Toezichthouder De Nederlandsche Bank heeft er hard aan getrokken. Maar helaas, een overname van DSB Bank door Rabobank, ABN Amro, SNS of ING zat er niet meer in. Niemand wilde zich branden aan de lopende claims van ontevreden DSB-klanten met dure koopsompolissen en hypotheken.
Vanaf zondag 11 oktober raakten de zaken in een stroomversnelling. De Nederlandsche Bank wilde DSB zondagnacht al onder curatele laten stellen, maar de Amsterdamse rechter wees dit verzoek in eerste instantie af.
Toen maandagochtend spaarders nog tientallen miljoen euro uit DSB trokken, viel het doek iets voor het middaguur. DSB Bank werd onder curatele geplaatst, en staat nu onder het beheer van bewindvoerders Rutger Schimmelpenninck en Joost Kuiper.
Liquidatie
Officieel verkeert DSB-bank in een situatie die vergelijkbaar is met uitstel van betaling. Spaarders kunnen niet meer bij hun geld, betalingen aan andere schuldeisers zijn opgeschort. Dat DSB Bank alsnog wordt doorverkocht is, echter onwaarschijnlijk. DNB-president Nout Wellink nam maandagmiddag het woord "liquidatie" al in de mond.
De afwikkeling van het DSB-drama is allesbehalve eenvoudig. Daarbij spelen twee partijen een sleutelrol: collega-banken en gedupeerde klanten met koopsompolissen en hypotheken bij DSB Bank die worden vertegenwoordigd door een leger advocaten en Pieter Lakeman.
Spaarders goed weg
Toen DSB Bank maandagmiddag op slot ging, hadden spaarders nog circa 3,5 miljard euro aan tegoeden uitstaan bij de bank. Waarschijnlijk valt ruim drie miljard euro hiervan onder het depositogarantiestelsel. Dit zijn tegoeden tot één euroton. Achtergestelde spaardeposito's en spaargeld boven één euroton vallen buiten de boot.
Voor spaarders die onder de garantieregeling vallen, is de situatie vrij overzichtelijk. Zij krijgen hun geld via De Nederlandsche Bank binnen enkele maanden uitbetaald.
De rekening ligt vervolgens bij collega-banken van DSB die naar rato van hun marktaandeel moeten bijspringen. Rabobank is hierbij, met een aandeel van 40 procent op de spaarmarkt, de grootste gedupeerde.
Claim banken
De positie van DSB's collegabanken is pikant. Zij kunnen voor de pakweg drie miljard euro die ze aan DSB-spaarders uitbetalen een claim neer leggen bij bewindvoerders Schimmelpenninck en Kuiper.
De banken komen dan in de rij te staan samen met andere schuldeisers zoals Pieter Lakemans' Stichting Hypotheekleed. Lakeman eist namens hypotheek- en verzekeringsklanten vergoeding voor dure DSB-polissen. Het gaat hierbij om gelijkwaardige claims, aldus het ministerie van Financiën.
Bij een liquidatie van DSB Bank is het belangrijkste resterende bezit van de bank de hypotheek- en leenportefeuille. Die stond eind 2008 voor bijna 7 miljard euro in de boeken.
Verkoop van DSB's hypotheekportefeuille is alleen mogelijk als duidelijk is hoeveel schadevergoeding hypotheekklanten en eigenaren van koopsompolissen krijgen. Want als onduidelijk is hoe groot de claims zijn, is de waarde moeilijk in te schatten. Dit bleek al bij de mislukte poging om DSB te laten overnemen door andere banken. Een kredietportefeuille met een claim valt niet te slijten.
Schimmelpenninck en Kuiper moeten dus een deal sluiten met claimpartijen, vervolgens DSB's kredietportefeuille zien te verkopen, en tot slot de opbrengst verdelen tussen gedupeerde klanten en banken die opdraaien voor uitbetalingen aan DSB-spaarders.
Lakeman en consorten staan officieel weliswaar gewoon in de rij. Maar omdat alles draait om de verkoop van de hypotheken, zoals eerder al gesteld de belangrijkste bezittingen van de bank, heeft Lakeman in de praktijk een sleutelpositie verworven.
Delicate operatie
Voorlopige conclusie is dat DSB's collegabanken een gok met onzekere uitkomst hebben genomen. Was DSB overgenomen, dan waren DSB's spaarklanten in de schoot van Rabo en consorten gevallen. Het risico voor de overnemende banken lag dan bij de claim van gedupeerde woekerpolisklanten van DSB.
In de huidige situatie ligt de claim van DSB's hypotheek- en koopsompolisklanten er nog steeds. Rabobank, ING, Fortis, ABN Amro en SNS vermoeden blijkbaar dat er genoeg restwaarde in de leenportefeuille van DSB Bank zit, om de drie miljard euro aan spaargaranties terug te verdienen.
In dit scenario moet er dus ergens een partij opduiken die DSB's kredietportefeuille wil kopen. In theorie kunnen dit banken zijn die in eerste instantie hebben afgezien van de overname van Scheringa's bank, maar pensioenfondsen en verzekeraars gelden in dit soort situaties ook als mogelijke kopers van bancaire kredietportefeuilles.
Of Scheringa's collegabanken uiteindelijk quitte spelen, moet blijken. Bewindvoerders Schimmelpenninck en Kuiper wacht een delicate taak.
