Al sinds de 17e eeuw worden er in het Westland druiven geteeld. Eerst tegen muren, daarna onder glas. De Nederlandse druiventeelt was zo succesvol dat tot de jaren dertig van de vorige eeuw in het merendeel van de kassen in het Westland druiven verbouwd werden.

Na de oorlog nam de concurrentie uit Zuid-Europese landen toe en gingen de tuinders in het Westland zich ook op andere producten richten.

Bakermat van glastuinbouwsector
Toch is de druif niet verdwenen uit het Westland, integendeel. De Westlandse druif claimt de bakermat te zijn van de glastuinbouwsector in ons land, wat reden was om Europese bescherming aan te vragen.

Een Europese herkomstbescherming betekent dat landbouwproducten die kenmerkend zijn voor een bepaalde streek, dit Europees kunnen laten vastleggen. Om in aanmerking te komen voor beschermde status moet men aantonen dat het product een lange historie heeft, en specifiek is voor een bepaalde regio.

Sinds 2003 mag de Westlandse druif het predicaat Beschermde Geografische Aanduiding voeren, wat betekent dat minimaal een van de productie-, verwerkings-, of bereidingsstadia in een bepaalde streek plaatsvindt.

Internationaal op de kaart
"Deze Europese bescherming heeft de Westlandse druif internationaal op de kaart gezet. We hebben een streepje voor bij handelaren en producenten. Zonder dat logo zou men niets van onze druif weten. Ook helpt het ons product in stand te houden. Het is het ministerie van Landbouw, Natuur en Visserij er alles aan gelegen om ons in stand te houden", aldus Jan Wagemakers, directeur van themapark Westlandse Druif.

Toch zijn er maar weinig andere Nederlandse producten die een Europese herkomstbescherming hebben. Naast de Westlandse druif genieten ook de Opperdoezer Ronde aardappels, Boerenkaas, Boeren-Leidse met sleutels, Noord-Hollandse Gouda, Noord-Hollandse Edammer en Kanterkaas bescherming.

Gouda en Edam
Wel aangevraagd, niet toegekend is de bescherming van de namen Gouda Holland en Edam Holland. Deze loopt fikse vertraging op. Tegen bescherming van deze termen, die ingediend zijn in 2003, zijn nogal wat bezwaren ingediend. Gouda en Edam kazen worden op grote schaal in het buitenland gemaakt. Wanneer deze namen beschermd zijn, kunnen producenten hiertegen optreden als de suggestie wordt gewekt dat deze kazen in Nederland worden gemaakt. Een kaas Gouda of Edam noemen, mag nog wel. Toch zijn de landen die Edam en Gouda maken, bang dat hun productie aan banden gelegd wordt.

Met zeven beschermde streekproducten loopt Nederland ten opzichte van de rest van Europa. Ter vergelijking Italië heeft maar liefst 203 beschermde streekproducten, lopend van hammen en pizza's tot kersenjam, wortels en kastanjes.

Ook andere zuidelijke landen zijn veel actiever in het beschermen van hun lokale specialiteiten, Frankrijk heeft er 170, Griekenland 86, Spanje 131 en Portugal 116.

Dit zijn landen die al van oudsher hun producten beschermen. Frankrijk heeft de Appellation d'origine controlée (AOC), Italië de Denominazione di origine controllata (AOC) en ook Spanje en Portugal hebben hun eigen wettelijke bescherming van streekproducten. Maar dat kan niet de reden zijn van onze achterstand, want zelfs België loopt met 12 producten voor op Nederland.

Trots op producten
"In de zuidelijke landen zijn ze trotser op hun producten, in Nederland zijn producenten toch nog huiverig. Ze zijn bang dat het Europees vastleggen van hun product handelsbelemmerend kan werken omdat je je met zo'n Europees certificaat wel erg vastlegt. Zo mag je geen wijzigingen doorvoeren die niet in het dossier staan. Staat er bij een kaas bijvoorbeeld dat er gebruik gemaakt wordt van kalverenstremsel, dan kan dit niet ineens vervangen worden door synthetisch stremsel. Ook al is dat veel goedkoper", vertelt Diana Langkruis van der Meer, secretaris van de Adviescommissie Geografische aanduidingen, Oorsprongsbenamingen en Specificeitcertificering (AGOS), die Nederlandse producenten begeleidt in het aanvragen van herkomstbescherming.

"Ook zijn Nederlandse producenten meer van de bulkproductie in fabrieken dan van de ambachtelijke streekproducten. We hebben in ons land ook niet zo heel veel producten die aan de strenge eisen van Brussel voldoen. Dat België meer erkende producten heeft dan wij, is ons ook een doorn in het oog. Maar zij zijn de laatste paar jaar erg actief in het promoten van hun streekproducten", aldus Langkruis van der Meer.

Geen aandacht voor promotie
"Volgens René de Bruin, secretaris van Stichting Streekeigen Producten Nederland wordt er door de Nederlandse overheid geen enkele aandacht besteed aan de promotie van een Europese oorsprongsbescherming.

Langkruis van der Meer van AGOS bevestigt dit: "Als mensen naar ons toe komen, helpen wij ze verder. Maar we gaan niet lopen leuren".

Daarnaast staat de lange aanvraagtijd,gemiddeld duurt het zo'n 2,5 jaar om een Europese certificering te krijgen, en de bureaucratie veel bedrijven tegen.

In een brief van het ministerie van LNV uit 2008 erkent de minister dat Nederland het "met name vanwege de ingewikkelde en tijdrovende procedures, als lastig ervaart om een beschermde geografische aanduiding of oorsprongsbenaming te krijgen."

De Bruin: "Niet alleen duurt de procedure erg lang, ook zijn de controlekosten erg hoog. Voor kleine bedrijfjes is het simpelweg alle moeite niet waard om het hele traject in te gaan. Dat is jammer, want ik kan zo 25 producten bedenken die in aanmerking zouden komen voor een beschermde status."