Op het eerste gezicht lijkt het computerspel Overlord te zijn ontsproten aan de fantasie van Amerikaanse gameontwikkelaars. Of misschien waren het Canadezen die de speler met een net uit de dood opgestane heerser een imperium van het kwaad laten opbouwen.

Want Overlord doet niet onder voor andere games. In een grafisch weldadige omgeving stuurt de heerser zijn slaafjes aan op weg naar wereldheerschappij, onderweg huizen vernietigend, wollige schaapjes slachtend en mensen onderwerpend. Dit alles met een knipoog, dat wel.

Maar Overlord komt niet uit San Francisco of Vancouver. De game is een Nederlands product, gemaakt door het bedrijf Triumph in een zalencentrum langs het spoor in Delft. Boven een Surinaams-Afrikaans restaurant en een kinderdagverblijf werken 25 ontwikkelaars, verspreid over een aantal kleine ruimtes.

Oprichter Lennart Sas van Triumph is pas 33 jaar, maar kan toch worden gerekend tot een gameontwikkelaar van de oude garde. Hij heeft zijn opleiding deels genoten in de Verenigde Staten, maar heeft ervoor gekozen om in Nederland zijn ideeën uit te werken. "We zagen hier een kans in een groeiende industrie." In 1997 zette hij met een partner Triumph op in een kamertje in Delft.

Een slimme zet, want anno 2007 staat de Nederlandse gamesector er beter voor dan ooit. "Je kunt gerust stellen dat het aantal developers in drie jaar meer dan is verdubbeld. Op dit moment kunnen we spreken van een zeventigtal studio’s, variërend van bedrijfjes met twee of drie man tot ondernemingen met meer dan honderdvijftig werknemers", zegt Tommy Goffin van de brancheorganisatie voor gameproducenten BGIn die vorig jaar is opgericht.

Van de zeventig studio’s maakt het grootste deel bijvoorbeeld online spelletjes of games voor op de mobiele telefoon. Slechts een beperkt aantal programmeert games die wereldwijd op de spelcomputers Xbox 360, PlayStation 3 of Wii uitkomen. Maar ook dit aantal is toegenomen. Ons land kende drie jaar geleden drie van dergelijke producenten, nu zijn dat er al een stuk of acht. Het gaat dan om onder meer Guerrilla, Coded Illusions en W!Games.

De Nederlandse ‘boom’ is niet verwonderlijk. De branche groeit overal ter wereld. Computerspellen zijn een lucratief fenomeen en het aantal gamers neemt toe, zeker nu steeds meer developers zich richten op nieuwe doelgroepen als ouderen en vrouwen. Analisten verwachten dat de omzet van de sector wereldwijd in 2010 zal zijn verdubbeld tot 50 miljard dollar.

Om daar van te profiteren, worden in Nederland veel inspanningen gedaan om "de game-industrie te laten groeien", vervolgde Goffin van BGIn. Er komen meer en meer opleidingen die studenten klaarstomen voor een carrière als gameontwikkelaar en de overheid begint de branche langzamerhand serieus te nemen.

Steeds meer geldschieters zijn bovendien bereid in de branche te investeren. Aanvankelijk waren ze terughoudend. Games waren een grijs gebied en rijke investeerders begrepen niet wat er zich in de industrie afspeelde, maar ze hebben de koudwatervrees overwonnen.

Zo maakte Joop van den Ende vrijdag bekend in een spelletjesfabrikant te investeren. En W!Games, dat in Amsterdam werkt aan een paardrijgame, is geheel gefinancierd door privaat geld. "Een investeringsgroep dacht in 2005 dat er met een goede paardengame wel iets te doen was", zegt ‘production director’ Jan-Pieter van Seventer van dit bedrijf.

De vooruitzichten zijn dus gunstig. Maar mag Nederland al een volwassen gameland worden genoemd? Nog niet.

Vooral de houding van de overheid is veel developers een doorn in het oog. In landen als Canada en Zuid-Korea worden hele gamestudio’s met overheidsgeld uit de grond gestampt. In Nederland kunnen ontwikkelaars slechts in beperkte mate aanspraak maken op subsidies, terwijl Nederlandse films daar in veel ruimere mate gebruik van kunnen maken.

"Je kunt discussiëren of games tot het culturele erfgoed van Nederland behoren. Het ligt eraan wie je het vraagt. Voor een 16-jarige is dat wel het geval, voor een beleidsmaker van 50 niet", aldus Sas van Triumph. De brancheorganisatie BGIn is wel wat positiever dan Sas. De overheid begint moeite te doen om de sector te ondersteunen, verklaarde Goffin. Zo heeft ze een stand op een belangrijke beurs voor gameontwikkelaars in San Francisco betaald. Een eerste stap, aldus de directeur.

Van Seventer ziet in plaats van meer subsidies liever dat de overheid obstakels wegneemt waar gamebedrijven tegenaan lopen. Neem bijvoorbeeld het onderwijs. Hogescholen en universiteiten zijn op hard op zoek naar gekwalificeerde leraren. Dan komen ze al snel bij de gameondernemingen zelf terecht, omdat daar de benodigde ervaring te vinden is. Lesgevend personeel trekt echter een zware wissel op de onderneming. Bovendien moeten werknemers die voor de klas staan vaak een dag vrij nemen. "De overheid zou die werknemers een belastingvoordeel moeten geven of in ieder geval de dagen vergoeden", vindt Van Seventer, die zelf ook leraar is.

Het verbeteren van het onderwijs is een van de speerpunten van BGIn. De branche en opleidingsinstituten hebben noodzakelijkerwijs de banden aangehaald wegens een nijpend tekort aan gekwalificeerd personeel. BGIn wil sturend optreden in het aanbod van studies, om zo de meest dwingende vacatures te kunnen vervullen.

De eerste resultaten van deze aanpak zijn hoopgevend. Bedrijven als Triumph en W!Games kunnen putten uit een groter aantal geschikte werknemers. Als er vroeger een vacature openstond, zei Sas, moest Triumph iemand vaak zelf opleiden. Nu staan er - soms - mensen met ervaring voor de deur. Bij W!Games is een derde van de 35 werknemers afkomstig van gameopleidingen. Het blijft echter lastig om geschikt personeel te vinden, verzuchtte Van Seventer.

Maar ondanks de kritiek zijn de game-ontwikkelaars en de brancheorganisatie optimistisch gestemd. In Nederland is voldoende potentieel aanwezig om de game-industrie tot grote hoogte te laten stijgen. Het bewijs wordt geleverd door negen studenten van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Hun computerspel Blob, waarin gamers als een grote verfbal door een stad rollen om deze weer tot leven te wekken, is gekocht door een Amerikaanse uitgever en komt wereldwijd in de winkels te liggen.