De Oeso bracht donderdag een speciaal rapport uit over de economische uitdagingen waar Nederland voor staat. Een van die uitdagingen is, jawel daar is hij weer, een hervorming van het ontslagrecht.

Een heet hangijzer waar al tijden over wordt gepraat. Toen het kabinet en de sociale partners er na lang soebatten echt niet uitkwamen, is vorig jaar maar besloten een commissie van wijzen in te stellen. Die commissie, onder leiding van TNT-topman Peter Bakker, moet voor de zomer met een advies komen.

Net als het kabinet vindt de Oeso dat het ontslagrecht moet worden vereenvoudigd. De uitkomsten moeten voorspelbaarder worden en de procedures korter. Te goede ontslagbescherming maakt de arbeidsmarkt inflexibel en dat is slecht voor de economie.

Dan komt het. Een van de punten waar werkgevers tegenaan lopen, is dat het duur is werknemers te ontslaan. Volgens de kantonrechtersformule heeft een werknemer recht op een maandsalaris per dienstjaar. Vooral als het om mensen gaat met een lang dienstverband, kan het voor werkgevers dus behoorlijk duur zijn iemand te ontslaan. Dit kan een reden zijn iemand dan maar niet te ontslaan.

Ook vanuit werknemersperspectief moedigt het huidige systeem mobiliteit niet aan. Hoe langer je bij een werkgever blijft zitten hoe hoger je ontslagvergoeding wordt, als je er wordt uitgegooid. Verander je van baan, dan begin je weer bij nul. Blijven zitten is daarom vaak aantrekkelijker.

Dit kan worden ondervangen door een voorbeeld te nemen aan het systeem dat Oostenrijk sinds 2003 heeft. Daar is voor iedere werknemer een individueel spaarpotje geopend. Werkgevers zijn verplicht hier maandelijks 1,53 procent van het brutomaandsalaris in te storten. Hiermee wordt gegarandeerd dat het potje na 37,5 jaar sparen 12 maandsalarissen bevat.

Werknemers die worden ontslagen kunnen terugvallen op de voor hun gevulde spaarpot. Werknemers die zelf weggaan niet. Zij kunnen hun rechten echter meenemen naar hun nieuwe werkgever, waardoor ze bij verandering van werkgever hun opgebouwde rechten niet verliezen.

In Oostenrijk wordt gezegd dat het systeem de mobiliteit van werknemers heeft vergroot, de ontslagkosten voor werkgevers heeft verlaagd en het aantal rechtszaken over ontslagen heeft verminderd.

Uiteraard moet even gekeken worden hoe hoog het percentage dat werkgevers in de spaarpot storten in Nederland dan zou moeten zijn, maar het principe klinkt goed. Laat de Commissie Bakker hier maar eens goed naar kijken.