Een half jaar geleden leek de toekomst voor de banken bijzonder somber. Bijna zonder uitzondering waren ze in de financiële problemen gekomen.
Ze kregen de schuld van de kredietcrisis. En politici en toezichthouders liepen zich warm om de bijl in hun bedrijfsmodel te zetten.
Perverse slemppartij
Geen enorme bonussen meer voor management en handelaren. Geen grote risico’s meer op de balans.
Nieuwe, snoeiharde regels moesten de sector in het gareel krijgen en een volgende kredietcrisis voorkomen. De perverse slemppartij op Wall Street, de Londense City en de Zuid-as in Amsterdam was voorgoed voorbij.
Kopje kleiner
Wouter Bos suggereerde een paar maanden geleden zelfs een om grote banken een kopje kleiner te maken. “Hoe groter de bank, hoe groter het risico”, zei hij. “Dat wil ik niet nog eens meemaken.’’ Als een bank te groot is om failliet laten gaan omdat dan het hele financiële stelsel kopje onder gaat, dan is die bank eigenlijk gewoon te groot.
In de ideale situatie zijn er geen ‘systeembanken’ en kan de overheid met de armen over elkaar toekijken als er eentje omvalt. Bos kreeg enthousiaste bijval van PvdA-Kamerlid en econoom Paul Tang.
Theoretisch hadden de PvdA-ers helemaal gelijk. Maar in de praktijk valt het niet mee om de handen voor hun idee op elkaar te krijgen. Tang voorspelde dat al in NRC Handelsblad: “De idee van klein en veilig zal door de sector niet juichend ontvangen worden”. In Europa vonden zij blijkbaar ook geen medestanders. We hebben althans weinig meer van het plan gehoord.
De klant centraal
In Nederland kwam Commissie Maas in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Banken met een rapport vol aanbevelingen waar de opdrachtgevers niet bepaald van schrokken. De klant moet weer centraal komen te staan, stelt Maas, die verder pleit voor zaken als een bankiersexamen en de ondertekening van een ‘moreel-ethische verklaring’ door bankbestuurders. Ook wil Maas dat banken in goede tijden meer buffers aanhouden.
Het zijn allerminst onzinnige voorstellen. Maar de aanbevelingen van Maas bijten niet. Harde regels en sancties komen er niet in voor. Ook is de aanpak van de bonuscultuur te karig. De bonussen voor handelaren blijven buiten schot, zo merkte de Autoriteit Financiële Markten (AFM) deze week op.
De AFM zag nog een ‘lacune’. Volgens de kritische toezichthouder blijven ‘zorgplicht, zorgvuldig omgaan met klantbelang, ongewenste prikkels voor commerciële medewerkers, managers, productontwikkeling en marketing buiten beeld’.
Stoere taal
Ook in andere landen wordt de financiële sector met handschoentje aangepakt. De Britse politiek lijkt zich al weer snel achter de belangen van de Londense City te hebben geschaard, en stemde deze zomer pas na grote druk in met een Europees voorstel voor meer toezicht op de banken. Het Britse verzet tegen toezicht op hedgefondsen duurt nog voort.
In Frankrijk laat president Sarkozy veel stoere taal horen, maar zijn de grote banken alweer overgegaan tot het uitbetalen van grote bonussen. Het door de overheid geredde BNP Paribas heeft er al een miljard euro voor klaarliggen. Na de rampspoed van 2008 lijkt 2009 immers weer een topjaar te worden!
Moedeloos
Ook in de Verenigde Staten, lijkt het momentum voor drastisch ingrijpen al voorbij. Topeconoom Barry Eichengreen toonde zich eind vorige week in een column op de website Eurointelligence.com moedeloos over het gebrek aan politieke moed.
“De banken hebben strengere regulering weten tegen te houden”, schrijft Eichengreen. “Het is duidelijk dat we geen nieuwe Glass-Steagall Act krijgen (die wet legde na de Grote Depressie in de jaren dertig de Amerikaanse banken aan banden, MB). Er komt geen poging om instellingen die zowel too big to fail als too big to save zijn, op te splitsen. Er komt geen hervorming van topbeloningen.”
De meeste Wall Street-banken maken sinds begin dit jaar weer winst – dankzij versoepelde boekhoudregels, lage Fed-rente en miljardensteun van de overheid. De recessie lijkt voorbij het dieptepunt. Banken durven weer plannen te maken voor de toekomst. Het wordt weer business as usual.
De politiek heeft een gouden mogelijkheid om de sector aan banden te leggen, onbenut gelaten. Doodzonde.