Bear Stearns, de Amerikaanse zakenbank die in januari nog twintig miljard dollar waard was op de beurs, werd afgelopen weekend voor 236 miljoen dollar opgekocht door collega J.P. Morgan Chase . De keus was: failliet gaan of verkoop tegen de laagst mogelijke prijs.
Het is niet zomaar een incident. De redding van Bear Stearns, voor zover je daar van kunt spreken, kwam tot stand met hulp van het Amerikaanse stelsel van Centrale banken, de Fed.
Een nieuwe fase in de kredietcrisis, die begon met de problemen rond Amerikaanse rommelhypotheken, is ingezet.
Dominospel op kredietmarkten
De kredietcrisis begon afgelopen jaar als een tamelijk overzichtelijk probleem rond hypotheken van arme Amerikanen die eigenlijk geen huis konden betalen. Banken hadden te gretig geleend aan zwakke debiteuren.
De Amerikaanse rommelhypotheken zijn de afgelopen jaren doorverkocht aan zakenbanken en speculatieve hedgefondsen binnen en buiten de Verenigde Staten.
De omvang van de subprime-markt is nooit het grootste probleem geweest. In maart 2007 waren subprime-hypotheken goed voor ongeveer tien procent van de Amerikaanse hypotheekschuld. De absolute omvang van circa 1.300 miljard dollar is niet gering, maar evenmin schrikbarend als je dit afzet tegen de Amerikaanse economie, die een omvang heeft van pakweg 13.800 miljard dollar.
De crisis is uit de hand gelopen doordat subprime-hypotheken volop zijn doorverkocht als onderdeel van pakketjes obligatieleningen, bestaande uit solide en minder solide leningen. Hierdoor is totaal onduidelijk geworden waar de pijn precies ziet. Banken vertrouwen elkaar niet meer en de subprime-ellende is uitgemond in een vertrouwenscrisis.
De Amerikaanse centrale bank probeert de vertrouwenscrisis te bestrijden door de rente te verlagen en zelf goedkoop te lenen aan commerciële banken, maar dit heeft vooralsnog niet het gewenste effect.
Banken voelen immiddels extra pijn, omdat de subprime-hypotheken een besmettingseffect hebben. Ook de waarde van meer degelijke hypotheek- en bedrijfsleningen is op de beurs fors gedaald. En die waardedaling maakt de problemen van individuele zakenbanken en speculatieve investeringsmaatschappijen acuter.
Afgelopen week viel beleggingsfondse Carlyle Capital om. Dit in Amsterdam genoteerde fonds had vooral belegd in degelijke hypotheekobligaties van financiële dienstverleners Freddie Mac en Fannie Mae. Deze betere hypotheekleningen waren afgelopen maand niettemin sterk in waarde gedaald. Zo sterk dat banken die geld hadden gestoken in Carlyle Capital hun eigen leningen per direct opeisten.
Bij de val van Bear Stears is iets vergelijkbaars gebeurd. De kredietcrisis is hiermee in een ongrijpbare fase beland, omdat het niet alleen meer gaat om het saneren van aantoonbaar slechte leningen. Individuele banken dreigen in geldproblemen te komen, zodra de indruk ontstaat dat hun eigen kredietportefeuille kwetsbaar dreigt te worden.
Dollar zakt weg, olie en goud op record
De kredietcrisis valt samen met een forse duikeling van de dollar. Vreemd is dat niet, want de renteverlagingen van de Amerikaanse centrale bank zorgen ervoor dat het voor speculanten minder aantrekkelijk wordt om kortlopende spaartegoeden in de Verenigde Staten aan te houden. Daar profiteren andere valuta zoals de euro van.
De waardedaling van de dollar zorgt ook voor extra speculatie op grondstofmarkten waar olie en goud op recordhoogten staan. Opnieuw speelt speculatie een rol. Sommige beleggers proberen zich in te dekken tegen de waardedaling van de dollar door grondstoffen te kopen, wat de dollarprijs van onder meer olie opdrijft.
Grote vraag is of dit effect blijvend is. Raakt de Amerikaanse economie als gevolg van de kredietcrisis in recessie, dan valt de Amerikaanse vraag naar onder mee olie terug. Dit zou een matigend effect moeten hebben op de olieprijs.
Blijft de olieprijs desondanks hoog, doordat bijvoorbeeld China energie blijft slurpen terwijl het aanbod van olie nauwelijks toeneemt, dat komt een pijnlijk scenario in beeld. Een uit de jaren zeventig stammende combinatie van lage groei en hoge inflatie, ofwel stagflatie.
Aandelenmarkten reageren met vertraging
Aandelenmarkten reageren veelal secundair op de kredietcrisis. Pas als de vlam echt in de pan slaat duiken beurzen omlaag. Telkens hopen beleggers dat de economische dip in de Verenigde Staten van korte duur zal zijn en dat de schade voor Europa meevalt.
Na de grote klap van afgelopen januari herstelden aandelenmarkten wereldwijd. In Amsterdam noteerde de AEX-index maandag weer rond het lage niveau van 417 punten, dat op 23 januari werd neergezet. Pas als de index substantieel onder dit niveau zakt, is sprake van een tweede dreun voor beleggers.

