De ontwikkeling van de robotica heeft overeenkomsten met de twee beroemde robots uit Star Wars: C3PO en R2D2. De goudkleurige C3PO lijkt op een mens. Hij kan praten, lopen en heeft een gezicht. Maar veel nut heeft hij verder niet. Zijn kleine kompaan R2D2, die wat betreft het model veel weg heeft van een rijdende prullenbak, is veel praktischer.
Precies dit schisma is zichtbaar in de huidige robotica. Je hebt robots die er uitzien als mensen. Deze kunnen vaak dansen, soms praten en zelf zoenen. Leuk, maar peperduur en ontzettend moeilijk om te bouwen. Kortom, niet heel praktisch.
En er zijn robots die één taak uitvoeren. Deze kunnen bijvoorbeeld het gras maaien of stofzuigen. Aan hen is weinig menselijks te ontdekken. Het zijn eerder een soort damschijven. Maar wel met praktisch nut. Deze laatste categorie vindt zijn weg naar consument. De robotmens voorlopig nog niet.
Daan Hobbelen bouwde in het kader van zijn promotie aan de TU Delft de robot Flame, ‘s werelds eerste mechanische man die succesvol de loopbeweging van de mens kan kopiëren. Desondanks verwacht hij meer van de goedkope functionele robots dan van de menselijke varianten.
“De trend lijkt te zijn om goedkopere apparaten zoals de stofzuigrobot verder te perfectioneren”, denkt Hobbelen. “Het kunnen van de apparaten wordt bovendien stapsgewijs opgevoerd.”
Thuis heeft hij zo'n stofzuigrobot. “Op dit moment werken die nog niet fantastisch. Maar ze zijn niet duur en er is nog veel ruimte voor verbeteringen. Dat maakt ze voor bedrijven aantrekkelijk.” Economisch kunnen de apparaten door hun lage prijs concurreren met de huishoudelijke hulp.
"In tegenstelling tot de mensachtige robots. Want zeg nu zelf, wie koopt er een peperdure robot als een werkster hetzelfde kan, maar dan een stuk goedkoper?"
Te duur, te complex en een stuk minder praktisch dan hun kleine stofzuigbroertjes. Zal de robotmens wel ooit doorbreken? Martijn Wisse, afdelingsleider van het Robotlab van de TU Delft, denkt van wel. "Niet onmiddellijk, maar uiteindelijk, over vele jaren, zullen wij de voorkeur geven aan een mensachtige robot."
“Voor mensen is het vertrouwd als een robot er als een mens uitziet”, onderbouwt Wisse zijn mening. “Je hebt een idee wat zo’n robot kan. Je begrijpt hem beter. Dat geldt niet voor bijvoorbeeld een spinachtige robot. Daarmee moet je maar zien wat hij precies doet.” Maar wanneer komen ze dan? Niemand weet het.
"Robotvoetbal geeft een goede indicatie van de complexiteit", zegt Wisse. Elk jaar worden competities georganiseerd tussen robotontwikkelaars. Voetbalwedstrijden tussen robots. Deels voor het plezier, deels voor het prestige en deels om elkanders voortgang te bekijken. Wisse: "De algemene verwachting is dat pas in 2050 robotvoetballers goed genoeg zijn om het tegen mensen op te nemen."
Aan de TU Delft worden menselijke robots in elkaar gezet. “Wij willen aan de ene kant een geavanceerde robot bouwen”, legt afdelingsleider van TU Robotlab Martijn Wisse uit. “Maar dat is niet het enige doel. Uiteindelijk kunnen we via de robots weer over de mens te weten komen. Zien hoe alles werkt.” Via de robot leert men meer over het eigen lichaam.
Er wordt uiteindelijk ook niet gestreefd naar één robot die alles kan. “Zeker niet", zegt Wisse. "Het nut en de economische waarde zit toch vooral in de delen. Een robot die alles kan is helemaal niet praktisch. En bovendien veel te duur als je hem maar voor één bepaald doel wil gebruiken.” Robotarmen zijn bijvoorbeeld afzonderlijk te gebruiken in een fabriek. Een robotbeen kan dienen als prothese.
Japan is al jarenlang het Mekka voor robotica. En dat is wel logisch, denkt Wisse. "De vergrijzing slaat daar toe." Er moeten volgens hem alternatieven worden gezocht voor de gewone hulp in huis. Robots zijn een belangrijke kandidaat. Maar de voorsprong van Japan heeft ook nog een belangrijke culturele reden. Namelijk angst in het westen.
“In westerse sciencefiction worden we bang gemaakt voor robots”, zegt Wisse licht geërgerd. “Ze zouden de wereld overnemen, in moorddadige monsters veranderen of ons als batterijen gebruiken. Dat soort dingen werkt door in de adoptie.” Hij noemt films als de Terminator en The Matrix.
Dat is wel anders in Japan. Wisse: “Daar wordt de robot afgebeeld als een goede hulp, een vriend. Veel realistischer natuurlijk. Uiteindelijk doet een robot toch wat wij hem opgedragen. Meer zal hij nooit kunnen.”
Volgens Wisse hoeft de huidige voorsprong van Japan zeker niet blijvend te zijn. Met de goede infrastructuur en ons onafhankelijk denken, moet Nederland volgens Wisse prima in staat zijn om een leidende rol te gaan spelen. “Een mening die overigens wordt onderschreven door de Tweede Kamer. In een half jaar geleden voorgelegd rapport werd robotica gezien als een belangrijke kans.” Volgens hem werken de drie technische universiteiten (Twente, Eindhoven en Delft) goed samen. “We doen elk jaar samen mee aan het robotvoetbal.”
En nationale trots Philips? “Het bedrijf is heel erg bezig met interactie tussen mens en apparaat”, weet Daan Hobbelen. “En kijkt daarbij nadrukkelijk naar robotica." Zo ontwikkelde het bedrijf iCat, een robotkat die emoties kan uitdrukken. Bovendien is het bezig met videorecorders waar je tegen kunt praten. Philips doet ook regelmatig mee aan robotvoetbalcompetities.
"Maar het menselijk lichaam is een wonder", stelt Wisse. "Wij kunnen met heel weinig informatie ontzettend veel complexe acties uitvoeren. Het is zo efficiënt. Het duurt nog heel lang voordat we dat kunstmatig kunnen evenaren."
Zie ook de slideshow rechts.