Tijdens een congres over de marktkansen voor biobrandstoffen, donderdag in Den Haag, laaide de controverse weer hoog op. De Europese Commissie mikt op een streefcijfer van 5,75 procent bijmenging van biobrandstoffen in 2010 en een verplicht aandeel van 10 procent in 2020.

"De goedkeuring van het voorstel staat gepland voor begin 2009, waarna de richtlijn in maart 2010 van kracht moet worden", schetste beleidsmedewerker Alexandra Langenheld van de Europese Commissie.

Brussel heeft in het huidige voorstel extra eisen opgenomen om tegemoet te komen aan kritiek op de duurzaamheid van biobrandstoffen. Belangrijkste varianten zijn ethanol, gemaakt uit suikerriet en mais, en biodiesel. Laatstgenoemde wordt gewonnen uit koolzaad, palmolie, maar valt ook te maken uit reststromen zoals dier- en frituurvet.

Het verbouwen van gewassen als mais en suiker voor biobrandstoffen, concurreert volgens tegenstanders met de voedselvoorziening. Bovendien kunnen bij het omploegen van graslanden voor biobrandstof broeikasgassen vrijkomen die een negatief klimaateffect hebben.

"De criteria van de Europese Commissie stellen dat biobrandstof niet duurzaam is als gebruik wordt gemaakt van nieuwe grond die bij omploegen broeikasgassen vrij geeft. Dat geldt zowel binnen als buiten Europa", lichtte Langenheld toe. Leveranciers van biobrandstof moeten dit via een certificeringsysteem kunnen aantonen.

De Europese Unie gaat hiermee geen blokkade opwerpen voor de import van niet-duurzame biobrandstof. Grote ethanol-producenten zoals Brazilië zouden dan meteen protest aantekenen bij de wereldhandelsorganisatie wegens oneerlijke concurrentie. Langenheld: "De sanctie is dat biobrandstof die niet aan de criteria voldoet, niet zal meetellen voor de Europese en nationale bijmengverplichtingen."

Intussen hekelen critici het hele idee van de Europese bijmengplicht. "Daarmee schep je een kunstmatige markt, die het gebruik van landbouwgrond voor biobrandstof aanmoedigt. Dat land is echter hard nodig om de stijgende voedselvraag in Azië en Afrika op te vangen", stelde onderzoeker Prem Bindraban van de universiteit Wageningen, tijdens een debat over de duurzaamheid van biobrandstof.

Ook tweede- en derdegeneratie biobrandstoffen, die gebruik maken van reststromen zoals stro of houtsnippers, lossen dit probleem niet op. Bindraban: "Als boeren kleinschalig afvalproducten hergebruiken om de kringloop sluitend te krijgen, is er geen probleem. Maar zodra je grootschalig stroresten wil inzetten voor biobrandstof, heb je enorme hoeveelheden land nodig. Dat komt eenvoudigweg niet uit."

Bindraban kreeg bijval van Dominic Boot, directeur van de belangenvereniging van Nederlandse olieproducenten VNPI. "Gebruik van plantresten is een inefficiënte manier om motorbrandstof te maken. Als je de uitstoot van koolstofdioxide wilt terugdringen zijn er betere manieren dan het verplicht bijmengen van biobrandstof."

De oplossing volgens Boot? "Een combinatie van elektrisch rijden en hybride auto's. Zo'n 70 procent van de gereden ritten gaat over afstanden van tien kilometer of minder. Voor korte ritten kun je prima uit met elektrisch aangedreven auto's, voor de langere kun je inzetten op hybrides die elektriciteit met andere brandstoffen combineren."