Een nieuwe recordwinst zit in het vat voor Shell. Met dank aan de olieprijs van gemiddeld 88 dollar per vat in de laatste maanden van 2007.

Voor de iets langere termijn heeft de hoge prijs van 'gewone' olie een dubbele betekenis. Op de eerste plaats blijkt steeds duidelijker dat goedkope, makkelijk winbare olie schaars wordt. Zeker voor Shell, dat moeilijk toegang heeft tot goedkope staatsolie in landen als Saudi-Arabië. Topman Jeroen van der Veer verwacht dat het aanbod van makkelijk winbare olie de vraag vanaf 2015 niet meer kan bijbenen.

De hoge olieprijs opent echter de weg voor alternatieven. Op lange termijn bieden zonne-energie of bio-olie van algen wellicht uitkomst. Maar in eerste instantie zet Shell vooral in op 'onconventionele' olie, zoals die uit de Canadese teerzanden.

In de provincie Alberta wint Shell teerachtige olie die vermengd is met zand en water. Graafmachines zo groot als een eensgezinswoning scheppen oliezand op, tot een diepte van zo'n 75 meter. Vervolgens worden zand en water gescheiden van de zware olie en wordt deze, onder meer via ontzwaveling, opgewaardeerd tot een lichtere oliesoort die in raffinaderijen kan worden verwerkt.

De Canadese teerzanden vormen een aantrekkelijk alternatief voor olie uit politiek onrustige regio's in het Midden-Oosten. De bewezen reserves van 174 miljard vaten zijn na die van Saudi-Arabië de grootste in de wereld.

Lange tijd was teerzandolie een riskante business, omdat de winning relatief duur is en pas rendabel is bij een olieprijs van 25 tot dertig dollar per vat. Die zorg is een stuk minder acuut, nu de olieprijzen sinds 2005 ruim boven de vijftig dollar per vat zijn gebleven.

Shell wint sinds 2003 olie uit teerzanden via het Athabasca Oil Sands Project. De Nederlands-Britse energiegigant is voor zestig procent eigenaar van dit project. In de eerste negen maanden van 2007 won Shell gemiddeld 90 duizend vaten olie per dag uit de teerzanden. Dat is een ongeveer drie procent van de totale olie- en gaswinning van het concern.

Tegen 2010 wil Shell voor zichzelf 150 duizend duizend vaten per dag uit de teerzanden halen. Vervolgens acht het concern een ruime verdubbeling van dit aantal mogelijk. Daarbij komt ook een alternatieve winningsvorm in beeld. Want op grondlagen dieper dan 75 meter is het handiger om met boortechnieken te werken, waarbij de teerolie via stoominjectie wordt losgeweekt uit diepere grondlagen.

De Canadese teerzandolie is financieel rendabel en politiek solide. Maar er kleeft wel een serieus milieuprobleem aan. De winning gaat namelijk gepaard met een forse uitstoot van vervuilende stoffen zoals kooldioxide en stikstofoxide. Bovendien gebruiken producenten enorme hoeveelheden water. Per vat teerzandolie benutten energieconcerns gemiddeld twee tot vier vaten water.

Op 10 januari publiceerden het wereldnatuurfonds Canada en onderzoeksbureau Pembina een brede overzichtsstudie naar de milieuaspecten van de oliezandwinning, met de omineuze titel Undermining The Environment. De studie geeft de hele sector een onvoldoende, waarbij Shells projecten relatief het best scoren.

Opvallend is dat Shells huidige teerzandoperaties redelijk presteren bij de uitstoot van broeikasgassen. Tegelijk stelt het milieurapport dat uitbreidingsprojecten bij de Muskeg River Mine en de Jackpine Mine naar verwachting een bijna twee maal zo hoge uitstoot van koolstofdioxide zullen opleveren - te weten 44,4 kilo per vat teerzandolie.

Er zit nog een zwart vlekje op het groene imago van Shell.