Het depositogarantiestelsel vergoedt onder bepaalde voorwaarden tegoeden op betaal- en spaarrekeningen tot een maximum van 100.000 euro per persoon. Tegoeden worden eerst verrekend met eventuele schulden zoals leningen of een hypotheek, laat De Nederlandsche Bank (DNB) weten.
Geld voor kerst
Rekeninghouders worden volgens DNB binnenkort via krantenadvertenties en de website van DNB nader geïnformeerd over de inwerkingtreding van het garantiestelsel.
Medio november krijgen rekeninghouders een brief waarin uitgelegd wordt hoe ze een vergoeding kunnen aanvragen. "Het streven is de uitkeringen zo snel mogelijk te doen plaatsvinden, waarbij het grootste deel van de aanvragen voor de kerstdagen zal zijn gehonoreerd'', aldus DNB.
Banken moeten betalen
De uitkering van gegarandeerde spaartegoeden loopt via De Nederlandsche Bank, maar de schade komt voor rekening van collega-banken van DSB, naar rato van hun marktaandeel.
De banken moeten naar verwachting ongeveer 3,3 miljard euro ophoesten voor het depositogarantiestelsel. Vervolgens worden onder meer Rabobank, ING, ABN Amro en SNS partij met een claim op de boedel van DSB Bank.
Analist Paul Beijsens van effectenhuis Theodoor Gilissen schat dat de uiteindelijke schade voor ING, op basis van het marktaandeel van 30 procent op de spaarmarkt, 350 miljoen euro bedraagt. Hierbij gaat de analist ervan uit dat ING 65 procent van de uitkeringen aan spaarders terug krijgt via claims op de boedel van DSB Bank.
Voor SNS Reaal, met een geschat marktaandeel van 7 procent, zou schade per saldo 80 miljoen euro zijn, aldus analist Beijsens.
Beijsens geeft geen schatting voor de schade die Rabobank oploopt, aangezien deze bank niet beursgenoteerd is. Naar analogie van de schade bij ING en SNS, zou Rabobank met een marktaandeel van ruim 40 procent op de spaarmarkt per saldo zo'n 462 miljoen euro kwijt zijn. Dat wil zeggen: als de bank 65 procent terug krijgt van de uitkering van 1,3 miljard euro die naar DSB-spaarders gaat.
Lees ook:


