Toen kledingconcern Oilily eerder dit jaar van de rechter uitstel van betaling kreeg, dreigde de leverancier van de IT-infrastructuur het volledige systeem af te sluiten.

De kassa's van alle Oilily-winkels zouden niet meer werken, en de administratie zou niet meer toegankelijk zijn. Alleen als Oilily alle openstaande rekeningen betaalde, zou de stekker niet uit het IT-systeem getrokken worden.

Bij uitstel van betaling, of bij volledig faillissement, worden rekeningen echter niet betaald. Maar het afsluiten van alle IT-systemen zou de definitieve nekslag zijn voor Oilily.

Bewindvoerder Marc Molhuysen, insolventiejurist bij DLA Piper die een doorstart voor Oilily moest regelen, stapte naar de rechter. Alleen het energiebedrijf was in zo'n geval verplicht om zijn diensten te blijven leveren. Maar voor Oilily was IT zo essentieel dat Molhuysen de rechter in een kort geding vroeg het IT-systeem in de lucht te houden.

De rechter gaf hem gelijk. Oilily kon nog een maand gebruik maken van de IT-infrastrctuur. De leverancier kreeg voor die periode wel betaald, maar de onbetaalde rekeningen bleven open staan.

IT essentieel
Dat een rechter een leverancier dwingt om te blijven leveren, geeft maar aan hoe belangrijk IT is. Zonder toegang tot de administratie, de voorraden, de e-mail is het voor een curator onmogelijk een faillissement te begeleiden. In het voorbeeld van Oilily, dat nog een doorstart wilde maken, was een werkend IT-systeem zo mogelijk nog belangrijker.

"Als je binnenkomt, is een van de eerste vragen: "Wie doet hier de IT?".", vertelt Rocco Mulder, insolventiespecialist bij Pot Jonker Seunke en voorzitter van Insolad, de Vereniging Insolventierecht Advocaten. "Bijna alles is tegenwoordig gedigitaliseerd."

Leveranciers gaan eisen stellen
Wat het voorbeeld van Oilily bovendien laat zien, is hoe IT-leveranciers zich een weg naar voren kunnen ellebogen in de lange wachtrij van crediteuren. "Is IT zo belangrijk?", zo stellen sommige leveranciers. "Betaal dan eerst maar eens onze rekeningen voordat we verder praten."

"In theorie", zegt Sander van Elst, "houden betalingen aan IT-beheerders of licentiehouders van software direct op. En de leveringen dus ook." Van Elst is insolventie-expert bij advocatenkantoor Korvinus Abeln en een ervaren curator.

"In de praktijk lopen die IT-diensten vaak nog wel even door. Maar het komt voor dat je met IT-partijen deals moet sluiten. Je hebt een groot probleem als je niet bij de administratie kan."

'Promotie tot boedelschuldeiser'
Wanneer een bedrijf failliet gaat, wil een curator, een gespecialiseerde advocaat, zoveel mogelijk van het bedrijf verkopen om openstaande schulden te betalen. Als er geld is, gaat dat eerst naar de huur van het kantoor en naar het salaris van de curator. Dit zijn zogeheten boedelschulden.

Vervolgens is eerst de fiscus aan de beurt. En dan een hele rij andere crediteuren. Bij Oilily waren dat er 198.

Van Elst: "Als een IT-leverancier dreigt het systeem af te sluiten, tenzij de schuld betaald wordt, promoveert hij zichzelf in feite tot boedelschuldeiser."

Deals sluiten
Het volledige openstaande bedrag betalen hoeft of kan meestal niet. Maar deals zijn soms nodig.

Rocco Mulder: "Ik maak wel mee dat een partij de licenties stopt en alleen door wil als de totale schuld wordt voldaan. Als curator moet je dan de afweging maken: "Hoe belangrijk is dit?"."

Volgens Mulder is vaak wel een tijdelijke afspraak te maken: geen betaling van alle rekeningen, maar wel van de periode dat de curator het IT-systeem nodig heeft. Mulder: "Zeg dat een licentie normaal 1000 euro per week kost. Dan kan je als curator afspreken eenmalig 5000 euro te betalen voor een extra week."

Doorstart
Wanneer een noodlijdend bedrijf nog een doorstart wil maken, is het overigens ook in het belang van de leveranciers dat het IT-systeem blijft werken. Blijft het bedrijf uiteindelijk overeind, dan behoudt de leverancier zijn klant.

Ook in het geval van de verkoop van een (bijna-) failliete onderneming kunnen IT-bedrijven eisen stellen. Zo heeft Mulder meegemaakt dat de leverancier het IT-systeem wel wilde laten werken, maar alleen als de noodlijdende afnemer overgenomen zou worden door één specifieke koper. Zo kan de IT-partij een verkoopprocedure proberen te beïnvloeden.

De interne IT-beheerder
Soms is niet alleen de externe leverancier of beheerder cruciaal in een faillissement, maar ook de interne IT-specialist. Echter, bij een failissement ontslaat een curator in de regel al het personeel, vaak met nog één maand opzegtermijn.

Die ene maand is niet altijd voldoende om de gehele digitale boekhouding door te spitten. Daarom komt het voor dat de interne IT-beheerder nog even doorwerkt, terwijl de rest van het personeel al verdwenen is. Een klein, maar helaas tijdelijk, voordeel voor de interne IT'er.

Zodra er een back-up van het systeem is gemaakt, of wanneer het faillissement is afgerond is en de computers en servers verkocht zijn, dan zal ook de IT-specialist een andere baan moeten zoeken.