Volgens een onderzoek van de Erasmus Universiteit is het onverstandig om als beursgenoteerd bedrijf niet in te gaan op vragen tijdens live uitgezonden gesprekken met beursanalisten.
Tijdens zulke gesprekken, die door iedereen gevolgd kunnen worden, klinkt nogal eens het "geen commentaar" of "wij ontkennen noch bevestigen", uitgesproken door de directie van een bedrijf.
Waar rook is, is vuur
Dat heeft gevolgen voor de aandelen van dat bedrijf op de beurs, want beleggers interpreteren die weigering om antwoord te geven op een vraag als negatief. "Die beleggers denken dan: 'waar rook is, is vuur', en gaan aandelen verkopen", zegt Erik Roelofsen van de Erasmus Universiteit, die het onderzoek samen met Maarten Pronk deed.
Roelofsen, Pronk en een groep studenten lazen 1200 transcripties van conferenties die beursgenoteerde bedrijven belegden met beursanalisten. Vervolgens legden ze die transcripties naast cijfers over de handel van de aandelen van die ondernemingen.
Ze ontdekten een aantoonbaar verband tussen de neerwaartse beweging van aandelen en de weigering om antwoord te geven op vragen. "De uitkomst was duidelijk. Als een bedrijf een vraag niet beantwoordde, ging de koers omlaag", aldus Roelofsen tegen Z24.
Meteen gehandeld
Dat ging 'live', waarmee Roelofsen bedoelt dat beleggers meeluisteren met de - vaak openbare - telefonische conferenties of via internet live uitgezonden conferenties. Weigerde een bedrijf antwoord te geven, dan verkochten beleggers binnen een fractie van een seconde aandelen.
De financiële markten verwachten soms antwoorden op vragen die breed leven in de markt. Als een bedrijf dan niet aan die verwachting voldoet door helemaal niet in te gaan op het onderwerp, dan zal er wel iets spelen veronderstellen beleggers en nemen zij het zekere voor het onzekere. Ze verkopen.
"Het is eigenlijk onmogelijk geworden om géén antwoord te geven op vragen", stelt Roelofsen.
Redenen
Volgens de onderzoeker zijn er twee belangrijke redenen voor bedrijven om commentaar te weigeren.
Ten eerste is er de concurrentiegevoeligheid. Je wilt de competitie niet wijzer maken dan ze is. Daardoor zijn bedrijven terughoudend om en publique informatie te geven.
Ten tweede is er de angst voor schadeclaims. Het kan zijn dat een antwoord - positief of negatief - juridisch op een negatieve manier uitpakt voor een onderneming waar het beursgenoteerde bedrijf zaken mee doet. Ook kunnen er claims komen van beleggers of investeerders wiens aandelen minder waard werden door uitspraken van een bedrijf.
Maar het is niet langer een vraag meer of een bedrijf een negatief uitvallend antwoord moet geven op een vraag, of niet. De koers zakt hoe dan ook.
Journalisten
Hoewel hij het niet specifiek onderzocht heeft, denkt Roelofsen dat dezelfde conclusie getrokken kan worden voor persconferenties die bedrijven doen. Die worden immers ook vaak telefonisch gedaan dan wel live uitgezonden via internet. Journalisten, vooral die van nieuwsdiensten, zetten antwoorden - of non-antwoorden - van bedrijven direct op hun netwerken. Beleggers handelen daar binnen een fractie van een seconde op.
"Ik kan mij voorstellen dat conference calls met journalisten hetzelfde effect hebben", zegt Roelofsen.
Waarschuwing
De conclusies van het onderzoek zouden een waarschuwing moeten zijn aan bedrijven. "Directies onderschatten nogal eens wat er gebeurt als je geen antwoord geeft op vragen", stelt Roelofsen.
Volgens hem calculeren ondernemingen soms wel de mogelijke schade van het niet antwoord geven. Maar dat gebeurt zelden, denkt hij.
"Wat je soms ziet is dat tijdens conferenties toch nog de informatie wordt gegeven waarnaar gevraagd werd. De suggestie die daar volgens mij uitvloeit is dat er dus niet altijd van tevoren goed wordt nagedacht over mogelijke consequenties."









1 reacties
Toon 1 tot 1: