Internetbedrijf Google baarde afgelopen woensdag opzien, met de aankondiging zich niet meer te willen conformeren aan het Chinese censuurbeleid op internet. Tal van politiek gevoelige zoektermen, zoals 'Taiwan' en de religieuze beweging 'Falungong' leveren geen zoekresultaten op bij de Chinese versie van Google.
De Chinese overheid trekt zich echter niets aan van Google's dreigementen. Sterker, één van de belangrijkste censoren gaf donderdag 14 januari aan, dat de Chinese overheid internet scherp in de gaten blijft houden, meldden diverse internationale media, waaronder The Financial Times.
Zelfdiscipline
Volgens Wang Chen, hoofd van het informatiebureau van de Chinese overheid, moeten media hun verantwoordelijkheid nemen om de "veiligheid" van het internet te bewaken. “We moeten ons best doen om zelfdiscipline onder internetmedia te intensiveren en de veiligheid van het internet te garanderen."
De Chinese overheid gebruikt de term zelfdiscipline als alternatief voor zelfcensuur. “Online media moeten het verzorgen van een positieve mainstream-omgeving als een belangrijke taak beschouwen", voegde Wang toe.
Geen marktleider
Google heeft momenteel een aandeel van naar schatting 30 procent op de Chinese zoekmachinemarkt, tegenover ruim 60 procent voor de plaatselijke rivaal Baidu. Als Google vast houdt aan zijn voornemen om de Chinese internetcensuur te negeren, is de kans groot dat het bedrijf de Chinese markt kwijt raakt.
Tot nog toe gold China als te belangrijk om links te laten liggen. Analisten wijzen er echter ook op dat Google's principiële stellingname inzake censuur een mogelijkheid biedt om zich op een elegante manier terug te trekken uit een markt waar het lastig is om een dominante positie te verwerven.