Dat blijkt uit het eerste curatorenverslag, dat op dinsdag 17 november werd gepubliceerd.

Op basis van de boedelbeschrijving per 19 oktober komen de curatoren uit op een negatief eigen vermogen voor Dirk Scheringa's DSB Bank van 317 miljoen euro. Dit is iets lager dan de schatting van 344 miljoen euro negatief, die Schimmelpenninck en Kuiper per 11 oktober maakten, een week voor het faillissement over DSB Bank werd uitgesproken.

Achtergestelde leningen
Bij het liquidatietekort van 317 miljoen euro is de circa 250 miljoen euro die Dirk Scheringa als aandeelhouder in DSB Bank had zitten, opgesoupeerd.

De volgende groep financierders die geld dreigt kwijt te raken, zijn de houders van achtergestelde leningen. Volgens de curatoren stond er per 19 oktober voor 111,4 mijoen euro aan achtergestelde spaardeposito's uit, plus een zakelijk, achtergesteld deposito van de firma Dekania van 31,3 miljoen euro.

Achtergestelde spaarders vallen in principe niet onder het depositogarantiestelsel en komen na andere schuldeisers aan de beurt. Eerder deze week bleek echter dat de stichting dsb deposito's meent dat de voorwaarden waaronder DSB Bank achtergestelde deposito's verstrekte zodanig waren, dat alsnog een beroep op het garantiestelsel kan worden gedaan.

De curatoren stellen dat reguliere spaarders nog 3,6 miljard euro hebben uitstaan bij DSB Bank. Particuliere en kleinzakelijke spaarders krijgen bedragen tot één euroton terug via het depositogarantiestelsel. De vordering komt vervolgens te liggen bij andere Nederlandse banken die de spaargarantie financieren.

200 miljoen voor claims
Bij tal van balansposten houden de curatoren nog een slag om de arm. Wat betreft de eventuele uitkeringen aan DSB-klanten die klachten hebben over verstrekte hypotheken en koopsompolissen, houden de curatoren vast aan een reservering van zo'n 200 miljoen euro voor claims. Die willen ze strikt op individuele basis afhandelen.

Van belang is verder dat DSB Bank verwikkeld was in diverse juridische procedures. Zo maakt het curatorenverslag melding van een zaak tussen DSB en Debet Card Services Europe. Laatstgenoemde firma eist nog 3,5 miljoen euro aan provisies van DSB Bank, in verband met de verwerving van consumentenkredieten via internet tussen 2001 en 2004. DSB Bank eist op zijn beurt 600 duizend euro van Debet Card Services Europe.

Fiscale naheffingen
Ook de fiscale positie van DSB Bank is onduidelijk. Enerzijds rekent DSB Bank op een teruggaaf van de fiscus van 38,6 miljoen euro voor de vennootschapsbelasting. Tegelijk heeft de fiscus een naheffing voor de loonbelasting aan DSB Bank verstuurd van 6,3 miljoen euro. Hiervoor heeft DSB Bank geen voorziening getroffen.

DSB Bank kan ook nog aansprakelijk worden gehouden voor naheffingen van de omzet- en vennootschapsbelasting bij DSB Beheer, het persoonlijke vehikel van Dirk Scheringa dat grootaandeelhouder is van de bank en waaronder ook voetbalclub AZ, Scheringa's museum en diverse verzekeraars vallen. DSB Beheer blijkt geen voorziening te hebben getroffen voor mogelijke naheffingen ter grootte van 22,5 miljoen euro.

Zakenjet Scheringa
Aan de andere kant zijn de curatoren druk doende de verkoop van bezittingen van DSB Bank in gang te zetten. Ze verwachten in 2010 een aanvang te kunnen maken met de verkoop van hypotheekportefeuilles.

Verder staan diverse deelnemingen van DSB Bank te koop. Zo is DSB's 49-procent belang in internetbedrijf Paul.nl per 6 november verkocht aan de meerderheidsaandeelhouder. En de curatoren zijn ook bezig met de verkoop van de Belgische krediet-intermediairs Silver Finance en Creafin, waarvan ze een hoge opbrengst voor de boedel verwachten.

Bij DSB Beheer hopen de curatoren onder meer de aandelen van Scheringa's bv in voetbalclub AZ te kunnen verkopen. En ook de zakenjet van Dirk Scheringa staat op de nominatie om onderhands te worden verkocht. Financieringsmaatschappij Amstel Lease Maatschappij heeft een hypotheekrecht op het vliegtuig van Scheringa, dat voor 7 miljoen euro in de boeken staat bij DSB Beheer.