Het nieuwe jaar komt eraan, de rapporten met vooruitzichten van analisten en beursgoeroes stromen binnen. Wat hebben die te melden?
Miljardensteun van regeringen en centrale banken zorgde ervoor dat de schade van de kredietcrisis in 2009 beperkt bleef tot een recessie. Een echte instorting, in de vorm van een depressie, bleef uit.
Inmiddels krabbelt de wereldeconomie voorzichtig op. Hamvraag voor 2010 is of de private sector het stokje kan overnemen als de overheid zich terug trekt.
Wat gebeurt er als commerciële banken niet meer onbeperkt kunnen lenen bij centrale banken? Wanneer gaat de rente in de VS en Europa omhoog? Hoe reageren beurs en economie daar op?
Z24 selecteert de belangrijkste thema's aan de hand van acht grafieken.
Bedrijven hebben in 2009 diep in de kosten gesneden. Inmiddels trekt de vraag aan, want de voorraadniveaus zijn relatief laag geworden. De omstandigheden zijn zodoende gunstig voor stevig winstherstel. Zakenbank Morgan Stanley rekent voor Europese beursgenoteerde bedrijven op een stijging van de winst per aandeel met gemiddeld 35 procent in 2010. Aandelenbeleggers zijn daar dit jaar echter al op vooruit gelopen, zodat aandelen in verhouding tot de verwachte winsten volgens Morgan Stanley niet goedkoop zijn. Goed nieuws over herstellende bedrijfswinsten is komend jaar geen verrassing.
Veel analisten wijzen erop dat economische basis in Europa en de Verenigde Staten broos is. Consumenten zijn door de zwakke huizenmarkt en de oplopende werkloosheid koopschuw geworden. In Nederland daalden de bestedingen van huishoudens in de eerste negen maanden van dit jaar. In de Verenigde Staten leefden de consumentenbestedingen in het derde kwartaal op, maar dat was vrijwel volledig te danken aan regelingen zoals de slooppremie voor oude auto's.
Volgens Amerikaanse topbeleggers Bill Gross (Pimco) en Jeremy Grantham (GMO) moeten beleggers zich niet rijk rekenen en uitgaan van zwakkere groei en matige bedrijfswinsten. Want de groei zal onmiddelijk afzwakken op het moment dat overheden steunmaatregelen terug draaien.
Eén van de spookbeelden voor 2010 is de vrees voor inflatie, ofwel stijgende prijzen van goederen en diensten die de koopkracht aantasten. Centrale banken hebben de geldkraan in 2008 en 2009 stevig opengezet door commerciële banken vrijwel gratis krediet te geven en de rente zeer sterk te verlagen. Als de geldkraan niet op tijd wordt dicht gedraaid, kan de stroom goedkoop geld leiden tot inflatie en nieuwe zeepbellen op financiële markten. Centrale banken moeten dan in actie komen door de rente te verhogen, wat slecht is nieuws voor obligatiemarkten. Andrew Wells van fondsenhuis Fidelity International noemt inflatie "het grootste gevaar" voor obligatiebeleggers in 2010.
De inflatie-vrees leunt sterk op het vermoeden dat centrale banken de geldkraan niet gecontroleerd kunnen dichtdraaien. Hoofdeconoom Jean-Pierre Béguelin van de Zwitserse bank Pictet vindt die vrees echter ongegrond. Vanuit economisch perspectief is er sowieso geen reden om bang te zijn voor inflatie. De relatief hoge werkloosheid zorgt ervoor dat werknemers in 2010 geen looneisen kunnen stellen die prijzen opdrijven. Wat betreft de centrale banken wijst Béguelin erop dat zij extra krediet hebben verstrekt met korte looptijden. Centrale banken kunnen dus snel op de rem trappen bij commerciële banken, mocht dat nodig zijn.
Het nakende groeiherstel geeft aandelen in eerste helft 2010 ruimte om nog wat verder te stijgen. Maar daarna wordt het onzeker. Zakenbank Morgan Stanley rekent erop dat Europese aandelen per saldo licht verlies zullen boeken in 2010, omdat er een beurscorrectie komt zodra duidelijk wordt dat de economie zonder overheidssteun minder hard groeit. Jeremy Grantham van vermogensbeheerder GMO gaat uit van een vergelijkbaar scenario.
Ook obligatiebeleggers moeten oppassen voor hebberigheid. Obligatie-expert Gross van Pimco denkt dat de huidige indicatoren op de markt voor staatsobligaties de realiteit goed weergeven. Dat wil zeggen: beleggers moeten voor een reeks jaren tevreden zijn met rendementen van 3 tot 4 procent per jaar. Bij een wereld die minder profiteert van groei op basis van goedkoop geld, horen ook lagere rendementen voor beleggers.
Wells van Fidelity wijst er niettemin op dat beleggers zullen blijven jagen op investeringen die net wat meer opleveren dan staatsobligaties en kortlopende spaardeposito's. Hij voorziet dan ook toenemende interesse voor bedrijfsobligaties van relatief solide ondernemingen.
Kunnen China, India, Brazilië en andere groeilanden uitkomst bieden voor westerse beleggers? Zakenbank Goldman Sachs ziet nog steeds goede perspectieven voor de zogenoemde BRIC-landen (Brazilië, Rusland, India en China). Analisten van Goldman introduceerden deze term in 2003, en constateren anno 2009 dat de kredietcrisis het groeipotentieel van het BRIC-viertal niet noemenswaardig heeft verzwakt. Tussen 2003 en 2008 zijn China, Rusland, India en Brazilië allemaal harder gegroeid dan de Goldman-analisten in 2003 dachten. Zij verwachten nog steeds dat deze vier in 2050 samen met de VS de vijf grootste economieën ter wereld zullen vormen. Vandaar dat ook Rusland, dat relatief hard is geraakt door de kredietcrisis, volgens Goldman Sachs bij club van vier mag blijven.
De kredietcrisis heeft wel duidelijk gemaakt dat beurzen van groeilanden geen veilige haven zijn in tijden van crisis. Tussen eind 2007 en februari 2009 halveerde de MSCI-index voor emerging markets. Vervolgens ging het ook weer hard omhoog, waardoor inmiddels een verlies van zo'n 20 procent resteert ten opzichte van eind 2007. Beleggers die op het groeipotentieel van China & Co gokken, moeten niet wars zijn van een ritje in de achtbaan. Ook in 2010.