Dat stelt het internationale energiebureau IEA dinsdag 10 november in de jaarlijkse World Energy Outlook.
De IEA maakt zich zorgen over dreigende krapte op de oliemarkt. Het energiebureau van grote, westerse olieconsumerende landen ziet volgend jaar herstel van de olievraag, waarbij de consumptie klimt van 88 miljoen vaten per dag in 2010 tot 105 miljoen vaten per dag in 2030.
Olietekort door onderinvestering
Tegelijk dreigt door de recessie op korte termijn een gebrek aan investeringen in nieuwe olievelden. "Door de financiële crisis zijn de investeringen in de exploratie en productie van olievelden dit jaar al met 90 miljard dollar gedaald, vergeleken met 2008", aldus de IEA in een verklaring.
Ruwe olie is vooral van belang voor de mondiale transportsector, die nog voor meer dan 90 procent afhankelijk is van op olie gebaseerde motorbrandstoffen als benzine, diesel en kerosine. Afgelopen jaar waarschuwde de IEA ook al voor een mogelijk aanbodtekort in 2015, omdat energiemaatschappijen door de recessie onvoldoende dreigden te investeren.
Te rooskleurig
De Britse krant The Guardian citeerde dinsdag overigens anonieme medewerkers van de IEA, die stelden dat het agentschap onder druk van de Verenigde Staten de vooruitzichten voor de oliemarkt nog te rooskleurig voorstelt. Zo zou de voorspelling van de IEA dat de olieproductie de komende decennia kan worden opgevoerd naar 105 miljoen vaten per dag dubieus zijn.
Het energie-agentschap stelt zich officieel op het standpunt dat er ruim voldoende voorraden zijn om de wereld nog decennia van olie te voorzien. Cruciaal is de bereidheid om te investeren in kleinere olievelden en 'onventionele' olie, zoals diepzeevelden en teerzandolie in Canada.
In 2008 publiceerde de IEA een uitgebreide studie naar de snelheid waarmee het productieniveau van bestaande olievelden in de wereld daalt. Hierin kwam naar voren dat de 580 grootste olievelden ter wereld, waarvan de productie voorbij het piekniveau is, een jaarlijkse productieafname van gemiddeld 5,1 procent kennen.
Overschot gas
Voor dit jaar heeft de IEA een uitgebreide studie naar de mondiale aardgasmarkt gedaan. Hierin constateert het energiebureau dat de ontginning van 'onconventioneel gas', dat vast zit in aardlagen die lastiger te ontginnen zijn, een grote vlucht heeft genomen. Zo is het aandeel van onconventioneel gas in de Verenigde Staten gestegen van 44 procent in 2005 naar 50 procent in 2008.
"Door de boom van de onconventionele gasproductie in Noord-Amerika en de invloed van de recessie op de vraag, zal het overschot in het gasaanbod de komende jaren aanwezig blijven", aldus de IEA.
Koppeling olie en gasprijzen
Vanwege de relatieve onderbenutting van regionale gasleidingnetwerken voorziet de IEA grote gevolgen voor gasprijzen. Die zijn nu veelal gebaseerd op lange-termijncontracten.
Het energie-agentschap denkt dat het overaanbod kan leiden tot het openbreken van lange-termijncontracten, waarbij gas vervolgens tegen lagere prijzen op termijnmarkten wordt verkocht.
De koppeling van de olie- en gasprijzen, die ook in Nederland voor bepaalde contracten wordt gehanteerd, kan hierbij volgens de IEA eveneens onder druk komen.
Risico voor Nederland
In Nederland wordt het gas uit de grote bel in Groningen veelal via lange-termijncontracten verkocht, die tevens gekoppeld zijn aan de olieprijs. De aardgasbaten van Slochteren en de heffingen op kleinere gasvelden leveren de Nederlandse staat jaarlijks miljarden op. Door de koppeling van gas- aan olieprijzen, zorgen hogere olieprijzen doorgaans voor hogere gasbaten.
De hoge olieprijzen van 2008 resulteerden dat jaar in aardgasbaten van 10,5 miljard euro voor de Nederlandse staat. Als de prognoses van de IEA juist blijken, dan is het onzeker of de gasbaten van de staat in de toekomst mee stijgen als de olieprijs oploopt.
Olieprijzen zakten door de recessie in het najaar van 2008. Van een piek van 150 dollar per vat in juli 2008, daalde de olieprijs tot minder dan 40 dollar per vat begin dit jaar. Sindsdien zijn olieprijzen weer opgelopen tot circa 80 dollar per vat.

