De Al Burj in Dubai moet de hoogste wolkenkrabber ter wereld worden. Als de verhalen kloppen, gaat voor het eerst in de wereldgeschiedenis een bouwer proberen boven de duizend meter te komen.

Vorige week donderdag werd begonnen met dit project, waarvan de exacte hoogte als een staatsgeheim bewaakt wordt.

Als uitlekt hoe hoog de nieuwe toren wordt, is de kans groot dat er morgen een architect aanklopt bij Arabische of Aziatische investeerders met een bouwwerk dat nog net iets hoger reikt.

Bouwen van wolkenkrabbers is ontaard in een idiote prestigestrijd tussen opkomende economieën. Het gaat al lang niet meer om efficiënt ruimtegebruik, maar alleen nog om de vraag wie de langste heeft.

Op dit moment staat de hoogste wolkenkrabber in Taiwan. De in 2004 gereed gekomen Taipei 101 is 508 meter hoog. Dat is 54 meter meer dan de vorige hoogste, de Petronas Towers uit 1997 in Kuala Lumpur.

In 2009 zal de Taipei 101 van de troon worden gestoten door de bouwijver van Dubai. Dan komt volgens planning de 800 meter hoge Burj Dubai gereed. Weer een paar jaar later neemt de meer dan een kilometer hoge Al Burj de toppositie over.

Ondertussen wordt in Shanghai de laatste hand gelegd aan het 492 meter hoge World Financial Center. In de VS wordt al een half jaar gewerkt aan de Chicago Spire die 610 meter hoog moet worden. En op de plek van het WTC in New York komt de 541 meter hoge Freedom Tower.

Vergeleken met dit bouwgeweld zijn de Europese torentjes belachelijk kort. Het ‘hoogste’ gebouw staat sinds 2007 in Moskou. De Naberezhnaya Tower haalt net 268 meter.

In Parijs willen ze daar net overheen gaan. De Tour Generali in de Parijse zakenwijk La Défense wordt 318 meter hoog.

Dat klinkt lachwekkend, maar het zijn de Europeanen die het laatst lachen. Want gezien door de ogen van de econoom zijn de nieuwe reuzentorens in Azië en het Midden-Oosten groteske mislukkingen.

Het is onzinnig om zo hoog te gaan als technisch mogelijk is. Hoe hoger de toren, des te zwaarder moet de constructie zijn. Dat kost veel geld.

Bovendien moeten er in een hoge toren meer ruimteverslindende liften zitten, om de mensenmassa’s te vervoeren. De liften van het oude WTC in New York maakten ongeveer dertig procent van de oppervlakte van het gebouw onverhuurbaar.

Ook de andere nutsvoorzieningen als ventilatie, verwarming en niet te vergeten de installatie om zwiepen van de toren tegen te gaan, nemen onevenredig veel ruimte in beslag.

Volgens de Amerikaanse hoogleraar bouwkunde Henry Petroski is het daarom onzinnig om boven de 70 verdiepingen te gaan. Dat zou betekenen dat de economische grens ligt bij zo’n 280 meter. Het New Yorkse Chrysler Building uit 1930 kan nog net.

Er is nog een reden waarom we in Europa blij moeten zijn met onze laagbouw. ’s Werelds hoogste gebouwen zijn vaak een voorbode van rampspoed. Dat gold al voor de Bijbelse Toren van Babel. Maar het gaat nog steeds op.

In 1999 bedacht econoom Andrew Lawrence de ‘skyscraper index’, waarmee hij aantoonde dat de bouw van de hoogste wolkenkrabbers vaak samenvalt met economische neergang.

Het gereedkomen van de Singer Building in 1908 viel samen met een economische depressie in de VS. De Empire State Building was bijna af toen de Great Depression begon. En het jaar dat de Maleisische Petronas Towers gereed kwamen brak de Aziëcrisis uit.

Wolkenkrabbers zijn de laatste uitspatting van een economie op de rand van economische crisis. Beleggers in Azië en het Midden-Oosten zijn gewaarschuwd.