De vennootschapsbelasting in Nederland is maximaal 25,5 procent. Dat is lager dan in Amerika, maar dit is niet de reden voor Obama om Nederland als belastingparadijs te bestempelen. Er zijn wel meer landen met een lagere vennootschapsbelasting dan Amerika.

"Volgens de definitie van OESO en de EU moet een land om geen belastingparadijs te zijn duidelijk zijn waarover wat betaald moet worden en hierover ook inlichtingen verschaffen aan andere landen. Nederland voldoet hieraan en is dus geen Belastingparadijs", legt hoogleraar Internationalaal Belastingrecht Irene Burgers verbonden aan Rijksuniversiteit Groningen uit. Dit wil volgens Burgers echter niet zeggen dat Nederland voor multinationals geen voordeling land is om zich te vestigen.

In een rapport van het onderzoeksbureau SOMO, dat het gedrag van multinationals onderzoekt, staat dat Nederland dan misschien geen puur belastingparadijs is vergelijkbaar met de Kaaiman Eilanden of Bermuda, maar dat een bedrijf het in Nederland geldende regime wel degelijk kan gebruiken om minder belasting te betalen. En dit is de reden waarom Obama Nederland als belastingparadijs heeft bestempeld, ook al trok hij dit later weer in.

Deelnemingsvrijstelling
Een van de redenen waarom Nederland populair is als vestigingsplaats heeft te maken met de zogenoemde deelnemingsvrijstelling. Deze regelt dat een bedrijf over winsten van dochterondernemingen geen vennootschapbelasting hoeft te betalen. Het idee is dat de dochter al vennootschapsbelasting heeft betaald en het daarom dubbelop is bij het moederbedrijf nog een keer belasting te heffen. Ook over winsten van in het buitenland gevestigde dochters heft Nederland bij het moederbedrijf geen belasting. Dit is omdat Nederland vindt dat een bedrijf moet kunnen concurreren op de lokale markt waar het opereert. Een Indonesische dochter van een Nederlands bedrijf betaalt daarom bijvoorbeeld het Indonesische tarief en niet het Nederlandse.

Volgens onderzoeksbureau SOMO kan deze manier van heffen er echter voor zorgen dat brievenbusmaatschappijen helemaal geen belasting over de winst van een dochter hoeven te betalen, bijvoorbeeld omdat de dochter in laten we zeggen Tanzania zit, dat om bedrijven te trekken de eerste zoveel jaar geen belasting heft. Nederland heft vervolgens ook niets. De onbelaste winst kan vanuit Nederland weer worden doorgesluisd naar een echt belastingparadijs en dan nog weer verder. Nederland maakt het op deze manier, zo verwijten de Amerikanen ons, mogelijk om belasting te ontwijken.

Amerika vindt dat het tarief dat in het land waar het moederbedrijf staat, leidend moet zijn. Betaalt een dochterbedrijf van een Amerikaans bedrijf minder belasting, dan moet er in Amerika worden bijbetaald. Het idee is dat er zo dus altijd wordt betaald, en bij voorkeur het Amerikaanse tarief.

Zekerheid
Wat Nederland verder aantrekkelijk maakt is dat een bedrijf van te voren van de overheid zekerheid kan krijgen hoe zaken belast worden. Volgens hoogleraar Burgers is dit omdat de Nederlandse wetgeving vrij veel open einden kent. Bedrijven die toch zekerheid willen hebben, kunnen die krijgen. In het buitenland wordt vaker gedacht dat bedrijven het zo met de Nederlandse overheid op een akkoordje kunnen gooien. "Dat is niet zo", zegt Burgers. "Er wordt alleen verteld hoe de regels zullen worden toegepast." Voor bedrijven is het echter weldegelijk fijn om te weten waar ze aan toe zijn.

Hier komt nog bij dat Nederland met heel veel landen in belastingverdragen afspraken heeft gemaakt over welke belasting waar geheven wordt. Ook dit moet dubbele heffingen voorkomen, zegt Burgers. Het idee is dat dit het voor Nederlandse bedrijven makkelijker maakt handel te drijven in het buitenland. Volgens onderzoeksbureau SOMO is het gevolg van deze verdragen echter dat bedrijven vaak minder belasting over in het buitenland ontvangen dividenden, rentes en royalties hoeven te betalen dan ze zonder zo'n verdrag zouden moeten.

Door zich - al dan niet als brievenbusmaatschappij - in Nederland te vestigen maken ook bedrijven die oorspronkelijk niet in Nederland gevestigd waren gebruik van deze voor Nederlandse bedrijven gesloten verdragen. Volgens onderzoeksbureau Tax Justice is dit waar bands als U2 en The Rolling Stones gebruik van maken. Volgens Tax Justice zouden brievenbusmaatschappijen eigenlijk niet van de afspraken die voor 'echte' Nederlandse bedrijven gemaakt zijn moeten mogen profiteren.