Daaronder waren vertegenwoordigers van meer dan 150 musea en instellingen uit achttien landen. Op de beurs stonden 263 deelnemers uit zeventien landen.
Op de Tefaf is goed verkocht, beter dan vorig jaar, aldus een woordvoerster. Zowel oude meesters als moderne en hedendaagse kunst, juwelen en voorwerpen uit de klassieke oudheden gingen grif 'over de toonbank'. Even van de meest opvallende verkopen was het schilderij David en Bathseba van de Duitser Lucas Cranach de Oude uit 1534. De vraagprijs was 5,3 miljoen euro. Voor hoeveel het is verkocht, is niet bekend.
De National Gallery of Art kocht voor 910.000 euro een winterlandschap met schaatsers uit 1611 van Adam van Breen. Het portret 'Head of a Bearded Man' van Peter Paul Rubens uit 1612 verwisselde voor iets minder dan een miljoen van eigenaar.
Vier spiegelblakers (wandkandelaars) die in 1764 zijn gemaakt voor de goudleerkamer in het stadhuis van Franeker, keren binnenkort terug naar de plek waar ze oorspronkelijk hingen. Ze zijn gekocht door de Ottema-Kingma Stichting. Deze heeft het bevorderen van kunst- en cultuurhistorie in Friesland tot doel.
Op de beurs waren ook veel voorwerpen uit de klassieke oudheid te koop. Het ging voornamelijk om beelden en reliëfs en munten uit de Romeinse, Egyptische an Aziatische oudheid. Een aantal objecten uit China en India was van voor de jaartelling. De meeste waren rituele voorwerpen die meegingen in graven.
Volgens de organisatie van de Tefaf hebben Amerikaanse verzamelaars en musea dit jaar hun rentree op de beurs gemaakt, nu de economische crisis voorbij het dieptepunt lijkt te zijn. De Europese verzamelaars houden echter de overhand.