Dat schrijft het Financieele Dagblad op basis van een onderzoek van het Amsterdamse adviesbureau Van Nimwegen.

De conclusie van de inventarisatie is opmerkelijk, want corporaties zijn wettelijk verplicht zich te richten op de lagere inkomensgroepen, die vaak moeite hebben met het vinden van een geschikte huurwoning tegen een acceptabele prijs. Dan ligt een inkomenstoets voor de hand om het kaf van het koren te scheiden.

Maar volgens Van Nimwegen voert 42 procent van de 233 grote en kleine woningbouwcorporaties die inkomenstoets niet. Daarmee maken deze corporaties het vanaf de dag van de inschrijving al mogelijk dat mensen met een hoog inkomen relatief laag geprijsde sociale huurwoningen kunnen bezetten, die daardoor niet meer verhuurd kunnen worden aan de doelgroep waar die woningen eigenlijk voor bedoeld zijn.

"Alle woningzoekenden kunnen, ongeacht hun inkomen, in principe in aanmerking komen voor alle vrijkomende woningen", schrijft het Financieele Dagblad op uit de bevindingen van Van Nimwegen.

Woningnood
In de Randstad, waar de druk op de woningmarkt al tientallen jaren enorm hoog is, hanteren corporaties een inkomensgrens van 45.000 euro. Dat is anderhalf keer het modale inkomen. Corporaties verdedigen zich door te stellen dat zij op deze wijze tegemoet komen aan een grote vraag; op die manier komt het mensen tegemoet die anders, door de verstoorde woningmarkt, tussen wal en schip zouden vallen.

Lees ook:

Analyse: Vergeet de aftrek, pak de totale huizenmarkt aan