Dat bleek donderdag tijdens een hoorzitting van de Tweede Kamer.

Gemeenten kunnen bepalen dat er per jaar maximaal twaalf koopzondagen zijn, maar in "toeristische" plaatsen mogen de deuren elke zondag open. Van dat laatste wordt volgens het kabinet volop oneigenlijk gebruik gemaakt door de gemeenten. Onder druk van regeringspartner ChristenUnie kwam het kabinet met een wetsvoorstel om dat tegen te gaan. Inwoners en winkeliers kunnen volgens dat voorstel in beroep gaan tegen het besluit van de gemeente.

Alternatief voorstel
De VNG kwam donderdag met een alternatief voorstel. Daarin wordt het woord toerisme helemaal geschrapt. De discussie gaat in de praktijk niet over toerisme, maar wel over uiteenlopende wensen van consumenten, winkeliers, vakbonden, kerken en maatschappelijke groeperingen, redeneert de VNG. De vereniging stelt voor om de gemeenten de vrijheid te geven om niet te gaan tot twaalf, maar tot twintig koopzondagen per jaar.

Ondernemers hebben wel oren naar het voorstel van de VNG, maar de regeringspartijen hebben in het regeerakoord al bindende afspraken gemaakt over de koopzondag. De oppositiepartijen SP en SGP kwamen met een eigen wetsvoorstel om de koopzondagen te beperken. Daarin is het aan de minister van Economische Zaken om een beroep op de toerismebepaling door gemeenten goed te keuren. De VVD wil dat de winkeliers zelf kunnen beslissen of ze op zondag open zijn.