Nederland en Engeland kunnen bijna 90 procent van de in totaal vier miljard euro Icesave-schuld terugkrijgen uit de boedel van het failliete Landsbanki.
Dat zei Lárantsínus Kristjánsson, voorzitter van het comité van bewindvoerders van de failiete Icesave-moeder Landsbanki, maandag 12 oktober in diverse IJslandse media. Hij verwacht dat preferente schuldeisers, ofwel schuldeisers die vooraan in de rij staan, 90 procent terug kunnen krijgen.
Het IJslandse depositogarantiestelsel, dat de gelden door zal sluizen naar Engeland en Nederland, is een preferente schuldeiser, zo bevestigt het IJslandse ministerie van Financiën tegenover Z24.
Meevallers
De bewindvoerder van het restant van het oude Landsbanki, een zogenoemde bad bank met daarin de claims van de meeste schuldeisers, heeft twee meevallers.
Ten eerste krijgt hij meer geld voor de verkoop van de IJslandse hypotheken en bedrijfsleningen aan het nieuwe, heropgerichte Landsbanki.
Ten tweede blijken de buitenlandse bezittingen, die nog wel van de oude bank zijn, veel meer waard dan aanvankelijk gedacht. Het gaat veelal om leningen aan Britse bedrijven en andere bezittingen zoals Brits vastgoed. De waarde daarvan blijkt minder dramatisch gedaald dan begin 2009 werd gevreesd.
Meevaller Bos
Als de komende tijd werkelijk zoveel geld uit de boedel kan worden teruggevonden, betekent dat een enorme meevaller voor IJsland, maar ook voor Wouter Bos.
De 1,3 miljard euro die IJsland volgens de Nederlandse regering ons land schuldig is (zie kader Icesave-schuld), zou op die manier maar voor een klein deel uit de zak van de IJslandse belastingbetaler moeten komen.
Op dit moment is er onenigheid over hoe, wanneer en tegen welke voorwaarden IJsland de Icesave-schuld zal betalen. Nederland en Engeland vinden dat IJsland het hele bedrag inclusief rente - in totaal bijna vier miljard euro - moet betalen volgens een overeenkomst getekend in juni.
Verzet in IJsland
Het IJslandse parlement heeft die overeenkomst afgelopen augustus echter niet goedgekeurd. De parlementariërs stelden onder grote druk van de publieke opinie aanvullende eisen.
Zo wil het parlement dat de jaarlijkse betaling aan Nederland tussen 2015 en 2024 niet hoger is dan 2 procent van de groei van het nationaal inkomen. Het gaat dan overigens om de restschuld, dus wat er overblijft na aftrek van de gelden die vrijkomen uit de boedel.
De kans dat de schuld wordt afbetaald, zelfs als je uitgaat van het akkoord met de aanpassingen van het IJslandse parlement, is veel groter als de bewering van de curator klopt.
De restschuld aan Engeland en Nederland die moet worden betaald door de IJslandse bevolking zou in het geval van een boedelopbrengst van 90 procent voor preferente schuldeisers, uitkomen op minder dan 400 miljoen euro (exclusief rente). Dat is ongeveer 5 procent van het nationaal inkomen van IJsland. Eerder werd het bedrag op zeker een miljard euro geschat.
Lees ook:
Premier IJsland woedend op Nederland


