In de Winkeltijdenwet staat dat winkels in toeristische gebieden meer dan twaalf keer per jaar op zondag open mogen zijn. Volgens het kabinet wordt echter misbruik van deze bepaling gemaakt. In het coalitieakkoord stond daarom al dat het kabinet de regels wil aanscherpen.

Het kabinet stuurde daarom eind april een wetsvoorstel dat dit regelt voor advies naar de Raad van State. Dat advies was er al vrij snel, maar alleen nog niet openbaar. Onlangs heeft minister Van der Hoeven van Economische Zaken het wetsvoorstel inclusief de aanbeveling van de Raad van State, echter naar de Tweede Kamer gestuurd. Naar nu blijkt, laat de raad weinig van het voorstel heel.

In het advies staat dat het kabinet de toerismebepaling in de winkeltijdenwet wil inperken, omdat bepaalde gemeenten er misbruik van maken. Ook zou het zo zijn dat steeds meer gemeenten de bepaling benutten.

Volgens de Raad van State mogen in de praktijk echter slechts in vijftien gemeenten, 3 procent van het totaal, de winkels op alle zondagen open zijn. Daarnaast zijn er nog achttien gemeenten waar de winkels alleen in een afgebakend gebied op alle zondagen open mogen zijn. Het gaat dan vooral om souvenirshops en bijvoorbeeld winkels op bungalowparken. Volgens de Raad van State valt het met die groei en het misbruik dus wel mee.

Een belangrijk argument om winkels op zondag dicht te laten, is het eerbiedigen van de zondagsrust. Volgens de Raad van State blijkt echter uit een evaluatie van de Winkeltijdenwet uit 2006, dat maar 7 procent van de mensen de vraag: 'Ik vind het vervelend dat de winkels op zondag open zijn, omdat het in strijd is met mijn geloof' bevestigend beantwoordt.

In de toelichting op het wetsvoorstel schrijft het kabinet verder dat er signalen zijn dat gemeenten behoefte hebben aan meer duidelijkheid over de toerismebepaling. Volgens de Raad van State kan dit wel zijn, maar wil dat niet zeggen dat gemeenten wensen dat de bepaling wordt ingeperkt. En zo gaat het advies van de Raad van State nog even door.

Minister Maria van der Hoeven heeft de toelichting op haar wetvoorstel in reactie op de kritiek op een paar punten aangepast. Zo staat er nu in dat het aantal gemeenten dat meer dan twaalf koopzondagen per jaar toelaat, tussen 1998 en 2007 meer dan verdubbeld is. In 2007 was dit namelijk in 33 gemeenten het geval, in 1998 in zestien.

In reactie op het punt van de zondagsrust, schrijft de minister dat er behalve de 7 procent die vanwege het geloof moeite heeft met koopzondagen, nog een heleboel mensen zijn met behoefte aan een maatschappelijk rustpunt in de week.

De kern van het wetsvoorstel is overeind gebleven. Wanneer het voorstel in de Tweede Kamer wordt besproken, is nog niet bekend.