De Finse student Linus Torvalds wilde niet van computerreus Microsoft afhankelijk zijn bij het gebruik van zijn computer. Dus begon hij te sleutelen aan wat het belangrijkste gratis open source computersysteem zou worden. Het was 1991 en Linux was geboren.

Sindsdien is vele malen een definitieve doorbraak van Linux voorspeld. Door het open karakter kan iedereen het computersysteem veranderen en gratis doorgeven. Het zou uiteindelijk de macht van Microsofts besturingssysteem Windows moeten breken. De grote doorbraak bleef echter uit.

Maar er gloort hoop. Niet op de computer, maar via mobiele telefoons zal Linux het grote publiek bereiken.

Een eeuwige belofte
Linux is niet een echt computersysteem zoals Windows. Het is een zogeheten kernel, een fundering voor een besturingssysteem. Wie maar wil, mag de techniek van Linux gebruiken en aanpassen. Het gebruik van de techniek is gratis.

Door het gratis en open karakter zou Linux uiteindelijk de computerwereld volledig op zijn kop gaan zetten. Deze belofte is nooit waargemaakt. Ja, de groep Linux-gebruikers groeit. Maar, nee, het grote publiek hapt niet: iets meer dan 1 procent van alle computergebruikers werkt met Linux.

Volgens Linux-adepten werkt het systeem beter dan Windows. Voor de gemiddelde consument is Linux echter te technisch, te onbekend, kortom te afwijkend van wat hij gewend is: Windows.

En toch komt Linux eraan
In hetzelfde jaar dat Linus Torvals zijn Linux-project startte, vond eveneens in Finland het allereerste mobiele telefoongesprek via GSM-techniek plaats. De Finse premier Harri Holkeri belde met een Nokia-mobieltje.

In 1991 was er nog geen sprake van mobiel internet of speciale applicaties voor mobieltjes, waar een apart mobiel besturingssysteem voor nodig was. Nu, anno 2009, wel. En precies die ontwikkeling gaat voor een Linux-doorbraak zorgen.

Android
Android trekt de mobiele Linux-kar. Dit besturingssyteem voor mobiele telefoons is ontwikkeld door Google en gebasseerd op Linux. Nu nog kan Android niet tippen aan de marktaandelen van Symbian (Nokia's systeem), Apple, RIM (de fabrikant van Blackberry) of Windows Mobile.

Maar het is een enorme belofte. Samen met HTC en T-mobile lanceerde Google dit jaar de G1, de allereerste Android-telefoon. Daarna volgden de HTC Magic en de HTC Hero. Binnenkort zal de eerste Samsung met Android in Nederland te krijgen zijn.

Google verwacht dat er eind van het jaar al 18 Android-telefoons te koop zijn. Android wint alsmaar aan momentum. Een topman van Deutsche Telekom noemde Android eerder dit jaar al "het Windows van de toekomst". En fabrikanten van netbooks onderzoeken of hun mini-laptopjes ook op Android kunnen draaien.

Meer mobiel Linux-succes
De opkomst van Android is bekend. Maar ook andere mobiele Linux-systemen komen met positieve berichten. Afgelopen dinsdag, 11 augustus, presenteerden Panasonic en Nec negen telefoons die op LiMo (afkorting van Linux Mobile) draaien. Een dag later kwam het bericht naar buiten dat Samsung met een niet-Android Linux-mobieltje zou komen.

Ook deze week meldde Financial Times Deutschland dat mobiele marktleider Nokia het vertrouwen in zijn eigen besturingssyteem Symbian verliest. Nokia zou overwegen zijn telefoons uit te rusten met Maemo, het systeem waar nu al een aantal tablet-pc's van Nokia op draaien. Ook Maemo is weer gebaseerd op Linux.

Op Linux gebaseerde telefoontjes komen nu nog nauwelijks voor in de marktaandeel-statistieken. Dat zal snel veranderen. Naast de fabrikanten die nu al Linux-mobieltjes bouwen, hebben ook telecomconcerns als Vodafone, Orange, Telefónica en het Japanse NTT DoCoMo gezegd bezig te zijn met toestellen met Linux-variant LiMo.

Iedereen knutselt een Linux-systeem
Linux, met mascotte Tux de pinguïn, is er nog lang niet. Maar met partijen als Google, Samsung en mogelijk ook Nokia aan boord, heeft Linux alsnog een goede kans eindelijk het grote publiek te bereiken.

Voor telefoonmakers heeft Linux voordelen. Het gebruik van de techniek is gratis. Ook kan elke producent het systeem aanpassen om zijn eigen klantengroep gelukkig te maken. Het succes van een telefoon is in toenemende mate afhankelijk van wat je er mee kan. Een producent kan met Linux makkelijk een systeem bouwen dat aan de eisen van een specifieke doelgroep voldoet.

Door het maken van een 'eigen' besturingssysteem worden mobieltjesbouwers bovendien minder afhankelijk van aanbieders als Microsoft of Symbian, het door Nokia gemaakte platform.

Gevaar
Het is wel opletten geblazen dat er geen wildgroei aan verschillende Linux-platforms ontstaat. Het succes van Apples iPhone is deels te danken aan het uitgebreide aanbod van handige applicaties. Wie een mooie app maakt, biedt 'm aan Apple aan. Keurt Apple het programma goed, dan kan dat op iedere iPhone draaien.

Wanneer er tientallen Linux-systemen ontstaan, is het zaak dat applicaties wel op al die varianten werken. Zo niet, dan moet er voor iedere telefoonmaker apart een app gebouwd worden. Daar zullen goede app-ontwikkelaars geen trek in hebben.

Wie wint?
De snel gegroeide interesse van telefoonproducenten en telecombedrijven maakt Linux een directe concurrent van Nokia, Apple, RIM en Windows Mobile. In tegenstelling tot deze merken is Linux echter geen bedrijf. Het is een techniek waar duizenden ontwikkelaars aan sleutelen. Linux zelf heeft echter geen winstoogmerk.

Uiteraard profiteert er wel iemand van de opkomst van Linux. Om te beginnen ontwikkelaars die Linux toepasbaar maken. Technisch specialisten die het systeem op maat maken voor bijvoorbeeld HTC-telefoons, krijgen daarvoor betaald.

Een gratis en vrij aan te passen systeem heeft ook voordelen voor telefoonfabrikanten.

Tot slot zal ook de consument profiteren: de komst van mobiel Linux biedt meer keuze. Succes kan echter alleen volgen als de mobiele Linux-varianten wat gebruikersvriendelijker zijn dat het pc-systeem. Gezien de eerste Android-toestellen van HTC, is het mogelijk een bruikbaar mobiel Linux-systeem te maken.