Het rommelt flink in de oliewereld. Berichten over relatief lage olievoorraden in de Verenigde Staten, een mogelijke Turkse inval in het olierijke Koerdische deel van Irak en de aanhoudend sterke vraag naar olieproducten zorgen voor recordprijzen. Dinsdag werd voor een vat Amerikaanse olie meer dan 86 dollar neergeteld.
Analisten lopen vooruit op een verdere stijging naar negentig dollar per vat. Met enige vertraging trekt olie ook andere energieprijzen mee, zoals die van aardgas. De markt voor aardgas kent een eigen dynamiek, maar energie-experts zien aardgas als het meest directe alternatief voor olie. De Amerikaanse Henry Hub-gasprijs steeg maandag vrolijk mee met de olieprijs.
Mooi meegenomen voor westerse energieconcerns zoals Shell, ExxonMobil en BP, zou je denken. Maar dat valt tegen.
Meer dan negentig procent van de mondiale olie- en gasvoorraden is in handen van staatsbedrijven uit het Midden-Oosten, Rusland, Afrika, Azië en Latijns-Amerika. Westerse concerns hebben grote moeite om toegang te krijgen tot die voorraden.
Op de beurs stellen bekende namen zoals ExxonMobil uit de Verenigde Staten, het Britse BP en het Brits-Nederlandse Shell heel wat voor. Maar de ware olie- en gasrijkdom zit bij bedrijven die volledig of deels door niet-westerse overheden worden gecontroleerd. Daar werden beleggers maandag fijntjes aan herinnerd, toen het Chinese oliebedrijf Petrochina van zich deed spreken als het op één na grootste beursbedrijf ter wereld.
Petrochina is voor bijna negentig procent in handen van de Chinese staat, maar nestelde zich maandag op grond van zijn beurswaarde van 306 miljard euro net achter ExxonMobil. De Amerikaanse gigant is met een marktwaarde van 365 miljard euro het grootste beursbedrijf ter wereld. Bij deze vergelijking is echter geen rekening gehouden met de feitelijke verhandelbaarheid van het aandelenkapitaal, die bij Exxon een stuk groter is dan bij Petrochina.
Kijk je naar de olie- en gasvoorraden van energieconcerns dan ziet het toplijstje er compleet anders uit. De top-12 bestaat geheel uit energieconcerns die helemaal of deels in handen zijn van overheden. Aan kop gaat het Saudische staatsbedrijf Aramco, gevolgd door concerns uit Iran, Irak, Rusland, Qatar, Nigeria, Venezuala en Maleisië.
Pas op plaats dertien volgt ExxonMobil als eerste private onderneming. Shell staat op plaats achttien.
De ongelijke verdeling van de olie- en gasvoorraden tussen staatsconcerns en private ondernemingen, verklaart waarom bijvoorbeeld Shell al jaren worstelt met het opvoeren van zijn olie- en gasproductie. Omdat de toegang tot makkelijk te winnen olie beperkt is, moet Shell zich onderscheiden met technische hoogstandjes. Zoals het winnen van olie in oceanen op diepten van meer dan 1.500 meter, of de winning van aardgas nabij het ijsrijke Russische schiereiland Sachalin, of de extractie van olie uit teerzanden in Canada.
Het is jammer voor Europa en de Verenigde Staten, maar olie en gas zitten niet op de plekken waar het licht brandt.

