De Belgische regering gaat de accijnzen aanpassen om een liter benzine maximaal 1,50 euro te laten kosten, een maatregel die de VVD en Wilders’ PVV hier ook wel zien zitten. Maar de PvdA en het CDA zijn mordicus tegen, waarmee er geen meerderheid is in de Tweede Kamer, en het ministerie van Financiën - dat over de accijnzen gaat - wil het ook niet.
En consumenten blijven toch wel rijden, zo is de verwachting. Want die psychologische grens, het moment waarop Nederlanders de auto laten staan, is er gewoonweg niet, zo leert de recente geschiedenis volgens Marcel Lever van het Centraal Planbureau.
Bijna drie jaar geleden, medio 2005, kwam de benzineprijs al even in de buurt van 1,50 euro per liter en stak een discussie de kop op over mogelijke accijnsverlagingen. En terwijl die liep, liet niemand de auto staan. Maandag kostte een liter ongelood net geen 1,55 euro en dus is de discussie over accijnzen ook weer terug - maar het ziet er wederom niet naar uit dat consumenten hun heilige koe op de parkeerplaats laten.
“Er is nooit echt onderzoek gedaan naar de zogenaamde ‘pijngrens’, het moment waarop Nederlanders de auto laten staan,” zegt Lever. “We dachten eerst dat hij bij 1,50 euro per liter lag, maar die grens werd drie jaar geleden betrekkelijk eenvoudig gepasseerd. Nu ligt de lat misschien bij 2 euro per liter. Inderdaad, een gok. Want we weten gewoon niet wáár de grens ligt. Nederlanders lijken op hordelopers die ieder nieuw prijsrecord nemen als gewoon een nieuwe horde en daarna blijven doorrennen.”
Koen Vervoort, vervoerseconoom verbonden aan het onderzoeksinstituut Ecorys, ziet consumenten sterker reageren bij grote prijsschommelingen. Maar net als met de olieprijs, ziet Vervoort dat mensen een geleidelijke prijsstijging accepteren. Drie jaar geleden nog immers werd iemand die zei dat 70 dollar een acceptabele prijs was voor een vat olie voor gek versleten, maar de 100 dollar per vat-grens is inmiddels al doorbroken.
“Er treedt, net als met de olieprijs, heel snel een vorm van gewenning op onder consumenten. Mensen passen niet zomaar hun gedrag aan en als ze dat toch doen, dan alleen in geringe mate. Wat je wel ziet, is dat mensen op de langere termijn een zuinigere auto aanschaffen.”
Een voordeel van hogere benzineprijzen is dat milieuvriendelijke alternatieven goedkoper worden, zoals biobrandstoffen die tot voor kort duurder waren, vergeleken met de lagere benzineprijzen. Wie biobrandstoffen tot een succes wil maken, zou dan niet staan te springen bij lagere benzineprijzen door accijnsverlagingen.
Daarbij, zegt Vervoort, zou zo’n verlaging een carte blanche zijn voor de oliemaatschappijen om de benzineprijzen te blijven verhogen. “Dat zou lekker makkelijk zijn voor die maatschappijen: zij kunnen de prijzen verhogen en de overheid compenseert dat dan.”
Daarnaast vermoedt Vervoort dat zelfs áls de regering de accijns zou verlagen, een andere accijns of belasting zal worden verhoogd om het inkomstenverlies te dekken. “Dat zie je de afgelopen tijd bij veel discussies en voorstellen, zoals de discussie over invoering van het rekeningrijden. Autorijders die dan veel de weg opgaan betalen in zo’n systeem meer dan autorijders met een lager weggebruik. Daarvan is door de regering al gezegd dat als het ingevoerd wordt, dat budgetneutraal moet gebeuren. Kortom: het mag de overheid hoe dan ook geen inkomsten schelen.”

