen in Ierland nog sneller. De inkomsten van de Nederlandse overheid lopen terug, terwijl de uitgaven stijgen. Bovendien vallen de aardgasbaten tegen.
De staatsschuld bedraagt nu 345 miljard euro, dat is gelijk aan 58 procent van het bruto binnenlands product (bbp). Volgens het CPB loopt dat volgend jaar op naar ruim 62 procent.
Vroeg of laat – en waarschijnlijk vroeg – moet die schuld weer omlaag. Dat lukt alleen met bezuinigingen en lastenverzwaring. En dus komt Den Haag straks een flink groter deel van je salaris ophalen. Het is verstandiger nu al wat geld opzij te zetten zodat je staks niet helemaal op zwart zaad zit.