Dat hoge bomen veel wind vangen, weet Microsoft als geen ander. Eurocommissaris Neelie Kroes heeft de Amerikaanse softwaregigant onophoudelijk in het vizier.
Het onderzoek dat in Brussel op dit moment tegen Microsoft loopt, betreft de webrowser van het bedrijf, Internet Explorer (IE). Door IE standaard mee te leveren met besturingssysteem Windows, werkt Microsoft een gezonde concurrentie tegen, zo denkt Brussel.
Lekker stoken
Google maakt nu van de gelegenheid gebruik om Microsoft nog eens flink zwart te maken. Dinsdag maakte het zoekbedrijf bekend "als derde partij" in het onderzoek naar IE betrokken te willen worden. "De markt voor browsers is voor het grootste deel nog niet concurrerend, waardoor innovatie voor gebruikers achterblijft", stelt een Google-topman op een officieel webblog.
En dus heeft Google Brussel gevraagd om inspraak te krijgen in het onderzoek, "in de hoop dat Googles kijk op zaken nuttig zal zijn".
Google Chrome
Google wil zich dus 'belangenloos' als specialist aanbieden, om uiteindelijk de internetter van dienst te zijn. Als dat geen wenkbrauwen doet fronzen. Google is bekend als marktleider in internetzoeken, maar heeft zelf ook een browser, Chrome. Met een marktaandeel van iets meer dan 1 procent, is Chrome nog lang niet waar het moet zijn.
Door zich te mengen in het onderzoek van Kroes hoopt Google twee vliegen in één klap te slaan. Het kan concurrent Microsoft afschilderen als monopolist. Tegelijk wil het uiteraard Brussel te bewegen om Microsoft te dwingen om geen standaard browser bij Windows te leveren. Wat weer mogelijkheden biedt voor andere browsers, waaronder Chrome.
Het bevordederen van de keuzevrijheid voor consumenten is op zich een nobel streven. De vraag is echter wel of de internetconsumenent daar Brussel, of de bemoeizucht van Google, bij nodig heeft.
Luie consument?
In wezen draait het onderzoek naar de koppelverkoop van Windows en IE om de luiheid van de consument. De Microsoftbrowser is dan wel standaard op de meeste computers aanwezig, maar met een paar eenvoudige muisklikken kan iedere internetter een alternatieve browser kiezen.
Dat een grote groep consumenten dat nog niet doet is wellicht luiheid, of simpelweg desinteresse. Maar alle tekenen wijzen erop dat internetters steeds minder lui en steeds geïnteresseerder worden. Het wereldwijde marktaandeel van Internet Explorer dook eind vorig jaar voor het eerst onder de 70 procent. Vorige maand was het marktaandeel nog 67,5 procent, zo meldde onderzoeksbureau Net Applications. Firefox (21,5 procent) en Safari (8,3 procent) winnen terrein.
En dat zonder dwang vanuit Brussel.
Reuzen kissebissen
Uiteindelijk is de inmenging van Google onderdeel van het gekissebis van twee it-reuzen. Beiden zijn op hun eigen manier monopolist. Microsoft levert vereweg de meeste besturingssystemen; Google is met 81,5 marktaandeel absoluut de leidende zoekmachine. Allebei willen ze op hun eigen manier de internetende consument aan zich binden.
Daarbij verwijten beide potten de ander een zwarte ketel te zijn. Nu is het Google die Microsoft oneerlijke concurrentie verwijt. Toen Google interesse toonde in Yahoo, was Microsoft er als de kippen bij om de de omvang van Google, na een eventuele overname van Yahoo, onacceptabel groot te vinden.
Ruzie is verspilde energie
In plaats van op de ander te letten, kunnen de twee bedrijven beter hun tijd steken in de verbetering van hun diensten. Gezien de nu al schuivende marktaandelen van de browsers, kunnen internetters prima een keuze maken uit de verschillende diensten. Niet geruzie, maar goede browsers en goede software moet de strijd tussen Google en Microsoft beslechten.


