Dat blijkt uit een studie van het Centraal Planbureau (CPB), die dinsdag 23 februari is gepubliceerd.

Sinds 2005 is de overheidssubsidie voor creches, buitenschoolse opvang en gastouderopvang fors toegenomen. De publieke uitgaven aan kinderopvang namen toe van een kleine 700 miljoen euro tot bijna 3 miljard euro. Meer ouders maakten gebruik van opvangmogelijkheden en de subsidie per opvanguur ging omhoog.

Dit heeft echter nauwelijks een extra impuls gegeven aan de arbeidsparticipatie van jonge moeders. "De groei is vergelijkbaar met die van het begin van de eeuw en stukken lager dan de groei in de jaren negentig", concludeert het Planbureau.

Creche voor opa en oma
Gemiddeld subsidieert de overheid bijna 80 procent van de kosten van kinderopvang. Het effect van een verdere verhoging van subsidies op de werkgelegenheid is klein, volgens het CPB. "Een verdere verhoging leidt met name tot het vervangen van informele door formele opvang."

De hogere subsidies voor kinderopvang hebben er al toe geleid dat informele opvang van oppassen en grootouders is ingeruild voor creches en buitenschoolse opvang. Maar dit heeft jonge moeders niet sterker aangespoord om een baan te vinden.

Het CPB concludeert dat vooral de "eerste subsidie-euro's" effectief zijn bij het stimuleren van de arbeidsparticipatie van jonge vrouwen. Bij een kleine bezuiniging op de subsidie van kinderopvang, zal het werkgelegenheidsverlies beperkt zijn.

Een grote bezuiniging kan wel negatief uitpakken. Dan loopt het verlies aan werkgelegenheid per euro subsidie "aanzienlijk op", aldus het CPB.