De zomertijd werd vorige eeuw ingevoerd zodat het een uurtje langer licht blijft. Fijn voor wie 's avonds op het terras wil blijven zitten, maar het leidt tot slaperige hoofden op kantoor.
Mensen slapen in de zomer minder en waarschijnlijk slechter, zo blijkt uit onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen en de Ludwig-Maximilians-Universität München onder vijftigduizend mensen. De zomertijd blijkt onze biologische klok langdurig in de war te sturen.
Pas als de wintertijd weer ingaat zoals komend weekend, komen mensen weer in een gezond dag-en-nachtritme.
In de winter loopt ons interne ritme ongeveer gelijk met de licht/donker-cyclus. Als de klok in de zomer een uurtje vooruit wordt gezet, past ons interne ritme zich in die periode niet of nauwelijks aan. Vooral avondmensen blijken veel last te hebben van de zomertijd en veel minder te slapen.
"Het zou het beste zijn als onze biologische klok zoveel mogelijk samenvalt met de sociale klok", zegt Martha Merrow, een van de onderzoekers en hoogleraar aan de RUG.
Werkgevers zouden hun werknemers in de zomer een uurtje later kunnen laten beginnen, beaambt Merrow. "Maar het beste zijn flexibele werktijden zoals we hier op de biologische faculteit hebben. Avondmensen hebben een andere biologische klok dan ochtendmensen", aldus Merrow.
Uit talloze onderzoeken is gebleken dat slapen goed is voor de productiviteit. Uitgeslapen mensen kunnen zich beter concentreren en ook hun geheugen functioneert beter.
Onderzoekers van Harvard University toonden aan dat een powernap, mits op het juiste moment op de dag, een positief effect heeft op de productiviteit van mensen.
Ongeveer een kwart van de wereldbevolking zet zomers de klok een uurtje vooruit. Toeval of niet: de opkomende economiën China en India hebben de zomertijd afgeschaft.


