Een commissie van de Kring van Kantonrechters onderzoekt momenteel hoe ze de kantonrechtersformule kunnen aanpassen. Dit is de formule die regelt dat een ontslagen werknemer in principe een maandsalaris per dienstjaar mee krijgt.
Anders dan je misschien zou denken hebben de kantonrechters deze formule zelf opgesteld. Het is hún formule en dus kunnen zij hem ook aanpassen. In principe is dit raar. We kennen immers de scheiding der machten. Rechters zijn geen wetgevers en kunnen dus geen algemene regels uitvaardigen, maar ja, als de politiek in gebreke blijft.
Zodra er een wettelijke norm komt, is de aanbeveling van de rechters overruled. Die is er echter tot op heden niet.
De kantonrechtersformule bestaat sinds 1996. Voor die tijd waren rechters helemaal vrij in het bepalen van de hoogte van een ontslagvergoeding. In de wet staat namelijk alleen dat de rechter naar billijkheid een vergoeding kan toekennen. Niet hoe hoog die moet zijn.
Zo kon het gebeuren dat een rechter in Maastricht in een vergelijkbare zaak een vijf keer zo hoge vergoeding toekende als een rechter in Amsterdam. De politiek deed hier niks aan. Dus maakten de kantonrechters zelf afspraken over de hoogte van de toe te kennen vergoeding. Deze formule is geformuleerd als aanbeveling. Rechters kunnen immers geen wetten maken. Afwijken mag. Hoe vaak dat gebeurt, is echter niet bekend.
Sinds zijn bestaan is de formule een paar keer geëvalueerd en aangepast. In januari heeft er weer een evaluatie plaatsgevonden. Hieruit kwamen drie pijnpunten naar voren: de leeftijdsfactor, de rol van de pensioengerechtigde leeftijd en de klacht van bedrijven dat zij al die dure ontslagvergoedingen helemaal niet kunnen betalen.
“Dat laatste is vaak een loze kreet,” zegt kantonrechter Kees Wallis, die lid is van de commissie van de Kring van Kantonrechters die zich momenteel over de formule buigt. "Wij willen daarom vastleggen hoe een werkgever precies moet bewijzen of dat zo is." Klinkt redelijk.
Dan de pensioengerechtigde leeftijd. Nu staat er in de formule dat iemand nooit een hogere vergoeding kan krijgen dan wat hij verdiend zou hebben als hij tot zijn 65ste zou hebben doorgewerkt. Vanwege de opkomst van het deeltijdpensioen en de actuele discussie over doorwerken na je 65ste bekijkt de commissie of dit niet achterhaald is. Goed punt. Heeft het kabinet ook vast geen bezwaar tegen.
Aan de leeftijdsfactor heeft het kabinet gezegd niet te willen tornen. Deze factor regelt dat de ontslagvergoeding voor ieder dienstjaar tussen de veertig en vijftig niet één maandsalaris maar anderhalf maandsalaris bedraagt en voor ieder dienstjaar boven de vijftig twee maandsalarissen.
Volgens de vakbeweging is het terecht dat oudere werknemers meer krijgen. Zij vinden nu eenmaal minder snel een baan. Voor werkgevers zorgt dit er echter voor dat het duurder wordt oudere werknemers te ontslaan. De kantonrechters denken er daarom over de leeftijdsgrenzen naar boven bij te stellen en de correctiefactor aan te passen. Dus bijvoorbeeld één en kwart maandsalaris voor een dienstjaar boven iemands 45ste toekennen en anderhalf jaarsalaris voor dienstjaren boven iemands 55ste. Een kleine aanpassing.
Dit is echter niet het enige. De kantonrechters hebben het idee dat jongeren vaak te veel krijgen. Zij krijgen een vergoeding, terwijl ze vaak zo weer een andere baan hebben. Misschien moeten mensen onder de 35 daarom niet één maandsalaris, maar driekwart maandsalaris krijgen.
Dit is vreemd. Behalve een schadevergoeding is een ontslagvergoeding namelijk ook een drempel voor werkgevers om iemand te ontslaan. Die zou voor jongeren dan worden verlaagd, terwijl jongeren al veel slechter tegen ontslag beschermd zijn dan ouderen.
Wallis van de Kring van Kantonrechters beaamt dit, maar zegt dat werkgevers dan misschien ook makkelijker allochtone jongeren in dienst nemen. Tja, misschien.
Duidelijk is in ieder geval dat de Kring van Kantonrechters met zijn aanpassingen inspeelt op actuele pijnpunten.
Slim. Het leek er immers op dat in het wetsvoorstel van minister Donner, waarvan werd afgezien nadat de polder er geen overeenstemming over kon bereiken, een vaste formule en een vast maximum voor ontslagvergoedingen zou komen te staan.
Dit liet veel minder ruimte voor afwijkingen dan de kantonrechters nu gewend zijn. Hoogleraar sociaal recht Guus Heerma van Voss verbonden aan de Universiteit Leiden denkt daarom dat de kantonrechters zelfregulering verkiezen boven wetgeving.
Wellicht proberen zij op deze manier de noodzaak tot hervormen van het ontslagrecht weg te nemen. In ieder geval komen ze de politiek tegemoet. Wie zegt immers dat de commissie Bakker voor de zomer ook echt met een advies over een nieuw ontslagrecht komt?
Of dit voldoende is, is echter een andere vraag. Ik denk het niet. De vergoedingen veranderen een beetje, maar niet radicaal. Ze blijven in vergelijking met andere landen dus hoog. Ook verandert er niks aan het feit dat ze in Nederland vrij automatisch worden toegekend, ongeacht of iemand hem wel nodig heeft.
Ook blijven er nog altijd twee routes voor een ontslag bestaan. Je kunt nog altijd zowel naar de kantonrechter als naar het CWI. Genoeg werk aan de winkel dus nog voor de commissie Bakker.


