De minister van Financiën en de president van De Nederlandsche Bank (DNB) hadden weinig goeds te melden over ABN Amro in de nadagen van zijn bestaan.
Was volgens Wilco Jiskoot (voormalig lid van de raad van bestuur, verantwoordelijk voor de zakenbank) en ex-bestuursvoorzitter Rijkman Groenink weinig tot niets aan de hand bij ABN Amro, Wellink en Bos hadden een heel andere mening.
Bos zei aan het einde van zijn verhoor over de ondergang van ABN Amro het jammer te vinden dat "het oude, trotse ABN Amro" niet meer bestond. Maar, zo voegde hij daar aan toe: "Dat oude, trotse ABN Amro had medio 2006 al opgehouden te bestaan."
Eigen benen
Volgens de minister "hing er een onterechte romantiek rond het ABN Amro zoals het eraan toe was ten tijde van de overname in 2007." Volgens hem hadden Groenink en zijn collega's een "mooi Hollands kroonjuweel laten afglijden tot een bank die niet meer op eigen benen kon staan."
Wellink zei het eerder op de dag iets genuanceerder tijdens zijn verhoor, maar wat hij zei kwam op hetzelfde neer.
Volgens de president van De Nederlandsche Bank kreeg het bestuur de kosten binnen de onderneming maar niet onder controle. "Dat was ons al meerdere jaren bekend. Er zijn grote saneringsacties geweest. Duizenden mensen hebben de bank moeten verlaten, maar het was nog niet genoeg."
Wellink insinueerde dat Wilco Jiskoot de toestand binnen ABN Amro zelf niet meer goed in de gaten had. Dat sloot wat hem betreft aan op één van de oorzaken van de kredietcrisis, namelijk bankbestuurders die uiteindelijk zelf niet meer de complexiteit van de financiële producten begrepen of het overzicht hadden van wat er binnen de banken gebeurde.
"Ik heb gisteren gekeken naar de heer Jiskoot bij uw commissie. Toen ging het over het handelsboek. Dat deed bij hem geen belletje rinkelen. Daar werd ik toen toch wel een beetje boos over", zei Wellink.
Wellink had in eerder verhoor op maandag 1 februari gezegd dat verliezen die niet op de balans stonden, terug te vinden waren in het handelsboek van ABN Amro. Dat weersprak Jiskoot op woensdag. Wellink begreep die ontkenning niet; hij kende de boeken van ABN Amro beter dan Jiskoot, suggereerde hij.
Achterkamertjespolitiek
Rijkman Groenink verweet Wellink en Bos dat zij niet op informele wijze hun bezwaren hadden geuit tegen de overname en opsplitsing van ABN Amro. De commissie riposteerde dat dit nu juist onmogelijk is dankzij de in ontwikkeling zijnde 'Antonveneta-richtlijn'.
Die is vernoemd naar de Italiaanse bank die ABN Amro in 2005 wilde kopen. Dat werd toen gesaboteerd door Italiaanse politici die zich via het achterkamertjes-cicruit bewogen. Daar was ABN Amro toen zo woest over dat het van de Europese politiek maatregelen eiste om zoiets in de toekomst te voorkomen. In Nederland werd dat door het parlement opgepikt. Kamerbreed was er steun voor de Antonveneta-richtlijn.
De commissie hield Groenink voor dat de wens tot een informele blokkade van Bos en Wellink van de overname van ABN Amro wel wat leek op wat de Italianen voor Antonveneta hadden gedaan. Maar Groenink zag dat niet zo. "Dat zijn onvergelijkbare grootheden", vond hij. ABN Amro was een grote, belangrijke systeembank waar Antonveneta maar een relatief kleine speler was. En dus was de geest van de Antonveneta-richtlijn niet van toepassing.
"Mijn mond is opengevallen toen daarover gesproken werd tijdens deze commissieverhoren", zei Wouter Bos tijdens zijn verhoor. Groeninks stelling dat ABN Amro niet vergelijkbaar was met Antonveneta vond Bos geen argument.
Bos hekelde ook de hypocrisie. De bankbestuurders die wilden dat de politiek intervenieerde voor ABN Amro waren dezelfde mensen die jaren lang riepen dat de politiek zich niet met hen moest bemoeien, zei hij bozig.
Dromen over Sarkozy
Toch brak ook Wellink tijdens zijn verhoor een lans voor politieke interventie indien sprake is van een grensoverschrijdende overname in de bankensector.
"Ik heb wel eens gedroomd van een interventie zoals Sarkozy heeft gedaan voor Société Générale." Die bank dreigde overgenomen te worden door een buitenlandse partij. "Sarkozy zei toen: 'geen roofdieren in het financiële veld van Frankrijk'", verzuchtte Wellink.
Maar ook in zoiets ziet Bos helemaal niks. Hij kon zich niet vinden in de opmerking van Wellink. Daarbij weersprak Bos ook de stelling van Groenink én Wellink dat het bod van het consortium een vijandig bod was.
Het bestuur van ABN Amro steunde uiteindelijk het bod van het consortium van Royal Bank of Scotland, Fortis en Banco Santandér. Het was 10 miljard euro hoger dan het bod van Barclays en was daarom de beste deal voor de aandeelhouders.
"Het bod was dus niet vijandig", concludeerde Bos.
Vernieling in draaien
Geïrriteerd pareerde Bos de stelling van Groenink dat ABN Amro gezond was toen het een prooi werd voor buitenlandse banken.
De minister herinnerde Groenink er via zijn verhoor aan dat het Groenink zelf was die ABN Amro in de etalage had gezet, en zelfs actief op zoek was gegaan naar fusie- dan wel overnamepartners, zoals uiteindelijk Barclays. "Dan moet je niet raar kijken als er kopers komen", zei Bos.
Groenink had ABN Amro een tijd vóór de overname "al de vernieling in gedraaid", zei Bos.
Lees ook:
Wellink wilde overname ABN Amro niet
Twijfel over informatie buitenlandse waakhonden


