Dat concludeert de commissie-Scheltema, die onderzoek deed naar het faillissement van DSB Bank eind 2009.
Volgens de commissie waren er grote tekortkomingen vanuit de leiding van de bank, zoals uitgevoerd door Dirk Scheringa en Hans van Goor, en was de opzet van de bank zelf - gevormd in 2005 - van dien zorgelijke aard dat de risico's te groot waren om een bankvergunning af te geven.
DNB heeft daarna steeds te aarzelend en te voorzichtig opgetreden richting DSB, oordeelt de commissie. "De toezichthouder had zijn tanden moeten laten zien", stelt het rapport.
De toezichthouder stuurde brieven naar DSB als er zaken waren die DNB niet bevielen. In persoonlijke gesprekken met Scheringa werden zaken aan de orde gesteld door DNB, maar verder dan dat ging de toezichthouder nooit.
Pas in de zomer van 2009, toen het verval bij DSB al definitief had ingezet, overwoog DNB verdergaande maatregelen. Het business model van de bank moest op de schop en de toezichthouder drong aan op het vertrek van Dirk Scheringa, die de bank gebruikte als een geldfabriek voor het financieren van zijn hobby's, zoals voetbalclub AZ en het Dirk Scheringa Museum.
Maar dat proces van ingrijpen werd doorkruist door de oproep van Pieter Lakeman, op 1 oktober, aan DSB-klanten om hun geld weg te halen bij die bank. Dat is het begin van het einde van DSB.
AFM, Bos treffen weinig blaam
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) trad volgens de commissie-Scheltema adequaat en tijdig op, maar had meer kunnen ondernemen toen de bevoegdheden van die toezichthouder werden uitgebreid.
Over toenmalig minister van Financiën Wouter Bos is de commissie positief: de minister heeft terecht noodsteun aan DSB geweigerd omdat "aan de voorwaarden voor steun aan een bank bij DSB niet werd voldaan".
Dirk Scheringa de Zonnekoning
De commissie is zeer kritisch over DNB, met aan het hoofd bankpresident Nout Wellink, maar de kern van de problematiek ligt geheel bij DSB, en dan vooral Dirk Scheringa. Volgens de commissie leidde Scheringa DSB Bank als zijn eigen bedrijf, waarbij hij alleen oog had voor de commerciële belangen van de bank, die fungeerde als financier van de activiteiten van DSB Beheer, waaronder ook voetbalclub AZ en het Scheringa Museum vielen.
Volgens Scheltema waren er in het bestuur van DSB Bank weinig mensen die oog hadden voor de bancaire kant van de zaak. Het belang van de bank en DSB Beheer stond boven het belang van de klanten. Scheringa gebruikte dividenduitkeringen van de bank voor zijn hobby's en dit was één van de oorzaken van een ruzie met toenmalig financieel topman Frank de Grave.
De commissie is overigens ook negatief over het functioneren van de raad van commissarissen. De raad liet zich te vaak wegzetten door Dirk Scheringa en gaf te weinig tegengas. Van lieverlee stelde de raad van commissarissen zich eerder op als een raad van advies. In een reactie in het rapport laten de betrokken commissarissen weten het niet eens te zijn met die conclusie.
Verliezen
Sinds 2005 was het verdienmodel van DSB Bank, dat vooral dreef op het verkopen van woekerpolissen en hoge provisies, op de schop gegaan. Dat leidde tot veel minder inkomsten terwijl de uitgaven op hetzelfde peil bleven. Dit leidde in mei 2009 tot een ruzie met De Grave, die niet wilde dat dividend uitgekeerd zou worden aan DSB Beheer. Maar Scheringa zette De Grave aan de kant, zonder daar eerst de raad van commissarissen over in te lichten.
Volgens Scheltema is dat een terugkerend patroon: Scheringa die zelfstandig de ene beslissing na de andere neemt zonder de organisatiestructuur van de bank te respecteren.
Toen ook leden van de raad van commissarissen begreep dat er iets moest gebeuren en daarover contact was met DNB, was het (mede dankzij de oproep van Lakeman) al te laat. De commissie is van oordeel dat er grote problemen ontstonden bij DSB toen het moest stoppen met het systeem van hoge provisies. DNB achtte het volgens de commissie onzeker of de bank ook zonder de oproep van Lakeman was blijven bestaan. De commissie stelt dat een andere manier van optreden de ondergang van DSB niet had kunnen voorkomen.
Oplossingen
De commissie adviseert dat er betere wetgeving komt die financiële instellingen ertoe dwingt een prudenter beleid te voeren dat rekening houdt met het klantbelang. Ook moeten toezichthouders beter wettelijk gereedschap krijgen om te kunnen ingrijpen bij instellingen, wanneer het dat nodig acht.
Over de oproep van Pieter Lakeman om spaargeld weg te halen bij DSB, zei commissievoorzitter Scheltema dat hij dat een "onwenselijke oproep" vond. Scheltema zei zich voor te kunnen stellen dat zulke oproepen in de toekomst "strafrechterlijk" verboden worden, oftewel dat mensen die zoiets doen, vervolgd kunnen worden.
Volgens Scheltema was er misschien nog een kans geweest dat DSB Bank zonder die oproep had kunnen voortbestaan.
Lees ook: