Dat schrijft Het Financieele Dagblad dinsdag.

Het ontslagakkoord tussen werkgevers- en werknemersorganisaties, dat vorig jaar rust moest brengen in de polder, verdient als wetsvoorstel geen schoonheidsprijs.

De Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, maakte er vorig jaar gehakt van. Maar opnieuw het hete hangijzer van de ontslaghervorming oprakelen in het toch al broze huwelijk tussen PvdA en CDA is ook geen aanlokkelijk vooruitzicht voor de Kamerfracties van beide partijen.

Deal over ontslagvergoeding
Het wetsvoorstel richt zich op werknemers met een jaarsalaris vanaf 75.000 euro van wie de exitpremie moet worden ingeperkt tot maximaal een jaarsalaris. Tot dat bedrag wilden de vakbonden wel gaan mits de werkgevers beloofden tot het einde van deze kabinetsperiode niet meer over ontslaghervormingen te praten. In 2008 waren werkgevers vooral beducht voor een loon-prijsspiraal.

Met het sussen van de ontslagvete kon het polderoverleg zich richten op acutere problemen.

Maar de inkomensgrens van 75.000 euro die uit het compromis naar voren kwam is arbitrair, oordeelt de Raad van State. Een inhoudelijke onderbouwing ontbreekt. Ook is de rechtsongelijkheid die optreedt - werknemers met een jaarinkomen van onder de 75.000 euro krijgen immers wel de vrijheid om een vertrekpremie van bijvoorbeeld 300.000 euro in hun zak te steken - niet uit te leggen.

Tweede Kamer vertraagt, VNO-NCW boos
Dus maakte de Tweede Kamer geen haast met de behandeling van het wetsvoorstel. In december begonnen de werkgevers hierover te klagen. VNO-NCW-voorzitter Bernard Wientjes liet weten niet gecharmeerd te zijn van alle politieke ophef over te hoge exitpremies van oud-bestuurders uit de financiële sector. Hier was immers al een jaar eerder een deal over gesloten met de bonden die, zo had minister Piet-Hein Donner van Sociale Zaken destijds toch beloofd, zo snel mogelijk door de Tweede Kamer zou worden geloodst.

Het CDA probeerde nog van de nood een deugd te maken door iets van de zo gewenste permanente scholing op de werkvloer in de ontslagwet op te nemen. Door de ontslagvergoeding niet alleen afhankelijk te maken van het jaarinkomen van de werknemer maar ook van de scholingsinspanning van de werkgever zou ook de inkomensgrens van 75.000 euro in de praktijk minder strikt getrokken hoeven worden.

PvdA bezorgd
De aanvankelijke bereidheid van de PvdA om daarover mee te denken lijkt aan de vooravond van het plenaire debat echter gestrand. De sociaaldemocraten vrezen dat in de praktijk rechters sneller op de exitpremie zullen korten als de werkgever zich aantoonbaar voor scholing heeft ingespannen dan dat de ontslagvergoeding naar boven wordt bijgesteld als dat niet het geval is.

Daarbij voelt de PvdA de hete adem van de vakbonden in de nek. De sociaaldemocraten kunnen zich niet veroorloven een tweede keer de fout in te gaan, zoals met oud-PvdA-Kamerlid Jacques Tichelaar gebeurde. De toenmalige fractiewoordvoerder sociale zaken stelde voor alle jaarsalarissen onder de 75.000 euro te binden aan een maximale vergoeding van 75.000 euro.

Deze poging de rechtsongelijkheid te bezweren leidde tot woedende reacties van de bonden en de eigen partijtop. De vakbonden hadden de deal immers aan hun achterban verkocht door te stellen dat verdieners onder de 75.000 euro niets zouden merken van een versobering.

Hervorming ontslagrecht toch weer op tafel
Volgens hoogleraar arbeidsrecht Evert Verhulp, die de coalitiepartijen adviseerde over de juridische implicaties van het wetsvoorstel, "vindt iedereen het een juridisch gedrocht". Wel denkt hij dat partijen zullen proberen om het voorstel toch "enigszins in de richting van een herziening van het ontslagrecht te amenderen'.

Het wordt spannend of PvdA en CDA daar samen uit zullen komen. Vanwege de politieke gevoeligheid houdt Verhulp er rekening mee dat het wetsvoorstel met al zijn gebreken door de Tweede Kamer wordt aangenomen, om alsnog in de Eerste Kamer te stranden.

Opnieuw het dilemma ontslaghervorming oprakelen is voor coalitiepartners geen aanlokkelijk uitzicht.